Home

Het verlinkte recht als poppenkast

10 april 2016

inquisitie3(laatste update 12-04=2016 14.15 u)

Ergens in de jaren negentig werkte ik stukje bij beetje aan een schilderij over de magistratuur. Het was een donker schilderij, inquisitie geheten. Naar mate ik verder kwam, dat kan soms lang duren bij mij, werd het ………

Dit is mijn afsluitende blog over de merkwaardige manier waarop een stel hoogleraren, hoge-raadsleden, advocaten generaal, verenigd in de redactie van het Nederlands JuristenBlad, aankijken tegen de staat van onze rechtsstaat. Aankijken? Nee, eigenlijk vooral wegkijken.

Ik bekritiseerde hun standpunt dat al die miljoenen uitspraken in het familierecht in de afgelopen decennia volslagen oninteressant zouden zijn geweest. Ik merkte op dat de redactieleden de illusie wensen te onderhouden dat je zo’n uitspraak in individuele gevallen best wel te pakken zou krijgen. Ik bewees dat dat niet het geval is, of je nou activist bent of niet, schreeuwer of nette burger, geen kans.

Ik bestreed de veronderstelling dat transparantie en controle niet zouden kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het geleverde recht. Het kan geen recht zijn als het niet transparant is. Ik benadrukte het uitzonderlijke belang van het handhaven van een nette rechtsgang, juist in het familierecht. Het vreemde idee dat dit alles geldverspilling zou zijn is al van zichzelf belachelijk zonder dat daar eigenlijk een toelichting voor nodig zou moeten zijn.  Desalniettemin heb ik ook nog uitgelegd dat anonimiseren van rechterlijke uitspraken helemaal niet veel hoeft te kosten.

Kortom, ik heb mijn best gedaan wat te communiceren. De redactie vindt toch dat er iets mis is met mijn manier van communiceren, hoewel ze juist zelf aanvankelijk elke discussie uitsloten. Ik communiceerde namelijk in deze blogs openbaar. En dat was nou net het punt, ook de discussie over geheime vonnissen moet blijkbaar in het geniep worden gevoerd. Sinds wanneer is iemand anders zijn communicatie trouwens een reden om zelf wartaal te handhaven?

Het viel me weer op hoe tegenstrijdig hun praktijken zijn met hun theoretische opvattingen. Ik gaf redactielid prof. Prins een complimentje voor haar theoretische betogen over openbaarheid. Buruma slooft zich uit om duidelijk te maken dat je de rechterlijke macht moet vertrouwen, ook als hoogleraar in een leeropdracht ‘Rechtsstaat, rechtsvorming en democratie. Hartlief en vooral Barkhuysen hebben zich er nota bene hard voor gemaakt  dat theorie en praktijk wat met elkaar te maken hebben. Dat mogen ze dan hun collega-redactieleden en zichzelf eens gaan uitleggen. Spronken…. mensenrechten, opgetreden voor het EHRM, maar art 6.1 van het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens ho maar. En als ik nog even zo doorzoek kan ik  vast wel meer moois vinden.

Terug naar dat schilderij. Hoe langer ik er aan verder werkte, hoe langer hoe meer begon het te lijken op een soort poppenkast. Het schilderij nog steeds in zwart gehuld, maar de rechters hoe langer hoe meer in geel en rood. U ziet het schilderij hierboven in de staat waarin ik het verkocht aan een advocatenkantoor.

Mijn tekstschilderij “De zwarte dRaad voor de Rechtspraak”, het artikel dat ik, na overleg, inleverde bij het Nederlands JuristenBlad lijkt een beetje dezelfde weg gegaan. Eerst maakte ik een zakelijke samenvatting van het gebeuren rond de Raad voor de Rechtsp(r)aak  en de openbaarheid van uitspraken (zie). Daarna maakte ik er een heel mooi stuk van waarin ik ‘goed en overtuigend’ (Louis Tavecchio) aantoonde hoe mis het is met een van onze rechtstatelijke principes. Toen het werd afgewezen op oneigenlijke gronden heb ik dat bloedserieus besproken. Zo bloedserieus dat het, misschien daardoor wel extra lachwekkend werd hoe die poppen zich verslikten in hun eigen onzin. Desalniettemin hebben ze de macht.

Afin, het oorspronkelijke artikel houd ik nog achter de hand voor publicatie elders (hoop ik). Veel wat daarin naar voren kwam heb ik hier ook besproken. Maar het was natuurlijk in dat artikel juist in een prachtig verhaal gevat. En wat u eigenlijk nog mist zijn een aantal belangrijke kwesties over de geschiedenis van de Raad voor de Rechtspraak.

Verder denk ik dat de schandalige manier waarop er binnen een aantal rechtssectoren wordt omgegaan met de basisprincipes van het recht ertoe leidt dat magistraten het ook in het algemeen minder nauw aan het nemen zijn met de regels v an het recht. Breek dit systeem.

================================================================

Dit was ( naast een aantal tussenblogs) de zevende en afsluitende blog in een serie over de staat van de staat en het NJB.

Als het NJB mijn artikel niet publiceert zal ik het ergens anders publiceren.

De redactie van het NJB bestaat uit voorzitter en voormalig lid van de Hoge raad Coen Drion,  hoogleraar, en lid Hoge Raad Ybo Buruma en Advocaat Generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar: Ton Hartlief, Taru Spronken, Peter J. Wattel en de hoogleraren Corien (J.E.J.) Prins en Tom Barkhuysen.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: