Home
rechter-lichtend

verlichte rechter

‘Het is duidelijk dat dat familierecht volgens jou niet deugt en dat is misschien ook zo, maar daar ga je niet op in

De redactie van het NederlandsJuristenBlad (zie eerdere blogs hierover) kan er wat van. Familierecht, zonder enige nadere bepaling, zou volgens mij niet deugen. Niet dit familierecht of Wésters of húidig  familierecht, maar álles wat familierecht kan heten deugt niet. Eigenlijk is dan dus verbetering onmogelijk. Ik weet niet zo goed of dat nou een neerlandistieke misser is, een projectieve fehlleistung of een gebrek aan juridisch inzicht.

Ik haal me voor de geest hoe sommige rechters en andere juristen vaak reageren op het woord familierecht. Oh u bedoelt (vies gezicht:o) familierecht…. Alsof ik het over poep heb in plaats van een net onderdeel van de rechtstaat. Nou misschien hebben ze er zelf wel stront van gemáákt. Een Fehlleistung (= freudiaanse verspreking) dus.

Wat erger is is dat de redactie er blijkbaar geen genoegen mee neemt dat ik vind dat openbaarheid van uitspraken algemeen geldig is, ook voor het familierecht. Overigens kan ik voor alle rechtsgebieden afzonderlijk best een verhaal schrijven over het belang van de openbaarheid van uitspraken. En voor het familierecht heb ik dat ook specifiek juist wel gedaan in het omstreden NJB-artikel.

Ik heb er twee grote passages aan gewijd. Een daarvan zal ik hier citeren:

salomon-schild

Als Nederlandse rechters het over het salomonsoordeel hebben, bedoelen ze dat ze de ouder die het hardst trekt exclusief de kinderen meegeven

‘ Fait accompli machtspolitiek (de manier waarop de rechterlijke macht de Raad voor de Rechtspraak creëerde en de openbaarheid van uitspraken blokkeerde. red) is bij uitstek een tactiek van sterk tegen zwak, en past dus slecht bij het maatschappelijke belang van de rechtspraak. Deze heeft immers eerder de bedoeling om zwak tegen sterk te verdedigen dan andersom. Dit geldt met name voor het rechtsgebied familierecht waarin het kind altijd de zwakke partij is. Rechters die zelf gecorrumpeerd zijn aan het verkeerde mechanisme, en daarin een belang hebben verworven, zullen daardoor moeilijker kunnen onderkennen welke belangen er spelen. De praktijk van het familierecht is dan ook voor een aanzienlijk deel te kwalificeren als een fait accompli praktijk met het bijbehorende recht van degene die het eerst en het hardst aan het kind trekt. Preëmptief gedrag leidt tot oorlog, met kinderen en menselijkheid als belangrijkste slachtoffers. Het volgen van voorbeeld is een van de belangrijkste agogische principes. Slecht voorbeeld van de rechter doet slecht volgen.’

In totaal heb ik in het artikel over openbaarheid en de Raad voor de Rechtspaak 400 van de 2700 woorden specifiek over familierecht geschreven, waaronder een met de kop ‘Familierecht en familylife’ aangeduid hoofdstuk.  De bewering  ‘maar daar ga je  niet op in‘, is dan op zijn minst niet waar, maar eigenlijk een leugen. Hier valt niet overheen te lezen, zeker voor mensen die er hun werk van maken.

De redactie had óók al willens en wetens eromheen weten te lezen dat ik wel degelijk, drie maal zelfs, inging op de afloop van incidenteel/individuele verzoeken om inzage in rechterlijke uitspraken.

Mijn artikel is blijkbaar in een verkramping  gelezen, een soort van verstandsverbijstering die optreedt als iets zo ontzettend pijnlijk klopt dat je het maar beter niet kunt hebben gelezen. Wir haben es nicht gewusst, weil wir das nicht wissen möchten.

====================================

Dit is de vijfde in een serie blogs over de staat van de redactie van het Nederlands JuristenBlad.

de volgende blog in de serie

De redactie van het NJB bestaat uit voorzitter en voormalig lid van de Hoge raad Coen Drion, voormalig hoogleraar, nu lid Hoge Raad Ybo Buruma en Advocaat Generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar: Ton Hartlief, Taru Spronken, Peter J. Wattel en de hoogleraren Corien (J.E.J.) Prins en Tom Barkhuysen.

Oh ja ‘Raad voor de Rechtspaak’ ook leuke verschrijving, laat ik staan.

Advertenties

Over the rainbow

28 maart 2016

regenboog sterrenbos3

In de richting van de regenboog en de Carolinaberg

Lees de rest van dit artikel »

Wij minus Mij

23 maart 2016

hca11

Volgens de tekst van het sprookje De nieuwe kleren van de keizer, zie je hier een keizer in zijn blootje. Maar de tekenaar deed toch nog net of hij zijn hemd nog aanhad. Dat doe ik met Rutte ook nog een beetje. Door hem zo serieus te becommentariëren geef ik hem nog een beetje status ook. Wie ogen heeft die ziet.

Op 22-3-2016; na de aanslagen in Brussel sprak Mark Rutte de woorden “wij zijn met meer”

‘Wij zijn met meer’. Dat geneuzel van Rutte over de vrijheid en de rechtstaat is nog een ding. Maar als hij MIJ tegenover ZIJ begint te zetten dan wordt het tijd om afstand te nemen.

Ik ben geen bommengooier, en al helemaal niet als dat tegen mensen zelf gericht is. Maar ik ben wel voor de totale afbraak van de delusies van Rutte. Als Rutte zich dan, in een soort Majestatis Pluralis, namens MIJ tot ZIJ richt dan krijg ik bijna de neiging om MIJ met ZIJ solidair te verklaren. Lees de rest van dit artikel »

Daar is de lente

21 maart 2016

 

Vandaag begon de lente. Even wat ontspanning  met mijn favoriete lenteliedje.

De strijdmuziekgroep Het Verzetje zong daar in de jaren 80 nog de volgende twee coupletten bij:

Een motoragent, lid van de ME
Kreeg op zijn wangen twee dikke kussen
Hij springt op rood
En het stoplicht op groen
En hij scheurt er snel van tussen

Na sombere tijden, kommer en kwel
Jan Modaal moest de broekriem aanhalen
De rijken willen nu
met alle macht
Hun crisis zelf betalen

En als ik het me goed herinner draaide het Verzetje de zinnen over die bouwvakkers en meisjes in de standaardversie om.

Nu ook best weer van toepassing.

 

SC20121108-115254-1

Zorgelijke griffier

‘het is nogal een verspilling van belastinggeld om volslagen oninteressante (familie)zaken te gaan zitten anonimiseren en op de website te zetten waar niemand ooit ook maar de minste belangstelling voor zal hebben.’  Aldus de redactie van het Nederlands JuristenBlad, bestaande uit hoogleraren en leden van onze Hoge Raad. In casu blijkt ze zich ook nog te hebben laten bijstaan door een deskundige, vernam ik.

(Als u alles over mijn artikel voor het NJB wilt lezen kunt u ook bij het eerste blog hierover beginnen.)

De controle en transparantie van de rechterlijke macht is een zeer essentieel aspect van de checks and balances van onze rechtsstaat. Als we dat niet hadden zou de rechtelijke macht gewoon haar eigen gang kunnen gaan. Geen checks, geen balances. De volksvertegenwoordiging is niet bevoegd. Deze controletaak komt exclusief toe aan de burger zelf.

Het argument van het NJB, geldverspilling, kun je dus vergelijken met een opmerking als:

Laten we het parlement afschaffen. Een dictatuur is veel goedkoper en  efficiënter, al die democratische checks and balances, bah weg ermee.

Tsja,  heeft er iemand belangstelling? Weinig, als je het al decennia onmogelijk maakt en mensen als ondergetekende het ventileren van ongenoegen daarover belemmert. Als je het opvragen van uitspraken afdoet als geschreeuw en vuig gedoe. Uiteraard kun je met zo’n dictaat veel mensen de moed ontnemen om ernaar te vragen.

En ik wil ook toegeven dat het vervullen van dit soort burgerplichten niet de leukste is. Dus je zou het moeten stimuleren. Geef burgers die inzage vragen koffie in plaats van ze tegen de glazen pui van de rechtbank aan te beuken, zoals mij een keer is overkomen. Vergroot de mogelijkheden van de burger om hun controleplicht uit te voeren door bijvoorbeeld burgers te betrekken bij het klachtrecht Rechterlijke Macht (zie mijn voorstel uit 2001 in het Katholiek Nieuwsblad)

Maar is het dan echt zo duur en ingewikkeld, dat anonimiseren? De meeste mensen zijn geneigd somber mee te knikken en zuchten bij dit soort opmerkingen.  Mijn vaste meelezeres is directiesecretaresse geweest, en die denkt er heel anders over:

‘Als ik dat soort stukken schrijf voer ik voor eigennamen vaak codes in. Dan hoef ik niet elke keer ingewikkelde namen te typen en kan ik ze later met zoek en vervang in een keer eenduidig en correct invoeren’

‘Dus en beetje administratief medewerker heeft eigenlijk de geanonimiseerde versie ter beschikking nog voordat de  autonieme versie wordt geproduceerd.’

‘Ja zo gaat dat eigenlijk. Ik moet er niet aan denken om bijvoorbeeld de naam Kyllikki Schöttelndreier uit Feanwâlden elke keer weer opnieuw te moeten uittikken. Ik noem maar wat.’

Het is natuurlijk nog niet helemaal zeker of een gemiddelde rechtbankmedewerker de knop zoek en vervang wel kan vinden. Maar voor die mensen heb ik goed nieuws. Mijn kritische meelezeres zoekt nog werk. Sorry als u denkt dat ik dat cynisch bedoel, dat is niet het geval. Sinds ik op een politiebureau meemaakte dat het een politieagent technisch onmogelijk bleek om copy-paste procedures op teksten toe te passen, waardoor hij de tekst uit een melding letterlijk moest gaan overtypen in een aangifte, heb ik gewoon geen hoge dunk van de administratieve kracht van onze ambtenaren en de door hun ingehuurde ICT-bedrijven.  Mijn vaste meelezeres is dan ook best bereid haar oude laptop met Open Office erop mee te nemen naar haar nieuwe klus op de griffie.

Het kan natuurlijk zijn dat een of andere slimmerik nu gaat roepen dat ik er allemaal te licht over denk. Nee, ik begrijp ook dat er gevallen zijn waarin er een enkele keer nog iets anders weggeknipt moet worden. Als bijvoorbeeld de commandant van de strijdkrachten in een scheidingsprocedure verwikkeld is dan moet je zijn beroep even wegknippen. Om te voorkomen dat dat fout gaat kun je partijen in dit soort situaties best verplichten om zelf even te melden dat ze iets anders dan alleen eigennamen weg willen hebben. Anonimisering is in feite al een grote concessie aan de privacy als je kijkt naar de wetsteksten in casu.

Twintig jaar geleden sprak een rechterscongres zich er op  mijn verzoek over uit dat openbaarheid van alle uitspraken verplicht is.  ‘Als jullie het niet redden met de anonimisering kom maar even langs dan verzinnen we daar wel wat voor’, voegde ik eraan toe. Ah wel het is dus gewoon een smoes gebleken.  En daardoor kán de Rechterlijke macht dus gewoon doen waar ze zin in heeft, ongecontroleerd.

====================================

Dit is de vierde in een serie blogs over de staat van de redactie van het Nederlands JuristenBlad.

De volgende blog in de serie.

De redactie van het NJB bestaat uit voorzitter en voormalig lid van de Hoge raad Coen Drion, voormalig hoogleraar, nu lid Hoge Raad Ybo Buruma en de hoogleraren: Tom Barkhuysen, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins, Taru Spronken, Peter J. Wattel

slager1‘Het is duidelijk dat dat familierecht volgens jou niet deugt en dat is misschien ook zo, maar naar mening van de redactie is de remedie met zekerheid niet de publicatie van ………….. uitspraken .…………………….‘  (redactie van het Nederlands JuristenBlad)

Geen openbaarheid (ik had het in mijn artikel niet alleen over publicatie, maar ok) van uitspraken. Het helpt niet voor de kwaliteit!?

Een parabel

Er was eens een slager in het stadje Rechtvoorderapen en die had iets tegen keurmeesters, zeker als ze hun werk kwamen doen. Hij was niet te beroerd om ze af en toe een lekker mals lapje vlees toe te schuiven, maar van pottenkijkers moest hij  niets hebben. Gelukkig voor hem waren er nogal wat keurmeesters die zich inderdaad goedkeurend uitlieten over het hun toegeschoven lapje vlees en, dus zonder te liegen, konden volhouden dat ze het vlees hadden goedgekeurd.

Op een dag kwam er een nieuwe keurmeester langs die niet zo bekend was met de vreedzame manier waarop al jarenlang, in het belang van het vlees, werd goedgekeurd. ‘Ik wil graag een kijkje nemen in je koelcel’ zei hij.

‘Nergens voor nodig’ zei de slager recht voor de raap. ‘Al mijn vlees is prima in orde, ik krijg eigenlijk nooit klachten’.

‘Toch heb ik wel eens verhalen gehoord over stinkende lapjes vlees en ziekteverschijnselen’, zei de keurmeester.

openbaarheid Prins

Redactielid Corien Prins over openbaarheid. Klik voor vergroting  bron

‘Ach ja, er zijn natuurlijk altijd mensen die hun vlees niet in de koelkast bewaren. Daar heb ik natuurlijk geen zicht op’, zei de slager. ‘Vertrouwt u mij soms niet? Wil je niet een lekker biefstukje? En hier heb ik ook nog wat vlees, daar mag u ook wel in kijken………Het wordt er allemaal echt niet beter op als u hier alles gaat nakijken, dan wordt iedereen alleen maar ongerust en wordt alleen al ziek van de gedachte dat ze vorige week dan misschien wel een niet helemaal vers stukje vlees hebben gegeten. Al die Rechtvoorder Apen vieren het liefst volgend jaar weer gewoon carnaval.’

Wie oren heeft, die hore (Mattheüs 13:9)

Overigens heeft redactielid, Corien Prins,  best wel interessante dingen beweerd over openbaarheid. Waarvoor complimenten (zie rechts).

===================================================================
Dit is de derde in een serie blogs over de staat van de redactie van het Nederlands JuristenBlad. de volgende in de serie.

De redactie van het NJB bestaat uit voorzitter en voormalig lid van de Hoge raad Coen Drion, voormalig hoogleraar, nu lid Hoge Raad Ybo Buruma en Advocaat Generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar: Ton Hartlief, Taru Spronken, Peter J. Wattel en de hoogleraren Corien (J.E.J.) Prins en Tom Barkhuysen,

‘Hetzelfde geldt voor wat betreft je klacht over niet openbare uitspraken: die worden waarschijnlijk nog wel op een openbare zitting gedaan,….’

en:

Daarbij zeg je overigens niets over enig concreet verzoek in een individuele zaak. Dat wordt denkelijk wél gehonoreerd.…

Nog twee passages (zie eerder blog) uit de merkwaardige afwijzingsgronden van de redactie van het Nederlands JuristenBlad in verband met mijn artikel over de verdachte antecedenten van de Raad voor de Rechtspraak en de niet-openbaarheid van uitspraken in, onder andere, het familierecht. Die redactie, bestaande uit (emeritus) hoogleraren en Hoge Raadsleden denkt dus dat uitspraken in het familierecht nog op een openbare zitting letterlijk worden uitgesproken. In welke wereld leven deze heren en een dame denkelijk, waarschijnlijk?

Ik begin maar even met een citaat van Willem Korthals Altes, toen hij dit in 2006 schreef, raadsheer bij het Hof Arnhem:

befgajes in de bajes

Valsheid in geschrifte, ambtsmisdrijf

‘Vele malen per jaar typ ik ‘en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van [datum]’ en sla ik het aldus afgesloten concept-arrest voldaan in mijn computer op. De VMC-studiecommissie Openbaarheid van rechtspraak heeft deze frase in haar rapport Toegang tot rechterlijke uitspraken nu genadeloos als een leugen (misschien wel De Grootste Leugen) ontmaskerd. Mijn arrest wordt evenmin als de overgrote meerderheid van de rechterlijke beslissingen in Nederland ooit op een terechtzitting uitgesproken en al helemaal niet in het open
baar. De procureurs van partijen krijgen de grosse of een afschrift en voor het overige verdwijnt het arrest met het griffiedossier in het archief. Heel misschien komt het op de site van http://www.rechtspraak.nl terecht, maar dan moet het tot de statistisch haast verwaarloosbare elite van 0,9% gelukkigen toetreden. Bovendien is de kans groot dat het arrest om privacyredenen dan ook nog eens wordt geanonimiseerd. Leve de openbaarheid van onze rechtspraak dus! (VMC zie link)

Deze raadsheer geeft zijn valsheid in geschrifte nog gewoon toe alsof het niets is. En het is allemaal nog veel erger. In mijn omstreden artikel geef ik juist uitvoerig aan dat je, als burger, ook helemaal geen toegang krijgt tot dat soort uitspraken (behalve dus die 0,9%, inmiddels een promille of zo meer), zeker niet in het familierecht en ook niet enkelvoudig of individueel. Ik beschreef wat ik daartoe 20 jaar lang heb verzet.

De door Korthals Altes gegeven beschrijving van de gang van zaken wordt ook prima gedekt door een citaat uit een mail, die ik dit jaar in mijn hoedanigheid van rechtbankdeskundige, kreeg van senior juridisch medewerker/griffier Mr. Sluijters van de rechtbank Gelderland (Arnhem):

‘In onderhavig geval is de uitspraak niet mondeling in een openbaar toegankelijke gelegenheid uitgesproken en is deze evenmin is gepubliceerd. De beschikking is verzonden aan partijen/belanghebbenden, waarmee conform voormelde artikelen is voldaan aan het openbaarheidsvereiste.’

Sluijters geeft hier prima weer wat in heel Nederland gebeurt met dit soort uitspraken,  er wordt opgeschreven dat ze openbaar worden uitgesproken, maar dat is niet het geval. Massale valsheid in geschrifte en een gang van zaken die leidt tot nietigheid in al die miljoenen uitspraken in het familierecht van de laatste decennia. Want zo lang gaat dat al zo. De redactie van het fameuze Nederlands JuristenBlad leeft dus waarschijnlijk al decennia lang in een waanwereld. Als ik andersom, en terecht nu zou beweren dat Nederland geen rechtstaat is met dit soort bananenrepubliekpraktijken (zie notitie hieronder), dan loop ik de kans om naar een psychiatrische instelling te worden afgevoerd als ware ik iemand met waandenkbeelden. Of wellicht de goelag archipel (gedwongen behandeling van extremisten) van Ronald van Raak. Een waanpraktijk, denkelijk waarschijnlijk. Maar ik laat mij nergens meer door weerhouden.

Dit is de tweede in een serie blogs over de staat van de redactie van het Nederlands JuristenBlad. De volgende blog in de serie

De redactie van het NJB bestaat uit voorzitter en voormalig lid van de Hoge raad Coen Drion, voormalig hoogleraar, nu lid Hoge Raad Ybo Buruma en de hoogleraren: Tom Barkhuysen, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins, Taru Spronken, Peter J. Wattel

dossier openbaarheid van uitspraken
Een meer zakelijke opsomming van feiten en argumenten rondom de openbaarheid van rechterlijke uitspraken. Dit verhaal dekt voor een deel wat ik in het omstreden artikel voor het NJB beweer.

PS1 met excuses aan de bananenrepublieken die in werkelijkheid natuurlijk zo heten omdat ze onder het dictaat leven van westerse (bananen)bedrijven als Monsanto,  United Fruit (chiquita) en Standard fruit (Dole) die hun macht via idiote patenten kunnen uitoefenen die alleen kunnen bestaan met geperverteerde Westerse juridische systemen. Ze zijn dus eerder het slachtoffer dan het slechte voorbeeld.

Daarbij komt dat het aanvragen van een patenten heel erg duur is en dat het ook kan worden aangevochten door (dure) advokaten van een tegenpartij. En dat zou de Bolster niet eens kunnen betalen. Ze hebben evenmin geld om de patentaanvragen van Monsanto, Synganta en enkele andere bedrijven aan te vechten hoewel dat eigenlijk zou moeten gebeuren, want het gaat in feite om een vorm van diefstal. bron

Iets om over na te denken als we weer eens aan ontwikkelingswerk doen door onze rechters op pad sturen om ergens het lichtende voorbeeld te gaan geven. Maar denk zeker ook aan TTIP waarmee we via rechters wanverhoudingen in arme landen gaan afdekken met schijnjuristerij.

%d bloggers liken dit: