Home

Illegaal verklaard; zo zag ik dat al in 1996

In Augustus 2016 besloot ik te stoppen met mijn in 2010 begonnen pogingen te promoveren bij de Universiteit van Amsterdam. Op mijn Linkedin profiel noemde ik mij vanaf toen Outlaw en EX-promovendus. Overigens had ik mijzelf  al eerder in de gemiste-vaderschaps-geschiedenis tot een soort outlaw (illegaal verklaard) gepromoveerd. Zie afbeelding hierboven.

Deze weg van promovendus tot oulaw is een beetje het omgekeerde van van ‘hongerstaker tot wetgever’ zoals ik door de site Bezorgdemoeders.nl werd neergezet,

Globale redenen om te stoppen met mijn promotie zijn:

  • Stelselmatig gebrek aan duidelijkheid over de verwachte vorderingen, gestelde eisen en beschikbare faciliteiten.
  • Mijn algemeen pessimisme over de integriteit van sociale wetenschappen,
  • Ondermijning van mijn psychische draaglast door activiteiten (zoals voeren van een procedure) van het Vader Kennis Centrum.
  • Weigering van de universiteit om antwoord te geven op de vraag of ik een klacht in kon dienen over het onterecht PhD titelgebruik van een samenwerkingspartner van de UvA. Wel werd er zonder mijn klacht te lezen of aan te horen alvast, naar zeggen van de universiteit, al geconcludeerd dat er niets aan de hand zou zijn.

De site Bezorgde moeders beschreef een deel van mijn vadergeschiedenis als van hongerstaker tot wetgever. Daarmee doelden ze op mijn fikse bijdrage aan de wetsgeschiedenis doordat via een motie van de SP, een amendement in het verkiezingsprogramma van de SP een tekst van mij in een amendement van SP-kamerlid de Wit tot wet werd. Daarmee deden zij mij eigenlijk meer recht dan het Vader Kennis Centrum , de Stichting Dwaze Vaders en dergelijke, ook al dachten ze dus niet zo positief over die ontwikkelingen. Onderstaande geschiedenis is er een van promovendus tot outlaw. Een beetje de omgekeerde richting dus.

Geschiedenis van mijn poging te promoveren

In 2010 deed Prof Louis Tavecchio aan mij en Peter Tromp het aanbod om gezamenlijk te proberen te promoveren. Ik reageerde daarop direct door op te merken dat voor een gezamenlijke promotie een zeer goede samenwerking noodzakelijk is. Ik merkte neutraal op dat ik van mening was dat die omstandigheid zich niet voordeed tussen mij en Dhr Tromp. Dhr Tromp gaf aan dat hij het met mij eens was zonder daarin, net zo min als ik, erg specifiek te zijn.

Wel gaf ik aan te willen overwegen om zelf individueel te promoveren. later Kwam ik daar met Louis Tavecchio weer over te spreken. Ik besloot te gaan werken aan een mogelijke onderzoeksopzet. Tevens gaf ik een mogelijke financieringsbron aan voor onderzoek, namelijk de Bernhard van Leer foundation. Ik had bij deze organisatie een goede naam vanwege eerdere samenwerking.

Ondertussen belde Tromp mij om mij te vragen of ik met hem samen zou willen promoveren. Ik wees dat resoluut af met de woorden: “dat moeten we elkaar niet aandoen”.

Mijn belangrijkste kritiek op Tromp bestond eruit dat hij altijd zijn falen omkeerde, weg projecteerde. Kwam hij te laat op een vergadering dan begon hij al binnenlopend het gaande gesprek te doorbreken en zo alle aandacht op te eisen. Toen ik een boek redigeerde en met hem had afgesproken een artikel aan te leveren, kwam hij daarmee niet af, liet daarover ook niets van zich horen,  en nam het mij kwalijk dat ik hem niet verder spontaan uitstel gunde. Afin, ik wilde niemand misgunnen zijn fouten te hebben, die heb ik zelf ook,  en ik was ook altijd bereid gebleven met hem samen te werken, maar een gezamenlijke promotie was iets wat ik niet met hem samen zag gebeuren.

Inmiddels was ik voortvarend begonnen aan mijn onderzoeksopzet en deed ook al wat interviewwerk. Ik zou de ervaringen van volwassen geworden kinderen als uitgangspunt nemen voor een onderzoek over ouderverstoting.

Eind 2010 maakte Tromp veel ophef van zijn gedachte dat hij de uitvinder zou zijn  van de vaderdagtrofee m/v Ook dat soort aanvaringen kenmerkten onze relatie. Ik vind het prettig als je iets sámen bedenkt. Sommige mensen willen alles alleen bedacht hebben. Dat laatste is zelden feitelijk het geval. Verder had ik kritiek op de manier waarop hij organisatie en jurering van de vaderdagtrofee m/v hoe langer hoe meer met elkaar verweefde. Afin u kunt dat elders allemaal nalezen.

Eind 2010 zag ik tot mijn schrik dat Tromp in Engelse teksten een verkeerde titel gebruikte.  PhD ipv Msc. Ik corrigeerde dat op een door mij onderhouden site (vaderseenzorg.nl). Toen ik dit probleem aan anderen voorlegde bleek mij dat ze dat ook wel degelijk een serieus probleem vonden. Tavecchio merkte op dat hij een en ander al een half jaar eerder met Tromp had besproken. Het stond echter nog steeds op zijn Linkedin pagina. En op vele tientallen andere internetpagina’s.

In januari 2011 vond er een evaluatieve vergadering plaats van de jury van de vaderdagtrofee m/v. Hierin werd de onafhankelijkheid van de redactie ter sprake gebracht. Uiteraard begon de vergadering met een opmerking over de verkeerde titel die Tromp gebruikte. Hij reageerde Tromp met het verwijt van aan mij dat ik de, ten onrechte door Tromp rondgedragen titel (PhD), had verwijderd van de door mij beheerde site. Toen ik daarop en daarover kwaad werd, ik was van mening dat ik en hij een verkeerde titel van hem dienen te corrigeren, wist Tromp te bedenken dat ik dan wel een borderliner zou zijn. Hiervoor had hij geen diagnose ter beschikking. Ik maakte aanstalten om op te stappen uit de vergadering. Tavecchio bood aan om diezelfde week nog te bemiddelen. Ik gaf aan dat wel te willen.

Een van de punten in de vergadering was de verbreding van het bestuur achter de vaderdagtrofee m/v Ik en Henk vonden dat het bestuur breed diende te worden samengesteld uit mensen uit de vaderbeweging/ouderbeweging en dat de jury weliswaar onder dat bestuur zou moeten opereren maar een statuut zoou moeten hebben waarmee de onafhankelijkheid zou kunnen worden gegarandeerd. Tromp reaageerde hierop nogal kwaad waarna Henk daadwerkelijk de vergadering verliet.

Ik zag, er, na er eerst wat meer over nagedacht te hebben ervan af om aan de bemiddeling door Tavecchio mee te werken als Tromp niet eerst excuses zou aanbieden.  Tavecchio leek me ook niet de aangewezen persoon hiervoor. De verdere ontwikkeling rond de trofee kunt u verder nalezen op vaderdagtrofeem/v.nl.

Mij promotietraject zou ondertussen wel doorgaan. Inmiddels bleek het Vader Kennis Centrum mijn tip over onderzoeksfinanciering te hebben gevolgd, maar niet zo dat ik er van mee kon profiteren. Ik moest alles dus geheel op eigen kosten doen. Mijn onderzoeksopzet werd goedgekeurd en ik kreeg wel een gastaanstelling op de faculteit van de UvA.

Artikel voor Pedagogiek

In het kader van deze promotie werd ik door de redactie van het wetenschappelijke blad ‘Pedagogiek’ uitgenodigd een artikel te schrijven voor een vader-themanummer. Nadat mijn promotor een versie uiteindelijk goedkeurde moest die natuurlijk nog langs externe reviewers. Deze reviews waren volgens mij niet geheel serieus te nemen. Over het reviewproces schreef ik een uitgebreide beschouwing waarin ik de theorie van Nooteboom of cognitieve afstand verwerkte. Deze theorie is een uitwerking van de theorieen van Festinger over cognitieve dissonantie. Ik koppel hier de oorspronkelijke tekst. analyse van review Later werkte ik deze inzichten nog veel beter uit en ik heb ze uiteindelijk gebruikt in een lezing die ik gaf in Bratislava in 2017. Deze lezing zal ook nog als artikel worden gepubliceerd.

Uiteindelijk werd het artikel wel gepubliceerd maar als forumartikel. Ik vond dat zelf wat minder, en het waren trouwens ook aanzienlijk minder woorden, maar mijn promotor was erg enthousiast. ook werd er een reactie van Spruijt geplaaatst en een dupliek van mij daarop.

Van het gebeuren rond het Vader Kennis Centrum liep ik veel klappen op. Het was de derde keer dat ik verraden werd door een belangrijke vaderclub waar ik notabene ook in alle drie de gevallen een belangrijke bijdrage aan had geleverd. Vooral dus vanwege mijn klaarblijkelijke succes. Eerst gebeurde dat met Dwaze Vaders, toen met de mannenafdeling van Transact en nu dus met het Vader kennis Centrum. Uiteraard begin je dan weer aan jezelf te twijfelen. Precies en dat gebeurde en heel heftige mate. Een van de dieptepunten was mijn optreden bij de afscheidsconferentie van mijn sympathieke vroegere docent Bas Levering. Toen daar eenmaal Dhr Spruijt weer eens als een betrouwbare bron werd aangehaald, raakte ik zo goed als verstomd en wat er nog wel uitkwam mislukte.

Ondertussen had ik ook nog een artikel gepubliceerd in het Engelstalige blad New Males Studies. Met veel hobbels dat wel. Met dit artikel bracht ik mijn mono-triangulated casestudy Moeder-Kind-Vader een drieluik over ouderverstoting onder de aandacht van het internationale publiek.

Halfweg getackled

Ik dacht, ook gezien het enthousiasme van mijn promotor dat ik nu (2 van geëiste 4 artikelen) wel halfweg mijn promotie zou zijn. Voor het verder uitwerken van mijn onderzoek had ik inmiddels wel wat geld nodig. Bij het begin van mijn promotietraject was zoiets toegezegd. Maar ineens werd daar veel moeilijker over gedaan. Het moest voor een commissie komen. Ik vreesde dat een dergelijke beoordeling wel eens kon leiden tot het geheel afvoeren van mijn project. Ik doe immers aan politiek incorrecte wetenschap.

Mijn promotor stelde me gerust; het zou alleen om de financiering gaan. Hij zou het wel even voorleggen. Maar ik bleek gelijk te hebben. geen financiering en mijn gastmedewerkerschap werd mij ook ontnomen. Daardoor had ik ook geen toegang meer tot de digitale en analoge bibliotheek. Ik mocht op zich wel verder promoveren, maar aangezien mijn promotor zijn jus promovendi zijn uiterste datum van houdbaarheid had bereikt moest er wel iemand anders worden gevonden. Ik had daar niet zoveel zin in maar mijn, inmiddels ex-promotor, drong er nogal op aan. Zo reisde ik een aantal keren naar Amsterdam voor een gesprek met Dhr Stam. Deze gesprekken waren leuk, maar weinig structurerend, boden weinig uitzicht en de erin gemaakte afspraken werden door Stams niet nagekomen. Toen Stams ook nog een keer maanden niet reageerde op mijn mails hield ik het voor gezien. Ze lieten liever iemand anders, waarmee ze  samenwerkten, met zijn PhD titel pronken, deden daar niet sop uit, dan dat ze iemand op een fatsoenlijke wijze een PhD titel lieten verdienen. Ergens op het eind van dit traject leverde ik nog een bijdrage aan een forum op de UvA. Voor uitsluitend vrouwelijke studenten. de enige man bleek bij nader inzien toch een docent te zijn. Het wordt tijd voor meer mannelijke inbreng in de pedagogiek zou ik zeggen.

Ik heb al eerder geschreven over de stand van de sociale wetenschappen in het Westen.  Het is eigenlijk zo beroerd dat je je kunt afvragen waarom je daarin nog een titel zou willen hebben. Al met al wenste ik mij niet langer aan het lijtje te laten houden en zag verder af van mijn status als promovendus. Het was me duidelijk dat de UvA niets meer zag in mijn promotie, behalve door mij aan het lijntje te houden. Je weet maar nooit of ik toch niet nog een flink bedrag voor ze zou kunnen opleveren.

Mijn nieuwe titel

Ik heb mij toen een nieuwe titel aangemeten DRO.

Deviant Revolutionary Outlaw
Disobedient Radical Outcast
Discarded Resistant/resisting Offender

 

Advertenties
%d bloggers liken dit: