Home

ego aan het roer

31 januari 2011

Ook in de vaderbeweging moeten er mensen aan het roer staan. Zoals bij veel groepen in de verdrukking is dat de moeilijkste positie. Eigenlijk doe je het altijd fout. Daarom geen graag gewilde positie. Behalve voor de mensen die het met een sterk ego-belang doen.

De enkele keren dat ik dit soort posities had deelde ik ze met anderen. Desalniettemin is het op me nemen van die verantwoordelijkheden me niet in mijn koude kleren gaan zitten. Zo erg dat ik het al jaren niet meer doe. Ik trek me het teveel aan om voortdurend pispaaltje te zijn. Dat heeft me overigens altijd wel geïntrigeerd de nabijheid van die twee rollen.

Maar ook de andere kant is vaak niet prettig. Als je de leiding niet neemt hebben anderen dus de leiding. Die dat nog doen, zijn vaak zo gehard tegen kritiek dat ze terechte en onterechte kritiek niet meer kunnen onderscheiden, een gezonde blik op zichzelf ontberen. Leiding als egopopup die de in hun vaderschap getraumatiseerde een welkome pleister tegen het verlies van eigenwaarde biedt. Als zelfdenkende volger kan je het daar knap moeilijk mee krijgen.

Kapiteins aan het roer hoeven in storm niet te velen dat een matroos zich bemoeit met de stand van de zeilen. Maar anderzijds zou het hun dan ook alleen erom moeten gaan het schip een behouden vaart te bieden, moeten matrozen wel gewaardeerd worden en na de storm gewoon weer mee mogen denken. Kapitein aan het roer in de vaderbeweging vraagt vaderlijke stuurmanskunst in optima forma. Waar haal je dat vandaan?

Een paar jaar gelden zei ik, als forumlid van de vadertop, een keer dat het gezond zou zijn als in de vaderbeweging eens wat minder op het ego zou worden gespeeld. Een bestuurslid van de stichting Dwaze Vaders in de zaal merkte op “dat moet jij nodig zeggen” Kennelijk bedoeld om de bal naar mij terug te spelen. Hoewel het me irriteerde, de bal had nog geen halve seconde bij hemzelf gelegen, zit er niets anders op dan ook dit ter harte te nemen. En ik moet zeggen; ik verdedig mijn ego ook wel eens. Teveel? Ik vind het moeilijk. te zeggen. Ik laat me soms niet uit de geschiedenis schrijven terwijl ik misschien beter bezig kan zijn nieuwe geschiedenis te maken. Mij rest mededogen met mijn en andermans gekwetste ziel.

Verzet-je

28 januari 2011

Een ander verzetje was deze week de open dag van een van Joshua's mogelijke nieuwe middelbare scholen. Heel anders dan die van mij vroeger.

Lange haren verboden. In de late jaren zestig was dat nog steeds de lijn van Nederlandse scholen. Maar in het licht van de opbloeiende cultuur van verbeelding aan de macht was dit niet meer te handhaven.
Op mijn middelbare school maakte de directie (de conrector van orde) er een punt van. Ouders werden gevraagd hun kinderen de haren kort te knippen. Wij als scholieren roken dat hier ons puberaal verzet door kon marcheren naar een terecht verlangen naar vrijheid. Daarmee werd ook op onze school, ver weg in het zuiden, de aansluiting gemaakt bij het Amsterdam van Provo’s en kabouters. Een echte verzetsbeweging was geboren.

Inmiddels groter geworden heb ik mijn wilde haren nog niet verloren. Het veel idiotere adagium van de maatschappij dat vaders geen gevoel mogen hebben voor hun kinderen kan nu al weer twintig jaar op heftig verzet van mij rekenen. Zo snel als we in de zestiger jaren succes hadden, zo lang duurt het nu om dubieuze dingen, het verbod om je om je als progressieve vader te profileren, te veranderen.

Onlangs belde een medewerker van het Sittardse museum het Domein om te vragen of ik dat verzetspamflet van destijds nog in mijn bezit had. Enthousiast kon ik hem mededelen dat een van de zeldzame exemplaren in mijn bezit was. Er waren er destijds maar iets van 50 gestencild op een oude ratelende machine van de PSP-afdeling. Maar gelukkig dacht de rector (dat zou je nu directeur noemen of zo) dat ie ons wel af kon serveren door de brief letterlijk voor te lezen door de schoolintercom zodat iedereen de tekst kon vernemen. Wij blij want zo werd dus toch de hele school bereikt. Het tegengas van de autoriteiten werkte indertijd wel vaker contraproductief.

Binnenkort dus in het museum. Ook een van mijn verzetsgroepgenoten, Paul Frissen, heeft inmiddels in een column gememoreerd hoe het er in die jaren aan toe ging. Ik moet het even met internet doen, maar zijn verhaal valt te lezen in het blad Binnenlands Bestuur. Daar weet hij een mooie koppeling te maken met de “meer-ingrijpen-ideologie” uit het kindveiligheidsonderzoek van de onderzoeksraad van Pieter van Vollenhove. Het verzet lijkt misschien een beetje op dat tegen de conrector van orde van destijds die ook vond dat de ouders het niet goed deden en moesten worden gekappitteld. Net als van Vollenhove.  Ook Paul meldt dat zijn omgeving soms vindt dat hij de  wilde haren wellicht nog niet helemaal verloren heeft.

De column van Paul Frissen (blader naar bladzijde 17)

“Tot dusver werd altijd gedacht dat het percentage mannelijke slachtoffers veel lager lag, ergens rond de 16.” (digitale editie Trouw). “Mannen zijn veel vaker slachtoffer van huiselijk geweld dan gedacht (gedrukte editie Trouw).”

Trouw erkent nu dat 40% van de slachtoffers mannen zijn. Hiermee is vooral duidelijk dat de betrokken redacteuren (Bouma en Kreulen) eerder anders dachten en zich inderdaad jarenlang op het verkeerde spoor hebben laten zetten. Dit ondanks dat de feiten al veel langer bekend waren. Het is tekenend dat journalisten al lang niet meer voorop lopen in het ontrafelen van de werkelijkheid maar zelf slachtoffer zijn van politiek correcte hypes. Hypes om vrouwen te verslachtofferen in diens van een vreemd soort feminisme met Gerda Dijksman voorop ( zie onder).

Maar over slachtoffers gesproken; wie zijn nu de werkelijke objectieve slachtoffers van dit soort alom rondgedragen fabels? Dat zijn de mannen en vaders die niet konden melden dat ze geslagen waren. Die ergo moesten accepteren dat ze hun kinderen niet meer konden zien omdat hun vrouw het conflict aanscherpte met een paar flinke kwetsuren. Waarna ze van De heer Spruijt konden vernemen dat ze zich vooral moeten onderwerpen als er geen normaal gesprek meer mogelijk is met zo’n vrouw.

Dat is, en zeker was, de werkelijkheid voor veel mannen in Nederland. De gevolgen voor deze mannen en hun kinderen waren vaak immens. Die gevolgen worden nog steeds niet in kaart gebracht door Trouw. Hoewel deze krant wat dat betreft misschien nog wel steeds de minst slechte is van Nederland. Met genoegen las ik gisteren weer en column van Ger Groot over het feminisme. Het klimaat verandert.

Een ander voorbeeld van die klimaatsverandering is de oprichting van allerlei mannen- en vadercentra in het land, en nu ook in Deventer. Vanmiddag ga ik naar de opening. U hoort van me. Als u mij nog eerder wilt horen dan wijs ik u op een intrigerend interview met Deventer radio gisteren. Zie de link hieronder.

dossier huiselijk geweld
artikel Trouw
interview over Spruijt, ouderverstoting en mannen in de knel
Artikel uit 1997 Trouw, Niets geweten?

Ja hoor en een dag later is ook de Volkskrant erachter: ‘Mannen zijn vaker slachtoffer van huiselijk geweld dan tot nu toe werd aangenomen’ en: ‘Daar schrik je van’ (Ivo Opstelten)

Dit plaatje gaat over de stalkingaffaire Johan Last die ooit ook in Meppel speelde en ook tot een zeer onterechte beoordeling leidde

Koolmonoxidevergiftiging als huiselijk geweld kwalificeren is eigenlijk nog maar een kleinigheidje vergeleken met wat politiecommissaris Gerda Dijksman in het verleden verder nog voor waanzinnige obsessies ten aanzien van huiselijk geweld ten toon spreidde. Zo meende ze op basis van een onderzoek van het instituut Beke te moeten concluderen dat 98% van het huiselijk geweld door mannen wordt gepleegd. Terwijl dat helemaal geen conclusie was van dat onderzoek.

Ik kan me dan ook enerzijds verkneukelen voor het feit dat ze nu wordt aangepakt, anderzijds mag er wel wat dieper gegraven worden in haar verleden hieromtrent. Waar blijven al die journalisten. Waarom kijken ze niet op internet. Waarom letten ze überhaupt zo slecht op bij iets wat zich al jaren als een maatschappijbrede politieke tunnelvisie ten aanzien van genderverhoudingen ontwikkelt. Mannen worden vanwege deze huiselijk-geweld tunnelvisie regelmatig ten onrechte opgesloten om enigszins tegemoet te komen aan de door de cijfers van Gerda gecreëerde verwachtingen.

Laat dit gebeuren een waarschuwing zijn. Het schreeuwt om onderzoek.

Lees het dossier over de oude Gerda-kwesties

Ik ken wel wat vaderactivisten die weigeren om nog ooit met een vrouw geslachtsgemeenschap te hebben. Dat had Wikileaks voorman Julian Assange ook beter kunnen doen. Zeker als inwoner van Zweden.

Een stel wraakzuchtige dames probeert hem nu te laten vervolgen. Niet vanwege verkrachting zoals het jeugdjournaal het nog noemde, maar omdat hij niet stopte nadat het condoom scheurde respectievelijk hij geen condoom gebruikte. Niemand ontkent dat het vrijpartijtje met wederzijdse instemming was, ook niet nadat hij een condoom weigerde cq het gescheurd was. De aantijgingen zijn in feite vederlicht en in geen enkele verhouding tot het internationale arrestatiebevel. Zweden staat al langer bekend als heilstaat van het afgegleden extreem-feminisme. Maar even was Julian Assange toch op het verkeerde spoor gezet door de formele vrijheid van meningsuiting die daar wel bestaat zolang je maar niet toevallig een paar dames tegen je in  het harnas gejaagd krijgt.

Assange is overigens vooral op het spoor van het verzet gebracht door zijn ervaringen in het familierecht en de verwijdering van zijn eigen kind. In feite is hij dus een boze vader, die als zovele vaders dieper graaft nadat hij eenmaal onrecht op het spoor is. Overigens gaan er over zijn karakter, achtergrond en persoonlijkheid nogal wat negatieve verhalen de ronde. Hij heeft het zeker niet makkelijk gehad in zijn jeugd. Daar zal hij best een paar tikken van hebben opgelopen. Maar die tikken heeft hij dan goed ingezet om door te tikken.

In zijn verleden als vaderrechtenactivist heeft hij ook geprobeerd juridische dossiers op internet te zetten. Dossiers die toen en zeker nu erg verborgen zijn. Zelfs rechterlijke uitspraken zijn in een groot deel van de wereld (waaronder Nederland) niet openbaar  wat ze wel horen te zijn volgens bijvoorbeeld art 6.1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Ik hoop zelf dat Assange nog een keer bij dat deel van zijn passie terugkomt.

Een goede blog over de achtergronden van Assange
dossier openbaarheid van uitspraken

Een prima blog over de gang van zaken rond gescheurde condooms etc. van de Zweedse vaderbeweging

liedjes zingen

29 november 2010

mag dus niet

Ongeveer 15 jaar geleden kwam ik bij de bieb op de Brink mijn Buuv (paar huizen verderop) tegen. “Wat kan jouw dochter mooi zingen”. Ik keek in opperste verwarring naar haar. Het rapport van het Rad voor de Kinderbescherming over mijn dochter was net onbegeleid door de bus gegleden. Daarin had ik met rode wangetjes het volgende gelezen:
“Vader heeft op zich wel leuke en kindvriendelijke ideeën zoals liedjes zingen en met zijn dochter op een bakfiets door de stad fietsen. Dit lijkt echter meer te beantwoorden aan zijn eigen behoefte om als vooruitstrevende vader gezien te worden dan dat het past in een verstandige opvoeding van R”

Ik had er geen idee van dat Buuv mijn dochter les gaf, want mijn dochter had ik al twee jaar niet meer gesproken. Evenmin had Buuv van dat laatste enig idee. Tsja dit soort leed spreidde ik tóen nog níet zo wijds rond. En zo zal mijn dochter op haar beurt niet geweten hebben dat haar zangjuf bij haar vader in de straat woont.
Zo gaat dat in een beschaafd land.

Onlangs kreeg ik een paar zanglessen van Hanneke. Ik ben druk bezig om met een paar mooie liedjes met zangmaatje Edith goed op te nemen. In het kader daarvan leek het me wel eens aardig een paar zanglessen te nemen. Heel vroeger toen ik zes was had een of
andere muziekschooltrut mij eens op de solfège een bromtol genoemd. En dat zit nog diep, tegen beter weten in. De zanglessen van Hanneke deden mij goed. Het leerde mij nog een keer hoe je in je muziek je gevoel kunt bereiken. En heel in de verte hoorde ik mijn dochter meezingen. Over de papieren bergen van de raddraaiers van de Raad van
je weet wel, heen.

Niet lang nadat ik Hanneke op de Brink tegenkwam hield ik mijn twaalf-daagse
hongerstaking op dezelfde Brink. Niet bij de Bieb maar bij het gerechtsgebouw. Daar kwam Hanneke ook vaak met haar hondje. Inmiddels wist heel Deventer dat ik een dochter heb, ook al ging ze dóór voor de dochter van iemand anders.

Ik moet denken aan het bord van het huwelijk van mijn ouders. Wat God verbonden heeft scheide geen mens, iets dat meer zou moeten opgaan voor ouder-kind relaties dan voor huwelijken. Zang verbindt me met mijzelf, en mijzelf met mijn kinderen.

Dit blog schreef ik vorig jaar bij het vertrek van buuv Hanneke

over de Raad voor de Kinderbescherming en liedjes zingen

Vaderschapsdiscriminatie

23 november 2010

“Op een mooie pinksterdag” is volgens filosoof Ger Groot het aangrijpendste Nederlandse vaderlied. Het is het lied van “Vader is een nul en vaders is een hypocriet” en ’Vader is er enkel en alleen maar voor de centen/en de rest is flauwekul.’ Vaders hebben zich volgens Ger te laks gedragen onder de overheersende moedercultuur.

Een prachtig artikel van Ger Groot in de Trouw van afgelopen weekend rakelt stof op. Het artikel is een mooie bewerking van een lezing die Ger hield bij het symposium bij de uitreiking van de vorige vaderdagtrofee. Het geeft goed aan hoe moeilijk de positie van vaders is en hoe ze links en rechts als overbodig worden beschouwd, en hoe onterecht dat is.

Zelf gaf ik op het zelfde symposium ook een lezing, direkt na Ger nog wel. Daarin benadrukte ik de repressieve aspecten, de ontvadering, de vaderdiscriminatie. Als ik daar ter plekke een liedje aan had gekoppeld dan was dat wellicht Medea geweest van Joop Visser.

Hij kan z’n vader niet meer zien
Hij kan z’n vader niet meer horen
Hij kan z’n vader wel vergeten
Hij heeft z’n vader al verloren
Omdat z’n vader plundert
Omdat z’n vader moordt
En omdat z’n vader niet meer van ‘m houdt
Omdat z’n vader slecht is
Omdat z’n vader weg is
En gewoon omdat z’n moeder met een anders is getrouwd

Wat ook Ger dus vergeet is de bikkelharde vaderschapsdiscriminatie waarbij wetenschappers om het hardst roepen dat vaders er niet toe doen, extreem-feministen dat vaderschap slecht is en in de praktijk in elk gevecht het onder die condities onmogelijk blijkt om een onvoorwaardelijk vaderschap uit te oefenen. Of je nou feministisch aangepast bent of niet. Of je de helft van de zorg deed of niet.

Autoritatief vaderschap wordt als paternalistisch dominant en dus slecht weggezet. Als je daarvoor gáát liep je de laatste decennia een flink risico dat je vrouw opstapte met alle nare gevolgen van dien. In bijna de helft van de gevallen kon je het contact met je kinderen wel schudden. Maar ook de aangepaste mannen/vaders werden op den duur als compleet overbodig de hoek in geveegd. Vaderzijn bestond niet of was slecht. En autonoom vaderschap al helemaal niet. En die tijd is nog lang niet voorbij.

Natuurlijk ben ik het met Ger eens dat mannen zich wat minder slap op moeten stellen. Maar hij zou zich moeten beseffen dat kinderen een machtsmiddel tegen vaders zijn geworden. Dat klinkt heel erg en dat is het ook. Als maatschappij kijken we liever niet in die beerput van conflicten die zich rond kinderen afspelen. “Ze zullen het wel allebei schuld zijn”, en “waar rook is is vuur”.

Als er dan toch vuur is, laten we dat vuur in onze stem in onze harten spreken, laten we die toorn verkondigen. Laten we een einde maken aan vaderschapsdiscriminatie.

Het artikel van Gert
muziek bij vaderschap
Medea van Joop Visser; hele tekst

%d bloggers liken dit: