Home

Maar stem geen D66!

Een paar blogs geleden beloofde ik terug te komen op de biografie van Tweede kamerlid Koser Kaja. In haar bio op Tweedekamer.nl stond achter haar inactief (maar wel functioneel) rechterschap een datum. Dat is vreemd want meestal staat er een periode van activiteit. Het blijkt nu dat ze eigenlijk nooit actief is geweest maar wel op gemelde datum beëdigd als plaatsvervangend rechter. Ze is dus wel opgenomen in het toch wat verdachte gremium Rechterlijke Macht maar heeft daar nooit wat voor gedaan. En toen is ze wel met die dubbele loyaliteit in de Kamer gaan zitten. Ik bedoel dus niet dubbel paspoort maar de loyaliteit aan twee poten van de Trias Politica tegelijk.

Ik vind al die rechters die hun beroep combineren met volksvertegenwoordiger neprechter en nepparlementarier tegelijk, zonder daarmee ook maar in de verste verte een keuze voor Wilders te maken. Koser Kaja is dan toch wel de meest neppe neprechter in die verzameling.

Maar goed nieuws. Als ik het goed zie staan er nu geen rechters op de nieuwe lijst van D66. Swinkels en Koser Kaja kan ik niet terug vinden en met de zoekopdracht Rechter in het kandidatenboek krijg ik geen resultaat. Daarmee is een einde gekomen aan een D66 traditie althans in de Tweede Kamer. Blijkbaar heel bewust maar in alle stilte. Degene die achter de telefoon zat bij D66 wist er in ieder geval helemaal niets van en een d66-pamfletter zaterdag op de markt ook niet. De Eerste Kamer ga ik nog wel eens bekijken. Of doet u dat even voor mij beste lezer?

Oh ja en rechter Jeroen Recourt van de PvdA staat dus nog wel op de PvdA-lijst.

Stem toch geen D66, nog steeds de partij van de hypocrisie over de rechtstaat. Mijn stemadvies is, stem op een persoon in plaats van een partij. Bijvoorbeeld Pieter Omtzigt. Niet dat die speciaal veel voor vaders deed of iets in het familierecht. Maar hij pakt wel fundamenteel en vasthoudend misstanden aan. Ik wens mijn lezers veel wijsheid toe in het stemhokje.

rechter2open brief aan columnist, voormalig hoofdredacteur NRC n.a.v column

Geachte heer Jensma,

Afgelopen weekend kreeg ik op de Brink in Deventer weer eens een NRC-next in handen gedrukt. Zoals gebruikelijk neem ik dat aan met de woorden dat ik geen abonnement wil. De straatventers van NRC worden echter de laatste tijd steeds happiger om toch een discussie te voeren over het hoe en waarom daarvan. Op zich een goede zaak. Ik ben ook de beroerdste niet en een echte discussie is nooit weg. Dus als ik tijd heb dan ben ik meestal wel bereid daar een paar minuten aan te besteden. Met name als het om de NRC gaat besteed ik er aandacht aan dat de berichtgeving over de rechtstaat en het rechterlijke apparaat weliswaar typisch een NRC-onderwerp is, maar dat het dan juist tegenvalt qua diepte en bereidheid om aan waarheidsvinding te doen. Ja de krantenventer begon aanvankelijk al te glunderen want hij dacht  al dat hij een aanknopingspunt had, maar helaas voor hem en de NRC was dat wel een aanknopingspunt in de discussie maar niet voor het verkooppraatje.  Uiteindelijk komt in zo’n gesprek dan ook wel eens de manier aan de orde waarop voormalig hoofdredacteur Jensma, zonder er ook maar iets van te lezen al wist dat een door mij geschreven artikel dan wel een voor uw publiek geschreven variant daarop, niet interessant genoeg zou zijn. Afin per slot nam ik, uiteraard zonder iets te kopen of te beloven, een exemplaar van de zaterdageditie van NRC-next mee naar huis zodat ik mijn toch wel sceptische mening over de conditie van de Nederlandse hoofdstroommedia zou kunnen toetsen en eventueel bijstellen. Vol goede moed voorzag ik mijzelf van een kopje koffie en bladerde wat door de krant op zoek naar iets dat mijn belangstelling zou kunnen wekken.

En natuurlijk was het even schrikken, want in dit nummer kwam ik een column van uw hand tegen waarin u, in Colijn’s voetsporen, uitlegt dat we hier in Nederland allemaal rustig kunnen slapen omdat we hier in tegenstelling tot andere plekken op deze wereldbol  in een rechtstaat zouden leven. Ik kan me voorstellen dat u er niet rustig bij kunt slapen als u werkelijk uw journalistieke verantwoordelijkheid neemt om te berichten over de staat van de Nederlandse rechtstaat zoals bijvoorbeeld beschreven in mijn artikel over onder andere de openbaarheid van rechtspraak. Als u moet erkennen dat de scheiding der machten vooral door die rechterlijke macht zelf wordt gebruuskeerd voelt dat vast ongemakkelijk. Ik merk op dat u ook veel schrijft voor het Nederlands Juristenblad, een bezigheid die mogelijk in gevaar zou kunnen komen als u zich kritisch (meer dan het ietsepietsje dat u eerder ventileerde) uitlaat over de rechterlijke macht en al helemaal als u daarbij aandacht zou geven aan wat ondergetekende daarvan vindt.

Toch ben ik er ergens van overtuigd dat het niet helemaal mogelijk is dat u ooit hoofdredacteur was van een ‘gezaghebbende’ krant zonder diep van binnen ook wat journalistieke mores mee te hebben gekregen. Waarschijnlijk houdt u uw morele waarden vooral in stand door stevig de andere kant uit te kijken als er zich iets aandient wat niet past binnen uw cognitieve elastiek. Ik bedoel met dat woord dat het wellicht te onplezierig is om de werkelijkheid te zien. Het zou de nachtrust kunnen bederven.

Ik maak mij weinig illusies over uw reactie in deze en dat is natuurlijk op zich al een betreurenswaardige situatie. Immers wij pretenderen in Nederland om met elkaar in gesprek te blijven. Ook al zo’n sprookje helaas. Mijn afwerende houding naar de reguliere Nederlandse media wordt elke keer weer bevestigd door een zeer afstotende houding van die media zelf. Om denigrerende reacties voor te zijn, merk ik nog op dat ik veel, maar ook veel niet, gepubliceerd heb in diverse journalistieke formats (wetenschappelijk, vaktijdschriften, opinieartikelen, boekhoofdstukken en boeken) en dat bedoeld artikel door mijn toenmalige promotor als goed en overtuigend was betiteld.

Ik ga niet rustig slapen. Werkelijk niet.

met vriendelijke groet

(ps: ik zal deze brief op mijn blog publiceren en hem daar voorzien van de nodige linken ter onderbouwing (https://joepzander.wordpress.com/)


Joep Zander

Afbeeldingsresultaat voor none are more hopelessly enslaved goethe‘Ik zie mijn kleinkind wel, want de rechter gaat natuurlijk vaststellen dat er omgang moet zijn, de feiten, de wet……’

Er is iets erger dan geen democratie, en dat is de illúsie van democratie. Dat flapte ik er zomaar uit. En ik doelde uiteraard op onze westelijke rechtstaat. Het was geen theoretisch debat, het was geen poging de slimste te zijn, het was mijn welgemeende verdriet, vervolgens kwaadheid op die vader die deze illusie volhield, en vervolgens kwaadheid naar waar die kwaadheid naar toe moet.

Ik had juist een heel mooi gezellig feestje, reünie, waar je door de decennia heen de warmte voelt van de mensen waarmee je van alles van de grond hebt gekregen. Mensen die intussen kinderen hebben die al weer kinderen hebben. En midden in dit feest van herkennen en verbondenheid, nadat het eerst zorgvuldig buiten het gesprek was gehouden, komt het bij stukje en beetje. je kleinkind niet zien omdat je zoon zijn kind niet mag/kan zien. En dan de illusie van een opa die denkt dat het goedkomt, want…….  Juist als je zo goed in je vel zit, je alle verbondenheid beleeft, hakt dat er diep in.  Voor mij een bekend verhaal, maar dichtbij en zo verdrietig. En elke keer weer nu al minstens vier decennia jaar geloven vaders, opa’s oma’s dat ‘het heus wel goed komt’, want ‘mijn verhaal is een ander verhaal, nee dan mijn case, als de rechter maar eenmaal omgang heeft vastgesteld…..’

‘En als de rechter het niet doet komt het toch wel weer goed, want ze komen altijd terug hè?

En ik wil niemand al zijn uitzicht afnemen, want hoop helpt, een beetje geloof en een boel liefde ook. Maar illusies niet.

Als je wilt ervaren dat je niet de enige bent: https://www.facebook.com/groups/507826229380204/

SC20121108-115254-1

Zorgelijke griffier

‘het is nogal een verspilling van belastinggeld om volslagen oninteressante (familie)zaken te gaan zitten anonimiseren en op de website te zetten waar niemand ooit ook maar de minste belangstelling voor zal hebben.’  Aldus de redactie van het Nederlands JuristenBlad, bestaande uit hoogleraren en leden van onze Hoge Raad. In casu blijkt ze zich ook nog te hebben laten bijstaan door een deskundige, vernam ik.

(Als u alles over mijn artikel voor het NJB wilt lezen kunt u ook bij het eerste blog hierover beginnen.)

De controle en transparantie van de rechterlijke macht is een zeer essentieel aspect van de checks and balances van onze rechtsstaat. Als we dat niet hadden zou de rechtelijke macht gewoon haar eigen gang kunnen gaan. Geen checks, geen balances. De volksvertegenwoordiging is niet bevoegd. deze taak komt exclusief toe aan de burger zelf.

Het argument van het NJB, geldverspilling, kun je dus vergelijken met een opmerking als:

Laten we het parlement afschaffen. Een dictatuur is veel goedkoper en  efficiënter, al die democratische checks and balances, bah weg ermee.

Tsja,  heeft er iemand belangstelling? Weinig, als je het al decennia onmogelijk maakt en mensen als ondergetekende het ventileren van ongenoegen daarover belemmert. Als je het opvragen van uitspraken afdoet als geschreeuw en vuig gedoe. Uiteraard kun je met zo’n dictaat veel mensen de moed ontnemen om ernaar te vragen.

En ik wil ook toegeven dat het vervullen van dit soort burgerplichten niet de leukste is. Dus je zou het moeten stimuleren. Geef burgers die inzage vragen koffie in plaats van ze tegen de glazen pui van de rechtbank aan te beuken, zoals mij een keer is overkomen. Vergroot de mogelijkheden van de burger om hun controleplicht uit te voeren door bijvoorbeeld burgers te betrekken bij het klachtrecht Rechterlijke Macht ( zie mijn voorstel uit 2001 in het Katholiek Nieuwsblad)

Maar is het dan echt zo duur en ingewikkeld, dat anonimiseren? De meeste mensen zijn geneigd somber mee te knikken en zuchten bij dit soort opmerkingen.  Mijn vaste meelezeres is directiesecretaresse geweest, en die denkt er heel anders over:

‘Als ik dat soort stukken schrijf voer ik voor eigennamen vaak codes in. Dan hoef ik niet elke keer ingewikkelde namen te typen en kan ik ze later met zoek en vervang in een keer eenduidig en correct invoeren’

‘Dus en beetje administratief medewerker heeft eigenlijk de geanonimiseerde versie ter beschikking nog voordat de  autonieme versie wordt geproduceerd.’

‘Ja zo gaat dat eigenlijk. Ik moet er niet aan denken om bijvoorbeeld de naam Kyllikki Schöttelndreier uit Feanwâlden elke keer weer opnieuw te moeten uittikken. Ik noem maar wat.’

Het is natuurlijk nog niet helemaal zeker of een gemiddelde rechtbankmedewerker de knop zoek en vervang wel kan vinden. Maar voor die mensen heb ik goed nieuws. Mijn kritische meelezeres zoekt nog werk. Sorry als u denkt dat ik dat cynisch bedoel, dat is niet het geval. Sinds ik op een politiebureau meemaakte dat het een politieagent technisch onmogelijk bleek om copy-paste procedures op teksten toe te passen, waardoor hij de tekst uit een melding letterlijk moest gaan overtypen in een aangifte, heb ik gewoon geen hoge dunk van de administratieve kracht van onze ambtenaren en de door hun ingehuurde ICT-bedrijven.  Mijn vaste meelezeres is dan ook best bereid haar oude laptop met Open Office erop mee te nemen naar haar nieuwe klus op de griffie.

Het kan natuurlijk zijn dat een of andere slimmerik nu gaat roepen dat ik er allemaal te licht over denk. Nee, ik begrijp ook dat er gevallen zijn waarin er een enkele keer nog iets anders weggeknipt moet worden. Als bijvoorbeeld de commandant van de strijdkrachten in een scheidingsprocedure verwikkeld is dan moet je zijn beroep even wegknippen. Om te voorkomen dat dat fout gaat kun je partijen in dit soort situaties best verplichten om zelf even te melden dat ze iets anders dan alleen eigennamen weg willen hebben. Anonimisering is in feite al een grote concessie aan de privacy als je kijkt naar de wetsteksten in casu.

Twintig jaar geleden sprak een rechterscongres zich er op  mijn verzoek over uit dat openbaarheid van alle uitspraken verplicht is.  ‘Als jullie het niet redden met de anonimisering kom maar even langs dan verzinnen we daar wel wat voor’, voegde ik eraan toe. Ah wel het is dus gewoon een smoes gebleken.  En daardoor kán de Rechterlijke macht dus gewoon doen waar ze zin in heeft, ongecontroleerd.

====================================

Dit is de vierde in een serie blogs over de staat van de redactie van het Nederlands JuristenBlad.

De volgende blog in de serie.

De redactie van het NJB bestaat uit voorzitter en voormalig lid van de Hoge raad Coen Drion, voormalig hoogleraar, nu lid Hoge Raad Ybo Buruma en de hoogleraren: Tom Barkhuysen, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins, Taru Spronken, Peter J. Wattel

Dat kan niet waar zijn

19 december 2014

“Dat kan niet waar zijn” is geloof ik ook een titel van een televisieprogramma. Maar het niveau van ongelooflijkheid in dat programma is niet vergelijkbaar met het probleem waar ik het vandaag met u over wil hebben.

Als je aan mensen wilt uitleggen dat we hier vaderschapsdiscriminatie kennen en de rechtsstaat wat minder, dan zet je een koude douche open boven dat wat mensen als het warme bed van de samenleving ervaren.

Ik wil graag uitleggen waarom het zo verdomd  moeilijk is om de werkelijkheid en de waarheid in de ogen te kijken als die wat verder van ons bed af staan. Centrale begrippen hierin zijn cognitieve dissonantie en cognitieve afstand.
Cognitieve dissonantie is het verschijnsel dat als je iets hoort of waarneemt dat afwijkt van wat je altijd al hebt gedacht, dat in strijd is met je kennis en handelen tot dan toe, je daardoor dissonantie ervaart. En dissonantie is onprettig, roept angst en onzekerheid op. Daar is de menselijke geest niet op gesteld. We willen graag onze gedachten en waarnemingen overzichtelijk houden. We proberen tot consonantie te komen. Soms kan dat door het reorganiseren van een wereld en mensbeeld. Maar vaak gebeurt dat door het wegschuiven of vals interpreteren van nieuwe waarnemingen. Volgens sommige wetenschappers kun je stellen dat er een maximale afstand is tussen eigen beeld (cognitie) en het andere beeld, wil het begrepen worden. Dat is schrikken, want dat betekent dat sommige afwijkende ervaringen en cognities gewoon simpelweg niet door zullen kúnnen dringen bij de waarnemer. De rek van het elastiek is beperkt, zou je kunnen zeggen. We kunnen erg ons best doen, met goede argumenten, maar dan houdt het toch een keer op. We kunnen er niet bij, het kan niet waar zijn. Ergo de boodschapper heeft een tik, is een complottheoreticus of is te negatief. Er zijn veel middelen om de vreemde cognities buiten de deur te houden. Als ze maar ver genoeg van dagelijkse ervaring afstaan, dan gaan ze wellicht werken als een zwart gat, u weet wel een verschijnsel uit de astrofysica. Uit een zwart gat komt geen licht naar buiten, door de overgrote massa blijft het licht gevangen in het zwarte gat.

In overdrachtelijke zin kan dat ook. Wat er gebeurt in de bedrijfstak familierecht is voor velen eigenlijk niet waarneembaar, ook omdat het door zogenaamde privacy gescheiden, maar wel tamelijk identieke, processen gaat. Misschien willen we nog het feit waarnemen dat er rechtbanken en wetten zijn die heel letterlijk vaders op het tweede plan zetten, maar eigenlijk blijft het vaak bij die geïsoleerde waarnemingen. Deze waarnemingen integreren tot een samenhangend stelsel van cognities, zoals vaderschapsdiscriminatie, rechtersdictatuur, nee daar wilt u toch maar liever niet aan. Als u er wel aan wilt heeft u waarschijnlijk een paar eigen ervaringen die het zicht op de feiten onvermijdelijk maken, gepaard aan de kracht om de daaraan verbonden reconstructie van de werkelijkheid toe te laten.

Afin, ik verg veel van u in dit blog. Misschien dat de psychologen in bijgaand uitgesneden filmdeel het verschijnsel beter weten uit te leggen dan ik. In dat filmpje gaat het overigens niet om vaderschap en rechtsstaat, maar om een cognitie die samenhangt met de 9/11-gebeurtenissen. Wat u ook van die gebeurtenissen mag denken; het verhaal van deze psychologen is algemener toepasbaar. Eigenlijk is 9/11 nog een vrij simpel verhaal in vergelijking met de cognitiesets rond vaderschap. Het is ook niet toevallig dat ik nog geen vergelijkbaar filmpje heb gezien waar zoiets wordt uitgelegd rond vaderschap. Zelfs mensen die het persoonlijk hebben ervaren voelen zich alleen staan, houden daarom vaak hun mond of keren zich zelfs vanuit die positie tegen de boodschapper.

Afin, voordat dit blog veel te lang en ingewikkeld wordt….. Ik ben benieuwd of dit een beetje te volgen was. Ik hoor graag jullie commentaar en zal dit blog waarschijnlijk nog een aantal keren aanpassen.

Het filmpje is ingesteld om te beginnen bij de uitleg over cognitieve dissonantie; als dat in uw browser niet werkt: 1:54:40

PS: Leon Festinger, de grondlegger van de theorieen over cognitieve dissonantie gebruikte als eerste voorbeeld een niet-conventionele groep die de waarheid (einde van de wereld kwam niet) niet onder ogen wilde zien door de hang naar cognitieve consontantie. Dit werpt het licht op de, te onderkennen mogelijkheid, dat ook vele  niet-conventionele complottheorieen zijn doorgeschoten. In die zin zal de wetenschappelijke methode ook altijd gevolgd moeten worden verificatie en falsificatie.

Rechtstaat

27 oktober 2010

Het is inmiddels tien jaar geleden dat ik persoonlijk verscheen voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Op 23 oktober 2000 kwam ik samen met een flink aantal medestanders aan in Straatsburg . Op dat moment nog in de hoop dat ik uitgebreid het woord kon doen over de vernederingen die mij door de Nederlandse staat waren aangedaan in mijn pogingen mij te verzetten tegen de actieve vervreemding die de staat en haar organen bewerkstelligd hadden tussen mij en mijn dochter. In plaats van mijn hart te mogen luchten moest ik mijn mond houden en moest ik op 24 oktober zo “gekneveld” aanhoren hoe de Nederlandse staat de ene na de andere beschuldiging tegen mij had verzonnen om de aandacht af te leiden van de kwestie zelf. Hoewel toch nergens in wat voor procedure was gebleken dat ik ook maar in de verste verte huiselijk geweld had gebruikt kregen ze het voor elkaar dit in het wilde weg te veronderstellen.

Hoewel het hof in Straatsburg uiteindelijk in haar vonnis hier niet meer aan refereerde was ik eerder zeer geschokt dat het verzinsel was opgenomen in een zogenaamd feitenoverzicht.Verder was blijkbaar geen een van de paars uitgedoste raadsheren van het hof van plan in te grijpen toen de Nederlandse staat ook nog meende te moeten stellen dat ik verwerpelijk handelde door achtergrondartikelen over familierecht te publiceren. Dit zou de moeder van mijn kind maar irriteren. In feite irriteerde het natuurlijk de Nederlandse staat zelf. Een regelrechte aanval op de vrijheid van meningsuiting in het hart van wat een mensenrechtenorgaan zou moeten zijn. Een aanval van het Hof zelf op de, blijkbaar alleen theoretisch existerende mensenrechten.

Dit mensenrechtenhof was voor mij dus het tegendeel van wat het heet. Hoewel ze mij geen ongelijk gaf, gaf ze me ook geen gelijk in haar formele oordeel. De klacht werd niet ontvankelijk verklaard. Dit en de behandeling zelf was voor mij het summum van inquisitie, belediging en vernedering en maakte voor mij dat ik geen geloof heb in een reëel bestaande westerse rechtstaat. Dat ik tot nu toe de elasticiteit heb behouden om me met kracht te verweren verbaast me van mezelf. Ik probeer me mijn mond niet te laten snoeren. Maar anders dan in harde dictaturen is de aanpak van “onze” rechtstaat er niet een van moord en doodslag. Nee continue vernedering ligt op de loer, niet alleen door de organen van deze staat zelf maar ook door de door haar ingehuurde (ja gewoon letterlijk) vazallen van wetenschap en media.

Ik heb over deze rechtsgang jarenlang niet alteveel geschreven en misschien houdt ik er na dit blog weer voor 10 jaar mijn mond over. Eigenlijk is het zo hard aangekomen dat ik mijn mond gesnoerd voel door zoveel vernedering. Mijn tekst hier zou makkelijk kunnen worden gelezen als die van een loser. Een loser in comité, alleen het comité is buiten bedrijf. Het feit dat ik met enig succes bijvoorbeeld het begrip ouderverstotingssyndroom samen met Rob van Altena in Nederland introduceerde en een flink aandeel had in de mediaandacht die de herinvoering van gezamenlijk gezag mogelijk maakte in 1998 en het begrip gelijkwaardig ouderschap in de wet voortgezet ouderschap maakt hopelijk duidelijk dat ik me niet voor een gat laat vangen. Ook heb ik inmiddels van de Raad voor de Kinderbescherming mogen noteren dat mij geen recht is gedaan. Toch is de schade aanzienlijk. Niet alleen voor mij. Maar dat heeft u in mijn andere blogs al kunnen lezen.

Zie mijn dossier hierover en constateer dat ik nog steeds het door mij beloofde verslag niet heb geschreven.
Mijn meest algemeen fundamentele kritiek op de zogenaaamde rechtstaat betreft overigens de niet bestaande openbaarheid van uitspraken.

%d bloggers liken dit: