Home
Wayback Machine
DEC feb MEI
Previous capture 15 Next capture
2003 2005 2006
20 captures

6 jun 02 – 27 mei 08
sparklines
Close Help


Dit dossier is in een concept-versie op 26 november 2001 toegezonden aan dhr. R. E.F.M. Nijhof, directeur van de raad voor de kinderbescherming en aan Mr. D.G. Lasschuit, vertegenwoordiger van zowel dhr. R.A.R. Bullens als de stichting FORA, teneinde hen de gelegenheid te bieden inhoudelijke onjuistheden te corrigeren.
Alleen Van dhr. Nijhof ontvingen wij een reactie, waarvoor onze dank. Wij hebben zijn opmerkingen in dit dossier verwerkt daar waar wij dat relevant achtten. Zijn reactie is daarnaast integraal bijgevoegd 01]. Vervolgens is op 31 december 2001 een tweede concept aan betrokkenen gezonden. Daarop zijn geen correcties meer ontvangen. Het dossier is op 15 februari 2002 aangeboden aan de Tweede Kamer A3], de minister van Justitie A1], de minister van VWS A2] en de Nationale Ombudsman. Naar aanleiding daarvan is een persbericht A4] gepubliceerd.

Dit dossier is in twee uitvoeringen uitgegeven: als gedrukt exemplaar en als web-publikatie. De laatste biedt de mogelijkheid simultaan kennis te nemen van de hoofdtekst, voetnoten en bijlagen. Het volledige dossier inclusief voetnoten en bijlagen kan ook als PDF bestand vanaf de website worden gedownload en/of afgedrukt (klik hier)


De raad voor de kinderbescherming, onderdeel van het Ministerie van Justitie, maakt gebruik van externe onderzoeksbureaus, waaronder FORA.
De zich “onafhankelijk” noemende stichting FORA is feitelijk niet anders dan een geprivatiseerd onderdeel van datzelfde ministerie, want men doet uitsluitend onderzoeken voor Justitie. FORA telt dan ook medewerkers die voorheen bij Justitie werkten en andersom. Datzelfde geldt voor het bestuur van de stichting FORA. Waar ook de omzet van de stichting FORA vrijwel geheel bestaat uit opdrachten van Justitie, is de onafhankelijkheid van de stichting dus ver te zoeken. 

Toch weet dit instituut zich volledig te onttrekken aan enige vorm van overheidstoezicht. Dit vormde voor ons de reden deze stichting nader tegen het licht te houden. Enkele schandalen waar FORA reeds vanaf zijn oprichting in is verwikkeld, gaven daarnaast aanleiding op 30 juli 2001 bij de hoofdofficier van Justitie in A’dam aangifte te doen van malversaties bij de stichting 02]. In dit dossier gaan wij nader op ook deze feiten in.


FORA is een stichting die volgens eigen zeggen is opgericht op 1 januari 2001 en in elk geval sinds die datum actief is. In juni 2001 bleek de stichting echter nog steeds niet te zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ook was er geen klachtreglement, noch een klachtencommissie. De inschrijving bij de Registratiekamer ontbrak, een bestuur was niet benoemd en statuten waren er evenmin. Nadat SOS-Papa hierover het ministerie informeerde werd op 27 juni 2001, na spoedoverleg op het ministerie dat twee dagen daarvoor plaats vond, in alle haast alsnog aan de belangrijkste vereisten formeel voldaan 03]. In november 2001 werd de directeur van de raad voor de kinderbescherming, dhr. Nijhof, door de klachtencommissie van de raad berispt voor zijn onzorgvuldigheid en nalatigheid in deze 04]. 

De Stichting FORA presenteert zich tegenover de één als een fusie van twee voordien naast elkaar werkende bureau’s ‘PPPAR’ en ‘ABJ’, tegenover de ander als een samenwerkingsverband van deze twee bureau’s. Volgens de (inmiddels) bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde statuten 05] van de stichting FORA is geen van beide het geval. FORA is louter een voortzetting van de stichting ABJ onder een nieuwe firmanaam. Dit werpt een vreemd licht op de handelwijze van de Stichting Rijnhove (een instelling met kindertehuizen), de formele eigenaar van het onderzoeksbureau ‘PPPAR’ dat – overigens onder de toepasselijke naam ‘Horizon’ – aanvang 2001 alle PPPAR dossiers heeft overgedragen aan FORA 06]. Aangezien PPPAR en FORA officieel niets met elkaar van doen hebben, is de handelwijze van de stichting Rijnhove, al dan niet optredend onder de naam ‘Horizon’ volgens de wet verboden. De overdracht van persoonlijke dossiers van ouders en kinderen door Rijnhove aan FORA is illegaal en voldoet evenmin aan het gestelde in de WBP (wet bescherming persoonsgegevens).
Wij vroegen dhr. Bullens, directeur van FORA, op 28 oktober 2001 of zijn nieuwe stichting nu wel of niet tevens een voortzetting van het PPPAR is. Dhr. Bullens kon ons daar niet aanstonds op antwoorden maar zou dat halverwege november alsnog doen 07]. Tot heden hebben wij geen uitsluitsel over deze eenvoudige vraag van hem ontvangen. Dat verbaast ons niet, omdat uit het voorgaande blijkt dat FORA zich niets gelegen laat liggen aan wet en regelgeving.


De eerste externe bureaus waarvan Justitie gebruik maakte, waren het PPPAR (Psychiatrisch Psychologisch Pedagogisch Adviesbureau Randstad) met vestigingen in Rotterdam, Alphen (later Utrecht) en Tilburg, het MWKJ (Multidisciplinair Werkverband Kinderen en Jeugdigen) in Amsterdam en het ABJ (Ambulant Bureau Jeugdwelzijnszorg) in Leiden. Deze bureaus werden direct na oprichting voorzien van vele opdrachten, hoewel hun deskundigheid nergens uit was gebleken en hun ondeskundigheid al snel aan het licht trad. Capabele en zichzelf respecterende medici, psychologen etc. lenen zich er namelijk niet voor om hun (para-) medische beroep uit te oefenen in een oneigenlijke juridische context. Reeds in 1991 leidde het falen van de bureaus tot voorpaginanieuws in het dagblad De Telegraaf 08]. In 1994 werd mevr. Asscher-Sonius (oprichtster MWKJ) lid van het college van toezicht van het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) en ging haar MWKJ op in het PPPAR, een onderdeel van de stichting Rijnhove en opgericht door de arbeidspsychologe mevrouw Ina Punt. Deze Punt was voordien ook al werkzaam voor de stichting Rijnhove, waar destijds ook dhr. Ruud Bullens werkte. Tussen hem en mevr. Punt ontstonden meningsverschillen, waarna Bullens samen met mevr. Regina Rijpstra en dhr. Ad van Vark het ‘ABJ’ oprichtte, een equivalent van het PPPAR.
De zogenoemde samenvoeging dan wel samenwerking anno 2001 tussen ‘PPPAR’ en ‘ABJ’ in FORA is dus in feite een overwinning voor dhr. Bullens, die met zijn van het PPPAR afgesplitste ABJ uiteindelijk aan het langste eind heeft getrokken. Hij heeft de ‘privatisering van Justitie’ op deze wijze gemonopoliseerd in FORA, waarover hij de directie voert. Dat hij bij dit streven intussen werd ingehaald door de wet op de economische mededinging die een dergelijke monopolievorming niet meer toestaat, is kennelijk noch tot hem, noch tot het ministerie doorgedrongen. De Raad en de instellingen voor Jeugdzorg handelen ons inziens met hun nagenoeg exclusieve gunningspraktijk aan FORA in strijd met deze wet 09]. Justitie als uiteindelijk financier dient zijn geraamde jaarlijkse quantum aan onderzoeken tenminste openbaar aan te besteden.
Vele deskundigen staan thans uitgerangeerd aan de zijlijn, louter omdat FORA onder protectie van topambtenaar Liesbeth Scheij op het ministerie van Justitie het tot de monopolist van het extern deskundigen onderzoek in ons land heeft kunnen brengen. 

Zowel het PPPAR als het ABJ werden tijdens hun bestaan veelvuldig aangeklaagd door ouders (gesteund door hun vertegenwoordigende organisaties) die zich onheus of onrechtmatig behandeld achtten. In 1994 werd aangetoond dat rapporten met specifieke conclusies over ouders op bestelling van de raad werden geleverd 10]. De Raad vroeg dan om een rapport waarin één van de ouders van een kind werd gediskwalificeerd, en de “onafhankelijke” onderzoeksinstituten leverden zo’n rapport dan gedwee. Mevrouw Punt moest uiteindelijk zelfs toegeven dat dit de gangbare werkwijze was 11]. In de uitzending “Rapport op bestelling” van het televisieprogramma ‘Twee Vandaag’ zijn op 13-08-2001 opnieuw deze beschuldigingen geuit. Noch de Raad, noch FORA wilden daar voor de camera enig commentaar op geven. 

Ook werden bij de raad ingeleverde onderzoeksrapporten achteraf op verzoek van de raad veranderd. Passages waarin correct werd aangegeven wat er aan de hand was met het betreffende kind en diens ouders, werden in opdracht van de raad uit het rapport gehaald. Ook werden deskundigen zoals psychiaters in rapporten opgevoerd die in werkelijkheid van niets wisten, en op geen enkele wijze bij de totstandkoming van deze rapporten waren betrokken 12]. Deze schandelijke praktijken zetten zich nu al een decennium voort zonder dat de overheid ingrijpt. Nog in het voorjaar van 2001 werd een psychiater werkzaam voor FORA voor de derde achtereenvolgende keer voor deze malafide handelwijze veroordeeld door het Medisch Tuchtcollege 13].

Voor het ABJ van dhr. Bullens werkte een psychiater die zelfmoord pleegde nadat uit kwam dat hij zich aan patientjes had vergrepen 14]. Ook de aanstichteres van de beruchte ‘Bolderkar-affaire’ die vele ouders en kinderen zeer ernstig dupeerde, werkte voor datzelfde ABJ 15]. Bullens zelf had een tot heden niet-opgehelderde bemoeienis met de beruchte “affaire Lancée”. Het Openbaar ministerie noemde hem in de aanklacht tegen Lancée wel als geraadpleegd deskundige, maar in het dossier van het OM viel geen enkel onderzoek van zijn hand aan te treffen.   

Uit klachten van ouders bleek ook dat beide bureau’s zich bedienden van testmethoden bij kinderen die wetenschappelijk volstrekt onverantwoord waren 16]. Kinderen werden tijdens onderzoeken bovendien buitensporig onder druk gezet of anderszins gemanipuleerd. En als dat niet hielp, werden testresultaten achteraf aangepast aan de gewenste uitkomst van de test. Ook dat gebeurt tot op de dag van heden 17]. 

In 1996 leidden de vele klachten van ouders en hun belangenbehartigers tot het wettelijk recht op contra-expertise, nadat Kamerleden enkele jaren achtereen waren geinformeerd en uiteindelijk gealarmeerd raakten. Sindsdien veranderden de praktijken van PPPAR en ABJ echter geenszins. Men meent nu (ook bij wat inmiddels FORA heet) zelfs een uitstekend excuus te hebben als de zoveelste onrechtmatigheid aan het licht komt: “u kunt als ouder toch een contra-expertise aanvragen?”  18]. De mogelijkheid van contra-expertise of “second opinion” is echter uiteraard nooit bedoeld als vrijbrief om ondeugdelijk onderzoek te blijven verrichten. Het tekent de mentaliteit van de onderzoekers en de directie van FORA dat zij stelselmatig de mogelijkheid van contra-expertise in het geding brengen zodra zij worden aangeklaagd. Wat zij daarbij bovendien “vergeten”, is dat die contra-expertise als regel door de ouder zelf dient te worden bekostigd. Alleen zeer draagkrachtige ouders zijn daartoe in staat.

In 1994 besloot de staatssecretaris van Justitie dhr. Mr. A. Kosto onder grote druk van de Tweede Kamer tot het instellen van dwingende richtlijnen voor onderzoeken door de raad en de externe bureaus. In de “Commissie Dekker” die deze richtlijnen moest opstellen werden precies die hoofdrolspelers benoemd die verantwoordelijk waren voor de vele onrechtmatigheden die de jaren voordien aan het licht waren gebracht. De ouders en hun vertegenwoordigers werden niet in de commissie uitgenodigd.

De werkzaamheden van de Commisie Dekker leidden in 1996 tot de bekende “richtlijnen voor het (laten) verrichten van extern deskundigenonderzoek”. Deze richtlijnen werden in 1999 geëvalueerd door de B&A Groep. In de begeleidingscommissie onder voorzitterschap van J.E. Doek (een naaste collega van FORA directeur Bullens aan de VU) waren de ouders ditmaal vertegenwoordigd door één persoon (Ipe Smit, mede-auteur van dit dossier). Hij had echter weinig invloed op deze evaluatie omdat hij door het ministerie van Justitie werd tegengewerkt nadat hij methodologische fouten en manipulatie van gegevens door de B&A Groep aankaartte 19].
Per 1 april 2001 is tevens een dwingende richtlijn voor onderzoeken van de raad voor de kinderbescherming van kracht onder de naam “Normen 2000’ 20]. Nieuwe richtlijnen voor extern deskundigenbureaus, hoewel dringend noodzakelijk, zijn sinds 1996 nog niet gemaakt (zie verder paragraaf 9). 


Wie op de internet-zoekmachine Google de naam “Bullens” opgeeft, ofwel “Rudy Alexander Roger Bullens” , loopt een veelzijdig man tegen het lijf. De ene keer is hij “orthopedagoog”. De volgende keer is hij “gezondheids – psycholoog”. Dan weer is hij “professor in de forensische diagnostiek”, “kinderpsycholoog”, “sexuoloog” of “psychotherapeut”. Ook is hij “hoogleraar familierecht” dan wel “hoogleraar in de psychiatrie” of “hoogleraar forensische kinder- en jeugdpsychologie”. Daarnaast zult u hem als expert tegen komen in de begeleiding van delinquenten die zijn veroordeeld voor delicten met een sexuele component. Op het internet staan beschrijvingen van deze therapie die het ergste doen vermoeden. Wij hebben op dit terrein geen deskundigheid. Personeel van Bullens stelt dat wellicht geen enkele therapie enig nuttig resultaat oplevert. 21].
Bullens treedt daarnaast ook nog met regelmaat op als deskundige bij rechtzaken over incest en ander sexueel misbruik. Een nuchtere Zeeuwse redacteur van de Prov. Zeeuwse Courant wist onlangs de twijfelachtige waarde van Bullens’ deskundigheid adequaat te omschrijven, doch ook Bullens zelf schept voldoende duidelijkheid over zijn kwaliteiten in deze 22]. 

Hoewel dhr. Bullens de titel “professor” in twee studierichtingen aan de Vrije Universiteit voert, is onduidelijk welke diploma’s in welke studierichtingen hij feitelijk bezit 23]. Al even onduidelijk is zodoende de status van zijn inschrijving in het BIG-register en zijn expertise in de forensische diagnostiek. Wel is bekend op welke manier hij professor is geworden.
In 1997 heeft Bullens de “landelijke vereniging extern deskundigenbureau’s” 24] opgericht. Deze vereniging telde naar eigen zeggen twee leden: het PPPAR en het ABJ (nu dus waarschijnlijk maar één lid: FORA) 25]. Aangezien het PPPAR noch een rechtspersoon, noch een natuurlijk persoon was, bestond de vereniging de jure ook al bij oprichting slechts uit één lid: de stichting van Bullens zelf.
Spoedig na de oprichting heeft deze vereniging een aanbod gedaan aan het college van bestuur van de Vrije Universiteit van Amsterdam: zou het college er voor voelen indien de vereniging een leerstoel in de forensische diagnostiek zou bekostigen? Nu, daar had dat college wel oren naar. De Vereniging Extern Deskundigenbureau’s liet er vervolgens geen gras over groeien en plaatste op 11 april 1998 een advertentie 26] in de landelijke dagbladen, waarin de vacature werd gemeld voor een hoogleraar in de forensische diagnostiek aan de Vrije Universiteit, in deeltijd voor één dag in de week, de onkosten te voldoen door de Vereniging Extern Deskundigenbureaus.

De lezer mag driemaal raden wie de vereniging na die advertentie tot hoogleraar heeft benoemd: Ruud Bullens. En u weet nu ook hoe het komt dat Bullens zich sinds ruim een jaar professor mag noemen. Het College van Bestuur van de Vrije Universiteit werd overigens tijdig gewaarschuwd voor het feit dat hier een privé-persoon zijn eigen professoraat kocht 27].  

Ooit kwam de toenmalige CNV vakbondsleider Mertens met een lijstje van 200 personen die in de Nederlande economie de dienst uitmaakten 28]. Het voert in het kader van deze analyse van FORA te ver om “de vijfentwintig van Bullens” te noemen, hun antecedenten, hun onderlinge verwevenheid, het stuivertje wisselen, de deelneming aan elkaars stichtingen en het bezetten van sleutelposities in elkaars bolwerken. Een hele ordner zou kunnen worden gevuld met kinderrechters, advocaten, rechters commissaris en directeuren van de raad voor de kinderbescherming die deel uitmaken van Bullens’ netwerk. Deze database van onderlinge connecties die momenteel wordt samengesteld vormt een hoofdstuk apart 29]. Wij willen ons hier evenwel beperken tot de analyse van de werkwijze bij FORA als onderzoeksbureau van Justitie en de gezinsvoogdij-instellingen.


FORA is niet wetenschappelijk gefundeerd maar louter politiek-ideologisch, volgens het aloude adagium “wiens brood men eet, wiens woord men spreekt”. Het bureau is commercieel zo succesvol omdat opvatting en werkwijze volledig tegemoet komen aan de heersende ideologie binnen het ministerie van Justitie en de rechterlijke macht. Deze ideologie staat op zeer gespannen voet met zowel de politieke concensus, het internationaal recht alswel breed gedragen maatschappelijke opvattingen. Om het anders te zeggen: FORA is de trouwe steunpilaar onder een verkalkt en archaisch rechtssysteem dat grote moeite heeft zich aan te passen aan de samenleving van vandaag. 

Deze achterhaalde, en daarom steeds krampachtiger gehandhaafde ideologie is wellicht nog het beste verwoord door dhr. Bullens zelf, toen deze in augustus 2001 door journalisten van het Dagblad Trouw en Het Parool werd ondervraagd naar aanleiding van malversaties bij FORA. Bullens wilde op de aan het licht gebrachte feiten op geen enkele wijze ingaan, maar gaf en passant wel als zijn opvatting: “Een rechterlijke beslissing is altijd een nul-één uitspraak. Er is altijd iemand die zich tekort gedaan voelt.” 30].

Deze uitspraak verraadt de kern van het gedachtengoed bij FORA en diens directeur. Waar de Europese Unie en ook de Nederlandse wetgever er alles aan hebben gedaan om in wet- en verdragsteksten vast te leggen dat een kind recht heeft op een ongestoord family life met zijn beide biologische ouders, is volgens de opvatting van Bullens bij de rechter altijd sprake van een één-nul situatie. Voor zover hij één van de beide ouders met die nul bedoelt, dan al getuigt zijn uitspraak van minachting voor het respecteren van dit family life. Te vrezen valt echter dat zijn nul op het kind slaat, dat onherroepelijk door hem uit zijn rechten wordt gezet door dit onderzochte kind stelselmatig te scharen onder de in de wet veel te vaag omschreven uitzonderingsbepalingen, op grond waarvan dat kind verstoten wordt van één van zijn ouders, of zelfs beide. Om deze grove inbreuk op family life te bewerkstelligen doet Bullens zogenaamd medisch en psycho-sociaal onderzoek en komt dan tot conclusies van dat onderzoek die juridisch van aard zijn. Het Medisch Tuchtcollege staat dit uiteraard niet toe, maar FORA trekt zich van de disciplinaire rechtspraak niets aan. Aan clienten wordt de uitslag van het medisch en psychologisch onderzoek zonodig uitgelegd met het burgerlijk wetboek letterlijk in de hand 31]. 

De meeste Nederlandse kinderrechters denken niet anders dan Bullens. Toch dient men een onderscheid te maken tussen Bullens en deze kinderrechters. De laatsten doen niet anders dan “recht spreken” op grond van zogenaamd wetenschappelijk verantwoord en waardenvrij onderzoek door dhr. Bullens, vervat in FORA adviezen. De rechters gebruiken Bullens, maar Bullens misbruikt de wetenschap met zijn pseudo-onderzoeken, om vervolgens de adviezen te kunnen leveren die bij de gemiddelde kinderrechter zo in de smaak vallen. 

De kinderrechter wast bij al die uitgesproken één-nullen dus de handen formeel in onschuld, omdat professor Bullens zowel de bal in trapt, het speelveld onderhoudt en scheidsrechter tegelijk is: hij levert het materiaal aan op basis waarvan de rechter niet anders dan een één-nul uitslag kan laten volgen. Dat Bullens deze voorgebakken uitslagen alleen kan produceren door broddelwerk en frauduleus geknoei met zijn rapportages, dat gaat (tot heden) aan de beoordeling door die rechters zogenaamd voorbij. Zij hebben, al dan niet via de raad voor de kinderbescherming, het probleem ten slotte niet voor niets voor nader onderzoek en advies uitbesteed aan de zelfbenoemde professor. Zelf achten zij zich niet terzake kundig. Dat de rechterlijke macht met deze insteek zijn onafhankelijkheid volledig heeft prijs gegeven, schijnt de kinderrechters als vertegenwoordigers van die rechterlijke macht niet te deren, ook al stelt het Europees Hof dat men zich niet achter de (on)deskundigheid van die extern deskundigen mag verschuilen 32]. Intussen toont deze degeneratie van de onafhankelijke rechtspraak onverbloemd aan hoezeer de statuur van de familierechter gedurende het laatste decennium in ons land is geërodeerd 33]. Waar is nog de kinderrechter die zelf bij het kind thuis eens poolshoogte neemt? En waarom houden kinderrechters zich zo dom, zodat zij voor ieder wissewasje professor Bullens op laten draven? Beseffen zij wel dat zij de rechtspraak inmiddels volledig in handen hebben gelegd van een private uitvoerende macht? (zie verder paragraaf 7)   

De vader of moeder die tijdens de zitting het broddelwerk van FORA aan de kaak wil stellen, krijgt zodoende door de rechter toegesnauwd: “u denkt toch niet dat u het beter weet dan professor Bullens?”. Hoe zou een eenvoudige vader of moeder zich moeten beschermen tegen dit gesloten bolwerk van rechter en professor, dat één-nullen wenst te blijven produceren door de ene ouder tijdens “het onderzoek” moedwillig tegen de andere op te zetten, zodat de onderzoekers zelf het belang van het kind grote schade toebrengen?  Het is een schier onmogelijke taak dit van zo’n ouder te vergen. En voorzover het al een enkele ouder mocht lukken om de opgeblazen ballon leeg te prikken, volgt onmiddellijk het verweer “dat het hier slechts een incident betreft” 34].  Wij zullen in de volgende paragraaf aantonen dat het tegendeel het geval is. Bullens’ één-nul wordt iedere keer weer met exact dezelfde bedrieglijke middelen geproduceerd.

Er is een belangrijke oorzaak voor het feit dat de “heersende orde” alleen nog kan worden gehandhaafd met fraude en ander geknoei 35]. Die heersende orde is namelijk in brede kringen al zodanig als ireëel ontmaskerd, dat in toenemende mate “kunstgrepen” noodzakelijk zijn om deze middels schertsonderzoeken toch in stand te kunnen houden 36].

7.1 Machtsmisbruik 
Ouders en kinderen die door FORA worden onderzocht, werken meestal gedwee mee aan al datgene dat van hen tijdens het onderzoek wordt verlangd. De oorzaak daarvan ligt voor de hand: de meeste ouders koesteren de verwachting dat hun situatie zorgvuldig in beeld zal worden gebracht. Zodra zij merken dat hun verwachtingspatroon aan diggelen valt, vrezen deze ouders dat zij zullen worden gestraft als zij kritiek uiten 37]. De rapportage over hen zal negatiever zijn als zij zich weerbaar tonen tegenover deze macht. Dat zal dan zijn weerslag hebben op de mogelijkheid om omgang met hun kinderen te houden. Omdat zij die omgang uiteraard niet op het spel willen zetten, ontvangt FORA ouders die zeer eenvoudig zijn te intimideren en manipuleren, doen wat hen wordt gevraagd en geen kritische vragen durven te stellen.

7.2 De onderzoeker als rechter
Deze situatie wordt door medewerkers van FORA maximaal misbruikt. Ouders wordt bij het eerste contact al nadrukkelijk gesuggereerd dat de bevindingen van FORA ook de bevindingen van de rechter zullen zijn. Helaas is dit – tot schande van de gedegenereerde rechtspraak bij de familiekamers – in de praktijk maar al te zeer waar 38]
. Het nuttig effect voor FORA is echter, dat men zich bij aanvang van het onderzoek jegens de ouders al benoemt in de rol van scheidsrechter. En wie tegen de scheidsrechter is, mag – zo men weet – het veld verlaten omdat het uitsluitend de scheidsrechter is die de macht en bevoegdheid bezit om spelers te diskwalificeren. Met dit mechanisme creëert FORA maximale bewegingsvrijheid voor zichzelf, maar introduceert het instituut ook de eerste ernstige bias in het onderzoek dat men houdt.   

7.3 Manipulatie van de vraagstelling bij onderzoek
FORA volgt een vast stramien bij ieder onderzoek inzake kwesties van gezag en omgang. Indien nodig worden eerst de aan FORA gestelde vragen zodanig in onderlinge afstemming met de opdrachtgever gewijzigd, dat een onderzoek plaatsvindt zoals FORA dat wenselijk acht. 

7.4 Manipulatie van de onderzochten
Is de vraagstelling vervolgens zoals FORA deze wil hebben (er zijn dan soms zestien weken verstreken bij een onderzoek dat binnen tien weken al volledig afgerond had moeten zijn 39]), dan is de volgende stap in het stramien een gesprek met de ene ouder en een gesprek met de andere ouder. Beide gesprekken worden niet op video opgenomen, maar wel in een uiterst tendentieus schriftelijk verslag genoteerd. Waar men tijdens het gesprek al manipuleerde door relevante vragen niet te stellen en te weigeren kennis te nemen van ingebrachte bewijsstukken, weet men in de verslaglegging een volstrekt fictief beeld te schetsen van de betreffende ouder, de problematiek zoals deze ouder die ervaart en de gedragingen en intenties van deze ouder. Wat men in feite doet, is van aanvang af ongegeneerd toeschrijven 40] naar een (vooraf) bepaalde uitkomst van het onderzoek, in plaats van te onderzoeken aan de hand van vastgestelde en openbare protocollen.

De gespreksverslagen worden niet naar beide ouders gestuurd voor commentaar. Hier hanteert FORA het ultieme ‘verdeel en heers’: moeder krijgt alleen het verslag van het gesprek met haar te zien en hetzelfde geldt voor vader.
Beiden mogen op het verslag reageren, maar wij hebben nimmer meegemaakt dat dat verslag daardoor inhoudelijk werd gewijzigd. De teneur blijft immer dezelfde en de (dan nog onuitgesproken) conclusies al evenzeer 41]. Deze werkwijze komt overeen met die van de raad voor de kinderbescherming en is  in strijd met het Mantovanelli Arrest van het Europees Hof 42]. Zie verder paragraaf 9.4   

7.5 Manipulatie van de interactie observatie
De volgende fase is “de interactie-observatie”. Hierbij hanteert FORA methoden die iedere serieuze wetenschapper in lachen zal doen uitbarsten. De eerste bias bestaat eruit dat men de agenda van de interactie-observaties zodanig weet te manipuleren, dat de ouder die door FORA de nul is toebedacht de meest ongunstige positie op de agenda inneemt. De tweede bias bestaat eruit dat de onderzoeker zelf bij voortduring intervenieert in de interactie en deze op grove wijze naar zijn hand zet. De derde bias wordt gecreëerd door het kind meermalen dezelfde opdrachten te geven, tijdens meerdere observaties maar bij wisselende ouders. Men gaat er daarbij aan voorbij dat het kind wellicht onder dwang wel zesmaal dezelfde FORA puzzel wil leggen in hetzelfde FORA kamertje, maar dat het vervolgens niet aan de ouder achter in de reeks van observaties ligt dat dit kind bij hem geen enkele belangstelling meer voor dat FORA puzzeltje toont. Toch meldt FORA in zo’n geval dan: “tijdens de interactie met vader gehoorzaamt het kind niet aan de gestelde opdrachten, terwijl het dit bij moeder wel doet”.
Vader is intussen geheel onwetend van het feit dat zijn kind die FORA puzzels al vaker heeft gezien, als ook de FORA dame die aanwezig is, de FORA zandbak, het hele FORA kamertje en alles wat FORA voorts heeft klaargezet: de vierde bias bestaat derhalve uit een ontoelaatbare manipulatie van de nul toebedachte ouder tijdens deze interactie – observaties. Alsof dat nog niet voldoende is wordt ook het kind zelf gemanipuleerd. Desnoods komt een tweede dame van FORA tijdens de interactie-observatie inbreken om zelf even namens FORA een hoogstpersoonlijke interactie met het kind aan te gaan, de ouder verbouwereerd terzijde schuivend: de vijfde bias.

Omdat men ook bij dit onderdeel van het onderzoek verzuimt de video te laten meedraaien, zodat een second opinion al bij voorbaat is uitgesloten, kunnen vervolgens schriftelijk verslagen van deze interactie-observaties worden geschreven die de waarheid ernstig geweld aan doen. De apparatuur is overigens wel aanwezig. Het is daarom des te vreemder dat deze zelden tot nooit wordt gebruikt. Het kan ook zijn dat de apparatuur wel degelijk wordt gebruikt, maar dat men daarvan de ouders (en de rechter) onkundig houdt.
In feite vormt deze werkwijze een vrijbrief om n’importe wat in het verslag ten berde te brengen. Dat gebeurt dan ook en dat vormt de zesde bias in het onderdeel “interactie-observatie”. 

Geheel los van het bovenstaande rijst uiteraard de vraag wat men meet indien men bijvoorbeeld een kind met zijn vader in contact brengt op een kantoortje van FORA, nadat die vader en dat kind elkaar al een jaar lang niet hebben gezien omdat moeder hen de relatie heeft verhinderd (hetgeen de reden vormde het onderzoek te gelasten). Feitelijk creëert men hier een experimentele situatie van een onethische categorie: nadat kind en ouder langere tijd gedwongen zijn gesepareerd, brengt FORA hen pardoes in een hokje samen met de opdracht om gedurende een half uur een paar puzzels te leggen en de aanwezige zandbak te verkennen. Toch weet FORA uit dit barbaarse en ons inziens ontoelaatbare experiment van dertig minuten wel degelijk algemene conclusies te trekken in de trant van: “vader stelt te weinig grenzen aan zijn kind, en is dus minder bekwaam in de opvoeding dan moeder”. Deze en dergelijke gefingeerde conclusies zullen vader vervolgens nog vele jaren door diverse rechters worden nagedragen.Telkens weer blijkt dat de meest verstrekkende conclusies zijn gebaseerd op pure verzinsels van de onderzoeker, waaraan geen enkele valide bewijslast ten grondslag ligt. Toch krijgen ouders en kinderen op grond van deze conclusies levenslang.

De interactie-observatie is voor FORA het middel bij uitstek om te komen tot stellige adviezen over de “geschiktheid als ouder”. Waar deze observaties op geen enkele wijze voldoen aan normatieve criteria en de betrokkenen inclusief het kind in kwestie hevig worden gemanipuleerd, rijst de vraag waarom deze vorm van onderzoek niet allang is getoetst aan normen van wetenschappelijke zorgvuldigheid en validiteit, opdat kon worden vastgesteld dat het op deze manier toch echt niet kan. Wij komen hier in paragraaf 9 op terug. 

7.6 Manipulatie van de psychologische tests
Het voor FORA meest precaire onderdeel van het onderzoek vormen “de vragenlijsten”. Deze betreffen een gestandaardiseerde persoonlijkheidstest: de VKP 43]. Aan beide ouders wordt gevraagd de vragenformulieren in te vullen. Vervolgens worden de testresultaten verwoord en verwerkt in de eindrapportage van FORA.

Men zou veronderstellen dat dit onderdeel van het onderzoek in elk geval tot controleerbare conclusies zou moeten leiden. Toch weet FORA ook hier de resultaten onbeschaamd te manipuleren. Een paar voorbeelden: de ene ouder dient de test binnen twintig minuten af te ronden, de andere ouder mag de vragenlijsten mee naar huis nemen en drie weken later inleveren 44]. Een ouder is de Nederlandse taal niet goed machtig: een mevrouw van FORA leest de vragen voor en vult zelf de antwoorden in 45]. Iedereen die op de hoogte is van de setting waarin VKP tests dienen te worden afgenomen en de inhoud van de VKP test, weet nu reeds dat meer voorbeelden niet nodig zijn: FORA manipuleert naar believen de testcondities.

Vervolgens worden ook de testresultaten zo nodig opgeschoond. Ingeval een ouder die door Bullens een nul is toebedeeld zonder een schrammetje de VKP test doorstaat, is er altijd nog de bevinding “dat de antwoorden sociaal wenselijk zijn ingevuld zodat de testresultaten niet zijn meegewogen in de uiteindelijke beoordeling” 46]. Het vergt enige vakkennis om te weten dat er geen wetenschappelijk middel is om te bepalen in hoeverre VKP tests “sociaal wenselijk” zijn ingevuld. Er bestaat zelfs geen enkele definitie van “sociaal wenselijk” en als deze al zou bestaan, dan zou deze iedere drie jaren dienen te worden bijgesteld. Feitelijk stelt FORA met dit oordeel dat de VKP test niet robuust is, terwijl men deze wel in het onderzoek hanteert. Naar believen, wel te verstaan.

De VKP test krijgt ook geen vaste plaats in de eindrapportage. Alleen op plaatsen waar het zo uitkomt, wordt een deel-uitkomst van de VKP test als “bewijs” aangevoerd voor het aldaar gestelde. Hoe de betreffende ouder op alle onderdelen van de test heeft gescoord, blijft onbekend. 

Ons land kent een paar zeer deskundige wetenschappers die hebben doorgeleerd in de VKP test 47]. Het zou van belang zijn indien zij de tweehonderd laatst afgenomen tests, samen met de door FORA daaraan verbonden conclusies en de wijze van concluderen zouden kunnen toetsen. Hoewel zonder hen al is vastgesteld dat FORA met de VKP omspringt zoals het haar goed dunkt, zouden de wetenschappers echter het patroon kunnen achterhalen waarin de door FORA verwoorde resultaten van de VKP test zijn gemanipuleerd om deze te relateren aan de vervolgens door Bullens uitgedeelde één-nul. Wij hebben dit onderzoek niet kunnen houden, omdat ons de middelen daartoe ontbreken en bovendien geen enkele ouder inzage krijgt in de archieven van FORA 48]. Het is privacy-gevoelig materiaal nietwaar? Dat hoef je dus aan niemand af te geven. Anders gesteld: er is niemand die FORA onderzoeken toetst en controleert. Wij komen hier op terug onder paragraaf  9. 

7.7 Nep-psychiatrisch onderzoek
Als ook dit onderdeel achter de rug is, gebeurt er een aantal maanden niets of volgt nog een gesprek met de psychiater. De afgelopen acht jaren was deze psychiater een man die de pensioengerechtigde leeftijd al was gepasseerd bij zijn aanstelling. Hij is op grond van de richtlijnen onbevoegd om het werk te doen dat hij geacht werd te doen 49], maar hij was niet onbevoegd om te doen wat Bullens hem opdroeg: een gesprekje met een ouder voeren en dan weer naar huis gaan 50].

Tijdens dit vrijblijvende gesprekje praat de psychiater met de betrokken ouders wat over de jeugd van hun ouders. Zijn interesse gaat daarna vooral uit naar het vroegere sexleven van de partners. Voor het Tuchtcollege heeft deze psychiater verklaard dat hij in al die jaren bij FORA nimmer de psychiatrische rapportages heeft gezien die FORA aan de rechtbank heeft overlegd, laat staan dat hij deze heeft geschreven. “Ik doe alleen wat door dhr. Bullens van mij wordt gevraagd: ik houd een gesprek en dan ga ik weer naar huis. Ik doe dit werk omdat het voor mij een uitstapje is terwijl het ook nog negentig gulden per uur oplevert. Het is dicht in de buurt en er zijn op die route nooit files, dus het is voor mij een ideale vrijetijdsbesteding” 51].

De laatste keer dat deze psychiater voor het Medisch Tuchtcollege verscheen was in maart 2001. Hij was toen bijna 75 jaar oud en maakte een warrige indruk. De importantie van de zitting ontging hem volledig. “Nee, hij kon de psychiatrische conclusies die in de gewraakte rapportages stonden niet onderschrijven. Die waren ook niet van hem afkomstig. Zelf zou hij heel andere conclusies hebben gesteld”.”Zoals ik al zei”, vervolgde hij, “ik heb nooit enige rapportage gezien, laat staan opgesteld” 52].

Wanneer deze gepensioneerde man in Spanje vakantie hield, werden onderzoeken door FORA geruime tijd uitgesteld “omdat momenteel geen psychiater beschikbaar is 53]”. Als de rechter de omgang tussen kind en vader “voor de duur van het onderzoek” ontzegt, zijn kinderen en ouders door Bullens opzettelijk lang van elkaar gescheiden omdat een onbekwame en voor Bullens slechts als alibi dienende psychiater zijn oude dag elders doorbracht. Wij achten dit een schaamteloze, zo niet criminele handelwijze die van minachting getuigt voor de kinderen en ouders die door Raad of rechter op de wachtstapel” (gehanteerde terminologie 54]) van FORA zijn geplaatst.

Deze incompetente man is door Bullens langer dan acht jaren misbruikt, onderwijl drie veroordelingen door het Tuchtcollege oplopend 55]. Pas na hevige druk van SOS Papa en nadat de landelijke media halverwege 2001 vragen begonnen te stellen, is hij door Bullens in augustus 2001 op een zijspoor gezet omdat de directeur van de raad voor de kinderbescherming dit (plotseling) eiste 56]. Ook toen bleef Bullens nog volhouden dat het een hoogst capabele man betrof die zeer veel onderzoeken voor FORA had verricht. Overigens is de status van deze psychiater binnen de organisatie van Bullens volstrekt onduidelijk gebleven. Bullens zelf houdt bij hoog en laag vol dat de man bij hem in dienstbetrekking was, terwijl Agema zelf voor het  Tuchtcollege het tegenovergestelde beweerde 57]. 

Tot zover het “psychiatrisch onderzoek” door FORA.

7.8 Percepties versus feiten
Het is de opvatting van dhr. Bullens (in navolging van de Raad) dat men uit dient te gaan van “percepties”. Niet de feiten bepalen iemands houding en gedrag, maar de perceptie van die feiten door de betrokkene. Dit leidt tot rapportages waarin FORA deze percepties noteert (of verzint) om deze vervolgens zelf tot autonome feiten op te waarderen, al naar gelang het uit komt. De rapportages bevatten dus wel degelijk een “feitenrelaas”, dat evenwel is gebaseerd op de selectieve overname van percepties. Wie dat feitenrelaas rechtens aantoonbaar kan aanvechten, is bij FORA aan het verkeerde adres. Met “de” werkelijkheid heeft men immers niets te maken? Als ouders daar vervol- gens geen genoegen mee nemen en bewijs- last overhandigen, dan geldt bij FORA de regel dat deze hardnekkig wordt geweigerd. Men hanteert dan als reden dat de door ouders aangedragen informatie van bijvoorbeeld de eigen huisarts “niet in een normatieve setting is vergaard”. Ouders hebben daarna geen enkel middel meer om zich tegen deze gang van zaken teweer te stellen. Klachten over de inhoud van een rapport kunnen niet worden ingediend. Zie verder paragraaf 9.4

Waar FORA percepties doodleuk tot FORA-feiten verheft, achten wij het dringend noodzakelijk dat kinderen en ouders tegen deze evidente vorm van misleiding (van de rechter) tijdig – d.w.z. nog voordat het rapport bij raad of rechter wordt ingediend – effectief verweer kunnen voeren, opdat het “feitenrelaas” van deze Jomanda-achtige vorm van waarheidsvinding kan worden ontdaan. Zulks geldt overigens evenzeer voor Raadsonderzoeken. Het uiteindelijk advies van Raad of FORA is immers ter beoordeling aan de feitenrechter? Thans wordt deze feitenrechter, overigens niet zelden tot eigen genoegen, voorzien van een “feitencomplex” dat hoofdzakelijk is gebaseerd op Raads- en FORA percepties. Zie paragraaf  9.4  

7.9 Onderzoeksduur bepaalt vonnis zonder rechter
Hoewel de minister heeft bepaald dat het gehele onderzoek inclusief rapportage hooguit tien weken in beslag mag nemen 58], duurt het bij FORA stelselmatig aanzienlijk langer. Als de rechter de omgang tussen een ouder en een kind heeft ontzegd gedurende het onderzoek, en die ouder is de ouder die ook de beoogde nul van Bullens zal ontvangen, dan duurt het FORA onderzoek extreem lang. Wij vragen opnieuw onafhankelijke wetenschappers ook hier de correlatie tussen deze twee grootheden exact in grafiek te brengen. Dezelfde manipulatie van de onderzoeksduur vindt overigens ook plaats bij de raad voor de kinderbescherming zelf.

Het gehele onderzoek beslaat bij FORA de facto inclusief tussen- en eindrapportage, administratie en overhead hooguit dertig uren 59] maar duurt vaak vele maanden lang. Volgens de ministeriële voorschriften mag het echter slechts tien weken duren. Gedurende het onderzoek van FORA verkeren de ouders in beklemmende, vaak ondraaglijke onzekerheid. Veelal ziet het kind al die tijd één van zijn ouders niet. Ondanks de dwingende richtlijnen van de minister leunen vrijwel alle kinderrechters daarbij achterover en verlenen aan FORA (via de Raad) keer op keer uitstel, middels zogeheten “pro forma” zittingen, waarover de ouders in strijd met de richtlijnen en normen niet zijn geinformeerd. Zij dragen zelfs geen kennis van het feit van de pro-forma zitting. Zouden zij dat wel doen – hetgeen is voorgeschreven – dan zouden deze pro-forma zittingen werkelijke zittingen kunnen zijn, waarin ouders hun beklag tegen de lange duur van het onderzoek concreet zouden kunnen onderbouwen, bijvoorbeeld door te verwijzen naar overwinterende gepensioneerde psychiaters. Rechter, Raad en FORA onthouden de ouder echter deze mogelijkheid ten enen male. Zie paragraaf 9.5   

Dit uitstel van het onderzoek komt overigens vrijwel nimmer voort uit over- macht, maar wordt moedwillig gecreëerd. Dat heeft een dwingende reden. Het uitstel dient ertoe het kind dat “tijdelijk” de relatie met één van zijn ouders “tijdens het onderzoek” is ontzegd zonder enige vorm van proces gedurende een zo lang mogelijke “onderzoekstermijn” te gewennen aan het feit dat die ouder niet meer in zijn leven is. Waarom doet men het kind dat aan? Omdat men bij de raad en bij FORA zonder vorm van proces en zonder rechterlijke uitspraak van mening is dat het kind beter af is zonder die ouder (de vooraf geconstrueerde een-nul). Maar waar was het onderzoek voor bedoeld? Om rechtens vast te stellen wat goed is voor het kind, om daar vervolgens pas bij uitgesproken beschikking over te oordelen. Niet door FORA, noch door de Raad, maar door de rechter.
En wat stelt de kinderrechter vervolgens, nadat de uitkomsten van het onderzoek eindelijk na anderhalf jaar op de rol staan? “het kind is nu zodanig gestabiliseerd in zijn huidige situatie (bij moeder), dat het ongewenst is daarin alsnog wijziging te brengen”. Lees: het kind is de facto effectief ontouderd van één van zijn ouders en daar laten wij het bij.
Kassa voor FORA: opnieuw heeft een “onderzoek” van Bullens een fraaie één-nul opgeleverd.

Zo schrijft de rechtsgang heden ten dage zijn eigen vonnissen, zonder dat een onderzoek is afgerond en een rechter een letter op papier zet, laat staan een beschikking uitvaardigt. Er is voor kinderen en ouders momenteel geen enkel rechtsmiddel beschikbaar om hiertegen verzet aan te tekenen. De onderzoeken worden namelijk altijd gelast bij tussenbeschikking, waarvan geen hoger beroep mogelijk is. Indien al van een tussenvonnis in hoger beroep kan worden gegaan, nemen rechters in dat geval graag de slotzin op dat hoger beroep pas mogelijk is na de eindbeschikking. Ons inziens is dit, juist door de autonome uitkomst van de duur van de procedure, niet meer of minder dan rechtsweigering.

Neemt men uitsluitend de duur van het onderzoek in ogenschouw, dan is dus al geen sprake van waardenvrij, onafhankelijk onderzoek. Zoals hierboven aangetoond, vormt de duur van het onderzoek de facto namelijk reeds grotendeels de uitslag van het onderzoek. Hoefnagels noemde in een uitzending van Radio 1 op 6 december 2001 het feit dat de raad voor de kinderbescherming er vaak negen maanden of langer over doet om een rapport te produceren “het baren van een satanskind“. De Commissie Wetering II heeft dan ook voorgesteld de termijn voor onderzoek terug te brengen tot maximaal zes weken.

Interesseert men zich wel voor het lot van de kinderen wiens situatie men onderzoekt? Of gaat het bij die één-nul inderdaad louter om de ouders, en wordt het kind waar toch alles om zou moeten draaien in werkelijkheid met het badwater weggespoeld?

Waarom maakt de minister de onderzoekstermijn van drie maanden (Raad) c.q. tien weken (extern deskundigen) niet hard? FORA kan daar makkelijk aan voldoen, omdat het onderzoek daar niet langer duurt dan dertig uren. Verdeeld over drie personen (zoals bij FORA gebruikelijk) zou een advies binnen vijf werkdagen gereed kunnen zijn. Waarom is aan de wanpraktijk van die langdurige onderzoeken niet allang een eind aan gemaakt?


FORA maakt slachtoffers in twee opzichten. Door kinderen en ouders die elkaar al lange tijd niet hebben gezien in een onderzoeksetting bijeen te brengen (“interactie-observatie”) zoals FORA dat doet, pleegt men ronduit kindermishandeling. Deze vorm van “onderzoek” dient zo spoedig mogelijk te worden verboden. Niet alleen levert zulk onderzoek geen enkel verantwoord gegeven op inzake de interactie tussen het kind en deze ouder (en al zeker niet op de wijze zoals FORA dat doet), er zijn bovendien humane methoden voorhanden om daar wel op normatieve wijze iets over te weten te komen.

Het zijn niet uitsluitend vaders die door Fora met een nul worden bedeeld. Ook moeders overkomt dit. Ons inziens berust de systematiek bij FORA erop dat de ouder die inbreuk maakt op de status quo de ouder met de nul moet worden. In de meeste gevallen is dat de vader, omdat hij door zijn ex-partner de omgang met de kinderen is ontzegd en zich heeft verstout om de kinderrechter daarmee lastig te vallen. Zodra echter een moeder zich keert tegen een vader die hetzelfde doet, of tegen een afdeling van Jeugdzorg die het gezag uitoefent, of zich keert tegen een pleegouder die het kind monopoliseert en indoctrineert, dan voorziet FORA deze moeder van een nul 60].

FORA gaat niet uit van de rechten en werkelijke belangen van het kind, maar van de versterking van die partij die al de meeste macht over het kind uitoefent zodra diens situatie door FORA wordt “onderzocht”. De achterliggende gedachte is duidelijk: het “verzet” tegen de reeds opgebouwde machtsposities dient te worden gebroken, zodat degenen die het kind onder hun hoede hebben, of dat nu rechtmatig en voor het kind wenselijk is of niet, in hun positie niet nog langer zullen worden belemmerd. Alleen in extreme gevallen wordt van deze regel “gezag steunt gezag” afgeweken. Voor die extreme gevallen heeft men echter heel FORA niet nodig, omdat zij de eerste de beste wijkagent en AMK vestiging al duidelijk zijn. 

Vele ouders zijn als gevolg van de uitkomsten van de onderzoeken van FORA gestigmatiseerd, niet alleen door de rechter, maar ook in het dagelijks leven: door de ex-partner, buren en vrienden, en vooral door het eigen kind. Zodra professor Bullens met zijn ondeugdelijke onderzoeksmethoden heeft bepaald dat je geen “good enough parent” 61] bent, moet je van goeden huize komen om het tegendeel te bewijzen. Feitelijk is dat onmogelijk. Zodra FORA je heeft gediskwalificeerd als ouder, zul je dat stigma de rest van je leven met je mee moeten dragen.

Het leed dat ouders en kinderen hiermee wordt aangedaan is onbeschrijfelijk en de situatie waarin FORA hen achterlaat is ronduit deerniswekkend. Het is onbegrijpelijk dat niet wordt ingezien welke schade men zonder scrupules teweeg brengt aan het kostbaarste dat in ieder mensenleven telt: de band tussen kinderen en ouders.


Een combinatie van maatregelen is noodzakelijk om FORA (en de raad als opdrachtgever) tot een acceptabele werkwijze te dwingen en de garantie te verkrijgen dat deze werkwijze in de praktijk ook zal blijven worden gevolgd. 

9.1. Overheidstoezicht
Nadat SOS Papa in juli 2001 aantoonde dat dhr. Bullens rapporten met vergaande psychiatrische oordelen over ouders produceert die niet door een psychiater zijn opgesteld en dus op valsheid in geschrifte berusten, begon dhr. Bullens zelf in landelijke dagbladen te roepen om overheidstoezicht op zijn eigen stichting 62].

Dit lijkt wel het minste dat moet gebeuren. Dit overheidstoezicht zou dan dienen te worden verricht door onafhankelijke materiedeskundigen. Met regelmaat zouden steeksproefsgewijs onderzoeken dienen te worden geëvalueerd door een visitatie-commissie, te benoemen door de minister. De leden van deze commissie mogen geen deel uitmaken van de “25 van Bullens” en mogen evenmin een relatie hebben met de raad voor de kinderbescherming en de Jeugdzorg instellingen. 

9.2. Screening medewerkers
Daarnaast dienen alle huidige medewerkers van FORA alsnog door de ministeries van Justitie en Volksgezondheid te worden gescreend op hun bevoegdheid, ervaring en specialisatie, voordat zij bij FORA aan het werk kunnen blijven. Dit dient ook te gelden voor freelancers, tijdelijke medewerkers en uiteraard ook voor toekomstig personeel. 

9.3. Openbaar toegankelijk register
FORA dient daarnaast een voor de onderzochte ouders en hun vertegenwoordigers toegankelijk register bij te houden van alle uitspraken door het Medisch Tuchtcollege en andere klacht-instanties over personen werkzaam bij of voor FORA. Op deze wijze kan worden voorkomen dat – om een voorbeeld te noemen – een psychiater driemaal door het Tuchtcollege wordt veroordeeld zonder dat de onderzochten kennis dragen van de oorzaak daarvan. Kinderen en ouders hebben er recht op precies te weten wie hen onderzoekt. Van een normale arts-patient relatie is immers geen sprake. De arts onderzoekt de ouder of het kind niet omdat dezen daar om hebben verzocht, maar in opdracht van de rechterlijke macht. Hoewel daarbij formeel sprake is van vrijwilligheid van de zijde van de onderzochten, is van deze vrijwilligheid in de praktijk uiteraard geen sprake 63]
. Daar komt nog bij dat de rechterlijke macht tot heden geen benul blijkt te hebben waar men die ouders heen stuurt. Men gaat er ten onrechte klakkeloos van uit “dat het wel goed zal zitten”.  

9.4. Onderzoeksprotocollen
FORA (en andere externe deskundigenbureaus) dienen inzichtelijke en openbare protocollen te hanteren bij het onderzoek dat men verricht. Deze protocollen dienen te zijn goedgekeurd door de KNMG. Tot heden is op dit terrein niets geregeld 64].
Reeds tijdens de opstelling van de richtlijnen voor extern deskundigen onderzoek is er in 1995 en 1996 van diverse zijden al op gewezen dat deze protocollen noodzakelijk zijn 65]. De toenmalige staatssecretaris mevr. E.M.A. Schmitz meende evenwel dat het zelfreinigend vermogen van de beroepsoefenaren een voldoende garantie voor correct onderzoek vormde 66]. Deze inschatting is onjuist gebleken.

Uiteraard dient de clientèle over deze protocollen vooraf te worden geinformeerd, zodat men weet hoe het inhoudelijk verloop van het onderzoek zal zijn en hoe lang dat zal duren. Ouders kunnen dan zelf toezien op de juiste naleving van deze protocollen. 

Een dringend noodzakelijk protocol is het voorschrift dat onderzoekers en andere medewerkers geen mededelingen mogen doen of conclusies mogen trekken die in strijd zijn met rechtens aantoonbare feiten. Dit protocol raakt de kern van de werkwijze van het instituut: men manipuleert tot heden ‘percepties’ zodanig dat daaruit een door FORA gewenst beeld van een ouder of kind zal worden gedestilleerd. De betrokken ouders en kinderen zijn hiertegen weerloos. Waar rechtens aantoonbare feiten door FORA worden gemanipuleerd, dienen kinderen en ouders de gelegenheid te hebben deze manipulatie aan te tonen en zodoende teniet te kunnen doen voordat een rapport wordt uitgebracht, middels een goed gereglementeerde verificatieprocedure (zie bijlage Mantonavelli). De noodzaak van instelling van dit protocol is overigens al net zo urgent bij de raad voor de kinderbescherming 67].

9.5. Onderzoeksduur en contract
Een onderzoek door FORA mag niet langer duren dan de minister voorschrijft: tien weken. Indien FORA deze termijn overstijgt dient de opdracht (en de bijbehorende honorering) automatisch te vervallen wegens wanprestatie, tenzij in een werkelijke rechtzitting (!) door FORA met reële feiten wordt onderbouwd waarom het onderzoek niet binnen de voorgeschreven termijn kon worden afgerond. Rechters, gehoorde deskundigen, ouders en hun raadslieden hebben dan de gelegenheid deze onderbouwing te toetsen en waar nodig aan te vechten. Indien het verweer van FORA onvoldoende grond heeft, dient de omgang tussen kind en beide ouders plaats te vinden conform het daarover wettelijk gestelde: zolang geen uitzonderingsgrond (op basis van onderzoek) is vastgesteld, heerst er omgang (uiteraard inclusief effectieve rechtshandhaving ter realisering daarvan).      

9.6. Toestemming voor psychiatrisch onderzoek
FORA mag uitsluitend psychiatrische onderzoeken bij ouders of kinderen instellen indien daar expliciet door de rechter (gemotiveerd) om is verzocht en nadat ook de ouder zelf daar expliciet schriftelijk toesteming voor heeft verleend, voorzover het deze ouder zelf betreft. (zie ook 9.8)
De huidige praktijk, waarin ouders en kinderen naar willekeur op eigen initiatief door FORA psychiatrisch worden onderzocht, vormt een ernstige aantasting van de rechten van het individu en een grove ondermijning van de rechtstaat: het is niet aan onderzoekers in een particuliere stichting om – zonder enige vorm van toetsing – te bepalen of iemand psychiatrisch dient te worden onderzocht. Ook de raad van de Kinderbescherming dient hiervoor eerst expliciet de (gemotiveerde) toestemming van de rechter te verkrijgen en kan dus niet fungeren als zelfstandig opdrachtgever in deze.

Zonder deze maatregelen hebben ouders van kinderen in Nederland nog minder rechten dan een verslaafde die ernstige overlast veroorzaakt 77]. Het tekent de heersende ideologie in het omgangsrecht bij het ministerie van Justitie, dat wij anno 2002 uberhaupt op deze vanzelfsprekende zorgvuldigheidscriteria moeten aandringen (zie ook: paragraaf 9.8).

9.7. Onafhankelijk klachtencommissie
In maart 2000 stuurde dhr. Bullens de klachtencommissie van zijn eigen ABJ naar huis, toen deze commissie een klacht tegen Bullens zelf gegrond wilde verklaren 68]. Eén van de leden van deze commissie is overigens thans directeur van een vestiging van de raad voor de kinderbescherming 69].

Deze gebeurtenis roept de verdenking op dat dhr. Bullens – of namens hem zijn stichtingsbestuur –  de klachtencommissie van zijn eigen instituut manipuleert. Het is daarom noodzakelijk dat de overheid zo spoedig mogelijk onder eigen verantwoordelijkheid een onafhankelijke landelijke klachtencommissie benoemt voor alle externe deskundigenbureaus.

9.8. De relevantie van onderzoek
Los van bovenstaande, dient telkenmale de vraag te worden gesteld – en het antwoord te kunnen worden getoetst – of al die aan FORA opgedragen onderzoeken wel enige relevantie hebben. Ditzelfde geldt overigens ook voor aan de raad voor de kinderbescherming opgedragen onderzoeken bij kwesties van gezag en omgang 70].
In al deze kwesties wordt veel onderzocht, terwijl er in vrijwel alle gevallen niets valt te onderzoeken. In situaties immers waarin een ouder zijn kind de omgang met de andere ouder belemmert of verhindert, wordt thans door raad en FORA telkens weer het kind en diens andere ouder onderzocht. Wij achten dit een ernstige en ingrijpende, maar volstrekt nodeloze belasting van dit kind en die andere ouder, en derhalve jegens beiden een onrechtmatige daad. Omdat niet iedereen dat uit zichzelf begrijpt, dient een wettelijk verbod op zulke onderzoeken bij derden te worden ingesteld. Uitgangspunt voor wetgeving inzake (ieder) rechtens gelast medisch of psychologisch onderzoek dient te zijn dat nimmer individuen medisch of psychologisch mogen worden onderzocht die geen wetsartikel of rechterlijke uitspraak hebben overtreden.
De voor de rechter relevante onderzoeksvragen zijn hier: (A) Welke argumenten hanteert deze ouder voor zijn onwettig handelen? (B) Wat dient te worden gedaan, al dan niet middels therapie dan wel gerichte sancties, om deze ouder alsnog tot naleving van de wet te brengen? 71]. De antwoorden op beide vragen kan de rechter in het merendeel van de gevallen ook zonder extern deskundigen onderzoek beantwoorden.

Het uitgesponnen onderzoeksdrama dat FORA er nu van maakt raakt kant noch wal en ontbeert zowel een psychosociale als een medische grondslag. In feite misbruikt FORA de medische en psychologische disciplines voor de behandeling van vraagstukken die louter een maatschappelijke, zo niet juridische achtergrond hebben 72]. 

Zolang FORA niet volgens bovenstaande voorstellen is gereorganiseerd, achten wij alle opdrachten door de overheid aan dhr. Bullens en zijn stichting een daad van onbehoorlijk bestuur. Wij hebben in die zin de minister van justitie en de ‘vereniging werkgroep kinderrechters’ in juli 2001 aangeschreven 73], doch mochten tot heden van hen geen reactie ontvangen. Mede om die reden is een klacht ingediend bij de Nationale Ombudsman en is op 24-01-2002 samen met dit dossier een brief 74] gezonden aan de vaste Kamercommissies van Justitie en Volksgezondheid, met het verzoek dit rapport (liefst in een gezamenlijke vergadering) openbaar te behandelen. 

Ouders en kinderen die zich om hulp en advies tot ons wenden adviseren wij – net zoals dat midden jaren negentig gebeurde – medewerking aan een onderzoek door FORA te weigeren, zolang de minister niet de garantie kan verstrekken dat FORA voldoet aan minimale kwaliteitseisen en een stringent regulier toezicht op de naleving daarvan namens de ministers van Justitie en Volksgezondheid is ingesteld.
Ook adviseren wij alle ouders over wie de afgelopen acht jaren een psychiatrisch rapport door FORA (ABJ) aan rechtbanken is aangeleverd, om heropening van de zitting te verzoeken op grond van nieuwe feiten en omstandigheden. Gebleken is immers dat psychiatrische rapporten geproduceerd door Bullens’ voormalige ABJ berusten op valsheid in geschrifte. Deze rapporten zijn geschreven door leken en berusten niet op een psychiatrische diagnose door een gekwalificeerde en gediplomeerde psychiater. 

Wie bedenkt dat op grond van deze valselijk opgemaakte psychiatrische rapportages vele ouders iedere omgang met hun kind rechtens is ontzegd of ernstig is beperkt en wie daarbij in ogenschouw neemt dat deze praktijk vele jaren heeft kunnen duren, zal met ons van mening zijn dat de voorgestelde maatregelen niet slechts FORA, maar ook de raad voor de kinderbescherming dienen te hervormen. De Raad is in de meeste gevallen als opdrachtgever opgetreden en moet geweten hebben van de frauduleuze wijze van totstandkoming van FORA adviezen. De Raad ontkent dit, maar ook die ontkenning diskwalificeert de Raad. Kennelijk is de directie van de raad dan immers niet in staat gebleken betrouwbare en deskundige private partners te selecteren voor de uitvoering van raadsonderzoeken en ontbreekt bovendien vanuit de raad het toezicht op de kwaliteit van die private partners volledig.


Wij hebben de minister verzocht ons de precieze aantallen te verstrekken van alle kinderen en ouders die inzake familierechterlijke aangelegenheden zijn onderzocht door dhr. Bullens of diens stichtingen 75]. Deze ouders hebben recht op een heropening van hun zaak bij de rechter, en in vele gevallen op een schadevergoeding. Wij hopen dat op deze wijze voor vele ouders en kinderen een rehabilitatie zo spoedig mogelijk zal kunnen plaatsvinden en alsnog hun family life zal worden eerbiedigd. Daartoe is de “Vereniging FORA Gedupeerden” opgericht 76]. Deze vereniging staat open voor ieder kind en ouder die is onderzocht door een team waaraan dhr. Bullens leiding heeft gegeven of nog geeft. Ieder individueel dossier zal worden beoordeeld op de conclusies van dat dossier in relatie tot het gepleegde “onderzoek” door FORA en diens voorgangers.


FORA is een particuliere stichting die exclusief onderzoek verricht in opdracht van het Ministerie van Justitie. Ook worden adviezen verstrekt aan (meest kinder-)rechters.
De overheid houdt geen enkel toezicht op de kwaliteit van deze onderzoeken, de werkwijze van de stichting en de antecedenten van degenen die voor de stichting werkzaam zijn.

Externe deskundigenbureaus als FORA kennen sinds hun oprichting rond 1990 een geschiedenis van belangenverstrengelingen, ondeugdelijke testmethoden, onbevoegd en frauduleus handelen. Capabele en zichzelf respecterende medici, psychologen etc. lenen zich er niet voor om hun (para-) medische beroep uit te oefenen in een oneigenlijke juridische context. 

Aanhoudende klachten van ouders leidden na ingrijpen door de Tweede Kamer in 1994 tot het wettelijk recht op contra-expertise en in 1996 tot dwingende richtlijnen voor onderzoeken door de externe bureaus. Helaas hebben deze richtlijnen niet geleid tot meer zorgvuldigheid en al allerminst tot beter onderzoek. 

Beleidsbepalend binnen FORA is al geruime tijd dhr. R. Bullens, de directeur. De media schrijven hem maar liefst een tiental wetenschappelijke functies en disciplines toe, waarbij hij kennelijk geen behoefte heeft deze te rectificeren. In 1999 kocht dhr. Bullens zijn eigen professoraat bij de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Het ten onrechte verheffen van percepties tot feiten draagt in sterke mate bij aan het Jomanda-gehalte van FORA adviezen. Toch worden op basis van deze onderzoeken dagelijks verstrekkende vonnissen (eufemistisch: “beschikkingen”) in het familie- en omgangsrecht gewezen door feitenrechters. Deze (kinder-)feitenrechters achten zich namelijk niet meer ter zake kundig, zulks ten koste van het prerogatief van een onafhankelijke rechterlijke macht. Deze rechterlijke macht heeft thans zijn overwegingen en afwegingen grotendeels uitbesteed aan FORA als particuliere stichting. De vader of moeder die tijdens een rechtszitting over omgang of ouderlijk gezag het broddelwerk van FORA aan de kaak stelt, krijgt door de rechter toegesnauwd: “u denkt toch niet dat u het beter weet dan professor Bullens?”.

De onderzoeken van FORA berusten op systematische valsheid in geschrifte. Kinderen en ouders zouden hiertegen acuut in bescherming dienen te worden genomen. Zij dienen ook de mogelijkheid te verkrijgen het Jomanda-gehalte van FORA onderzoeken te toetsen aan rechtens aantoonbare feiten, voordat FORA adviezen aan de rechtbank worden uitgebracht (verificatieprocedure).

FORA misbruikt medische en psychologische disciplines voor de behandeling van maatschappelijke problemen die niets van doen hebben met medische of psychologische vraagstukken, omdat zij strikt juridisch van aard zijn. Zo worden door FORA stelselmatig kinderen en hun vaders onderzocht in gevallen waarin de moeder deze kinderen in weerwil van uitgevaardigde rechterlijke beschikkingen de omgang met die vader ontzegt. In dergelijke zou FORA hooguit mogen onderzoeken waarom deze moeder zich noch aan de wet, noch aan rechterlijke uitspraken houdt.

De onderzoeksduur bij FORA kan vele malen langer zijn dan ministeriële richtlijnen dwingend voorschrijven. Deze lange onderzoeksduur bepaalt in veel gevallen het onherroepelijke vonnis dat over kind en ouders wordt geveld, zonder dat daar een rechterlijk vonnis aan te pas is gekomen. Deze procedure komt neer op rechtsweigering aan burgers. De gevolgen voor de vele kinderen en ouders die het betreft zijn ronduit desastreus. FORA heeft alleen al door (moedwillig) de hand te lichten met de voorgeschreven onderzoeksduur talloze kinderen en hun ouders ernstig de vernieling in geholpen.

De werkwijze van FORA, de opzet van het bureau, de relatie tot de onderzochten, de relatie tot de overheid en last but not least de relevantie van het door FORA verrichte onderzoeken dienen zo spoedig mogelijk onderwerp van parlementair beraad te vormen. Strikt overheidstoezicht is wel het minste dat dient te worden ingesteld. Kinderen en ouders dienen daarnaast staat te kunnen maken op de neutraliteit en deskundigheid van onderzoekers. Adviezen mogen niet langer op enigerlei wijze conflicteren met de wet en/of internationale verdragen. De bij dwingende richtlijn voorgeschreven onderzoeksduur dient te worden geborgd door de validiteit en bekostiging van het onderzoek in te trekken zodra de duur van het onderzoek in strijd is met deze richtlijn.

De mogelijkheid om een ouder of kind bij kwesties van ouderlijk gezag en omgang psychiatrisch te (laten) onderzoeken dient ten spoedigste eenduidig te worden geregeld door de wetgever en mag niet langer worden overgelaten aan individuele ambtenaren bij de raad voor de kinderbescherming, of privé-personen bij de Jeugdzorg instellingen of de deskundigenbureaus. Het gelasten van zulk onderzoek is uitsluitend aan de rechter. Echter: uitgangspunt voor wetgeving inzake (ieder) rechtens gelast medisch of psychologisch onderzoek dient te zijn dat nimmer individuen medisch of psychologisch mogen worden onderzocht die geen wetsartikel of rechterlijke uitspraak hebben overtreden.

Zolang geen uitzonderingsgrond voor een onbelemmerd family life door de rechter op basis van de uitkomsten van FORA- of Raadsonderzoek is vastgesteld, dient dit family life juist door de rechter volledig te worden gerespecteerd, inclusief een effectieve rechtshandhaving ter realisering daarvan.

Kinderen en ouders zijn in ons land anno 2002 nog volledig rechteloos waar het de bescherming van hun family life betreft. Kinderrechters misbruiken namelijk onder meer “de onderzoeksfase” om de omgang “tijdelijk” te ontzeggen. Die onderzoeksfase duurt vervolgens dermate lang dat het kind effectief zonder enige wettelijke grond wordt ontouderd.

Het onderzoek heeft zodoende tot direct gevolg dat een correcte rechtspleging niet meer mogelijk is. Daarmee wordt het wettelijk gestelde omtrent family life in de praktijk van de rechtspleging tot een dode letter. Feitelijk is sprake van een ernstig corrupte rechtspleging waarin FORA (en de raad voor de kinderbescherming) een cruciale rol spelen.

Zonder AMVB en/of wetswijziging zijn huidige en verdere opdrachten aan FORA vanuit Justitie en de rechterlijke macht om deze redenen een daad van onbehoorlijk bestuur. SOS-Papa heeft de minister van Justitie en de Vereniging Werkgroep kinderrechters in juli 2001 verzocht verdere opdrachten aan FORA op te schorten. Noch de minister, noch de kinderrechters hebben hier tot heden op gereageerd. Besluitvorming wordt daarom thans verzocht aan het parlement.

SOS-Papa roept ouders die als direct gevolg van een FORA advies zijn aangetast in hun family life op om heropening van de zitting te verlangen op grond van nieuwe feiten en omstandigheden. Deze nieuwe feiten en omstandigheden betreffen rechtens aangetoonde, stelselmatige valsheid in geschrifte van de onderzoeksinstantie ABJ, later FORA, ongeclausuleerd tot de zijne gemaakt door de raad voor de kinderbescherming en (vervolgens) door de rechterlijke macht.

Om de positie van de betrokken kinderen en ouders te versterken is de “Vereniging FORA gedupeerden” in oprichting. Deze vereniging zal namens de leden ook een collectieve procedure aanhangig maken ter zake van schadevergoeding en rehabilitatie.

Uitgave:

Stichting SOS Papa, Amsterdam

Redactie:

Danny Werner, Hans Groenewegen, Ipe Smit, Maarten Legêne 

Aantal bijlagen:

49

Publikatiedatum:

12-02-2002


Wil men u ook onderzoeken? Lees dan de volgende aanwijzingen.

Nieuws over de actuele situatie.


One Response to “fora dossier”


  1. […] keer groter risico risicotaxatie bij kindermishandeling Het Fora-dossier Het misbruik door de familierechter van de psychologische en psychiatrische wetenschappen (Maarten […]

    Like


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: