Home

Zakelijk/juridische beschrijving van het negeren van de openbaarheid van uitspraken in Nederland en de territoriale jurisdictie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

In dit stuk staan nog geen referenties aan andere bronnen en documentatie. Die zijn er wel! Ook maak ik even voorbehoud voor correcte weergave van namen en data. De chronologie is wel juist. Dit stuk diende als voorbereiding voor een artikel voor het Nederlands JuristenBlad waarin ook alle referenties zijn opgenomen. De redactie wees het artikel af op nogal vreemde gronden. Over de argumenten van de redactie van het NJB schreef ik een aantal blogs.

De feiten

Halverwege de jaren negentig constateerden verschillende mensen dat rechtbanken geen gehoor gaven aan verzoeken om rechterlijke uitspraken in te mogen zien. Die openbaarheid is in absolute zin geregeld in de grondwet en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Het betrof meestal uitspraken in het familierecht maar er waren ook problemen met enkele andere rechtsgebieden en specifieke rechtsorganen. Het gaat hier om bijna de helft van de juridische procedures.

In 1997 gaf vicepresident van de rechtbank Arnhem Dhr Hooft Graafland in een gesprek met Jan Hop en Joep Zander aan dat het weigeren van, door hun beide gewenste, inzage in rechterlijke uitspraken zou leiden tot nietigheid van de betreffende uitspraken. Deze nietigheidssanctie is namelijk in de wet voorzien. Hij gaf aan dat inzage dus geregeld zou gaan worden. Slechts moesten enkele praktische hobbels worden genomen waaronder anonimisering. Hop en Zander gingen overigens akkoord met deze anonimisering. Een bij het gesprek aanwezige rechter van de familiekamer vond dat ook namen van mensen die uit hoofde van hun beroep betrokken waren zouden moeten worden geanonimiseerd. Dit standpunt werd door de andere deelnemers van het gesprek afgewezen. Het presidium van deze rechtbank bevestigde de conclusie.

In augustus 1997 besloot een gremium met de naam Algemeen Secretariaat Zittende Magistratuur (ASZM) dat het eerder door de rechtbank Arnhem toegekend verzoek alsnog diende te worden afgewezen. Dit gremium had op dat moment geen enkele wettelijke status. Desalniettemin gehoorzaamde de rechtbank Arnhem deze order.

Een aantal mensen bleven deze kwestie aankaarten. Daarbij viel op dat een en ander al veel eerder aan de orde was geweest in een parlementaire discussie met Wolffensperger (D66) waarin het absolute karakter van de wetgeving door staatssecretaris Kosto was bevestigd.

Joep Zander kaartte de kwestie aan op een grote rechtersconferentie waar hij een unaniem gelijk binnenhaalde. Al in de naborrel gaf Hooft Graafland aan dat dit misschien nog niet betekende dat hiernaar gehandeld zou worden. Geraadpleegde aanwezige rechters en hoogleraren waren meestal niet op de hoogte van het bestaan van het ASZM.

Een half jaar na het besluit van het ASZM tot beperking van de openbaarheid, werd dit orgaan door de minister van een status voorzien. Weer enige jaren later werd de Raad voor de Rechtspraak opgericht en gelijktijdig het ASZM opgeheven.

Otto Vos (Tweede Kamerlid VVD) zei over de gang van zaken: Joep, als we dit aankaarten wordt het alleen maar erger. Vos stond in het algemeen bekend als iemand die bereid was zijn nek uit te steken. Zo liep hij onder andere mee in een demonstratie van vaders.

Boris Dittrich (rechter en tegelijkertijd Tweede Kamerlid voor D66 en als woordvoerder justitie opvolger van Wolffensperger): Joep dit onderwerp vindt niemand interessant dus ik ook niet.

Voorzitter Vereniging Advocaten Scheidingsbemiddelaars: Joep; rechters hebben wel veel macht hoor dus die ga ik nergens van beschuldigen. Dan beschuldig ik liever een paar vaders ervan dat ze niet goed naar zichzelf kijken in plaats van op bruggen te klimmen..

Nadat het Platform Samenwerkende Cliëntenorganisaties in Jeugdzorg en Familierecht begonnen was deze zaak aan te kaarten besloot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in een zaak van een Britse justitiabele dat deze niet-openbaarheid moest kunnen. Dit besluit was overigens lang niet unaniem.

Nederlandse rechters bleven in veel gevallen (waarschijnlijk alle, maar het was dus niet meer mogelijk dat te traceren) onder hun beschikkingen zetten dat ze openbaar waren uitgesproken. Ook als specifiek in die gevallen nogmaals werd vastgesteld dat dit niet was gebeurd.

Dit betekende in minstens één geval (hoeveel meer is dus niet te traceren) ook dat een betrokken deskundige die besproken werd in een beschikking niet rechtstreeks inzage daarin kon krijgen. Wel was een van de partijen bereid deze beschikking aan te leveren. Overigens leidde het publiceren van zaken op internet waarin opgenomen beschikkingen, al jaren tot publicatieverboden. In de UK is zo’n kwestie tot een strafzaak tegen de betreffende justitiabele opgelopen (dezelfde als die voor het EHRM was geweest).

Halverwege de jaren 10 werd er door de cie vd Meij een poging ondernomen de feitelijk intransparante gang van zaken, onder het mom van meer transparantie juist alsnog te codificeren (in wetgeving om te zetten).

In de jaren zestig stond in schoolboeken (staatshuishoudkunde) dat absolute openbaarheid van rechtelijke uitspraken behoort bij de basisbeginselen van de Trias Politicas. Dit staat ook tegenwoordig nog in schoolboeken.

De argumenten

Er is geen ruimte in de grondwettelijke en mensenrechterlijke regels voor uitzonderingen op de verplichte openbaarheid van rechterlijke uitspraken. Dit blijkt uit de gekozen formuleringen en het tegenoverstellen van de wel toegestane uitzonderingen op de openbaarheid van de zitting zelf. Dit blijkt ook uit het feit dat er nooit enig argumenteel verzet is geweest van juristen tegen het standpunt van mensen als Paul Ruijs en Joep Zander. Het blijkt ook uit het feit dat de cie van de Meij heeft geprobeerd de feitelijke toestand alsnog te codificeren.

Het gaat om een zeer groot, belangrijk en groeiend onderdeel van de rechtspraktijk en dus niet om een klein facet van een klein probleem. In tegendeel. Ook de rest van de bedrijfstak familierecht blijft maar groeien zodat ook andere perverse economische mechanismen een rol kunnen gaan spelen. Volgens voormalig CDA-kamerlid Soutendijk is dat een belangrijke reden waarom familierecht zo moeilijk is te veranderen.

Als het al zo zou zijn dat er interpretatieruimte zou zijn in de wet, wat niet het geval is, dan zou die ruimte alleen beoordeeld mogen worden door een individuele onafhankelijke rechter. Een ander orgaan komt die bevoegdheid niet toe en al helemaal niet als dat orgaan geen wettelijke status heeft.

Wel is het zo dat de rechterlijk stand bezig is geweest het ontstane gat tussen recht en praktijk dicht te timmeren. De absolute prioriteit van de openbaarheid van de uitspraken is echter een zaak van wetgeving en niet van interpretatie.

De openbaarheid van uitspraken is een essentieel deel van de checks and balances van de Trias Politica. Een van de belangrijkste motieven voor dit beginsel is de controleerbaarheid van de rechterlijke macht. Bij inachtneming van de principes van de Trias Politica is de controleerbaarheid gelaten aan de burger. Het is niet te verdedigen dat een macht, die niet voor niets onderhevig is aan controlemechanismes, zelf aan die controlemechanismes gaat sleutelen. Zelfs interpretatie van de manier waarop je zelf gecontroleerd dient te worden gaat dan te ver. Wat er de facto gebeurde ging veel verder.
Quis custodiet ipsos custodes. Het is toch al niet eenvoudig voor de burger om zicht te houden op de rechterlijke macht. Alles dient juist in het werk gesteld te worden om de controlemechanismes te faciliteren. Defacto gebeurt het omgekeerde. Staatsorganen die hun eigen controlemechanismes buiten werking stellen stellen zich boven de wet en bevinden zich buiten de wet. Zelfs met de beste bedoelingen (als privacybescherming dat zou zijn) kan dat soort machtsuitoefening slechts worden gespiegeld aan dictatoriaal gedrag. Het is in zijn soort vergelijkbaar met een president die het parlement buiten werking stelt. Het parlement is het controlemechanisme voor de uitvoerende macht en bepalend in de wetgeving. De openbaarheid van uitspraken is het controlemechanisme voor de rechterlijke macht.

De voorgeschiedenis van de Raad voor de Rechtspraak maakt de indruk dat de minister met een fait accompli is geconfronteerd. Als hij het ASZM niet alsnog een status had toegewezen en niet daarna de Raad voor de Rechtspraak had laten invoeren was dat een regelrechte confrontatie geweest met de top van de Rechtelijke macht die onder de noemer van ASZM complotteerde. Het is in te zien dat dit een moeilijke stap was geweest voor de minister ook omdat het niet onmogelijk moet worden geacht dat ook de top van het ministerie zich al had ingelaten met deze machtspolitiek.
De opheffing van de openbaarheid van uitspraken is ook een fait accompli-politiek ( misschien heeft Machiavelli daar nog een beter woord voor verzonnen). Dat blijkt ook uit de poging deze inzet later te codificeren. Ook het EHRM zal de brusquering van de totale rechterlijke stand wel als een potentieel probleem hebben gezien. Ongetwijfeld waren een aantal leden van dit college al aan het verkeerde gedrag gecorrumpeerd.

De historische ontwikkeling rond het principe van de openbaarheid van uitspraken maakt duidelijk wat Otto Vos mogelijk bedoelde toen hij zei dat het erger zou worden als hij het aan de orde zou stellen. Immers dat is wat de cie de Meij probeerde. Het erger maken. De klaarblijkelijke dreiging die parlementsleden voelen vanuit de rechterlijke macht zou kunnen worden veroorzaakt door deze wijze van handelen. Maar ook het risico van ontwrichting kan een rol spelen. Dreigen om wangedrag te vergroten als er kritiek komt is een kenmerk van dictatoriaal gedrag. Beter ten halve gekeerd zou de reactie moeten zijn. Kamerleden verkeren in een moeilijke positie om wat aan de situatie te doen. Invoeren van juryklachtrecht (Zander in katholiek Nieuwsblad) valt wel onder de bevoegdheden van de wetgevende macht. Het is niet onmogelijk dat ook Otto Vos door zijn familie is gemaand vooral van zijn kinderen te genieten als antwoord op de door hem ervaren klem.

Fait accompli machtspolitiek is bij uitstek een tactiek van sterk tegen zwak, en dus zeer slecht te passen in de maatschappelijke betekenis van de rechtspraak. Deze heeft immers eerder de bedoeling om zwak tegen sterk te verdedigen dan andersom.
Dit geldt met name voor het rechtsgebied familierecht waarin het kind altijd de zwakke partij is. Rechters die zelf gecorrumpeerd zijn aan het verkeerde mechanisme, zullen moeilijk kunnen onderkennen wat er in een zaak speelt. De praktijk van het familierecht is dan ook te voor een aanzienlijk deel te kwalificeren als een fait accompli praktijk met het bijbehorende recht van degene die het eerst en het hardst aan het kind trekt. Preemptief is daar wellicht een goede term voor. Preemptief gedrag leidt tot oorlog met kinderen en menselijkheid als belangrijkste slachtoffer.

Het volgen van voorbeeld is een van de belangrijkste agogische principes. Gezien het slechte voorbeeld van Fait accompli politiek van de rechterlijke macht/stand ligt het voor de hand dat dit slechte voorbeeld ook gevolgd wordt.

De conclusies
Er zijn alleen al in Nederland inmiddels enkele miljoenen nietige rechterlijke uitspraken. Vermoedelijk is de situatie in andere landen onder de territoriale jurisdictie van het EHRM vergelijkbaar. De macht van de rechterlijke stand is ongebroken en neemt alleen nog maar toe. Dit laatste blijkt uit meer ontwikkelingen. De rechterlijke macht reageert projectief op dit probleem door het parlement te beschuldigen van het doorbreken van de scheiding der machten en ondertussen ongegeneerd hun invloed te laten gelden naar het parlement in het kader van wet- en regelgeving. Gezien de beperkte opzet van dit stuk ga ik daar verder niet gedetailleerd op in. Voormalig VVD-kamerlid Luchtenveld heeft daarover overigens het nodige geventileerd.

In het parlement is de kritiek op deze gang van zaken, voor zover ik kan zien, niet in nuance aanwezig. Wel lijken termen als ‘nepparlement’ en de kritiek van Wilders op de rechterlijke macht aan te sluiten bij deze onvrede. Dat is een uitermate gevaarlijke situatie gezien het weinig democratische karakter van de PVV zelf.

Samenvatting

Al enige decennia wordt in het familierecht de facto geen openbaarheid van uitspraken betracht. Dit is in tegenspraak met de grondwet en de rechten van de mens, die voor deze afwijking geen ruimte laten. De rechterlijke macht heeft daarmee haar eigen externe controlemechanismes overboord gezet en treedt daarmee eigenmachtig op. De rechterlijke macht stelt de samenleving voor faits accompli met besluiten waartoe ze niet gemachtigd zijn. Deze handelswijze heeft een vergaande invloed op hef functioneren van de sector familierecht. Hoe ver dat gaat en hoe erg dat is valt uit de aard der zaak dus niet goed feitelijk vast te stellen. Wel valt de algemene kritiek op deze sector goed in dat licht te bezien. Op kritiek op het gebrek aan openbaarheid word in de regel niet ontkennend maar ontwijkend gereageerd. Parlementariërs voelen zich onmachtig, behalve uiteraard die parlementariërs die gewoon deel uitmaken van de rechterlijke macht , een dubbele pet die, net als het negeren van de openbaarheid, haaks staat op de principes van de Trias Politica.

Joep Zander © 2016

In dit stuk staan nog geen referenties aan andere bronnen en documentatie. Die zijn er wel! Ook maak ik even voorbehoud voor correcte weergave van namen en data. De chronologie is wel juist. Dit stuk diende als voorbereiding voor een artikel voor het Nederlands JuristenBlad waarin ook alle referenties zijn opgenomen. De redactie wees het artikel af op nogal vreemde gronden. Over de argumenten van de redactie van het NJB schreef ik een aantal blogs.

zie ook dossier openbaarheid van uitspraken

%d bloggers op de volgende wijze: