Home

Heldere nuance

4 april 2011

‘Maar je kan persoon A en persoon B toch niet met elkaar vergelijken?’ zo probeerde Lilian Helder de Tweede Kamer en vooral Sharon Gesthuizen een lesje te geven in statistiek. Niet ten onrechte.

Ik zie me al publiek staan uitleggen wat er niet deugt aan een hele reeks sociaal-wetenschappelijke onderzoeken. Zoals dat van Tamar Fischer. Tamar kwam tot de conclusie dat niet aan te tonen is dat vaders na scheiding ergens toe dienen. Dat onderzoek analyseren is moeilijke stof. Weerlegging vergt niet alleen inzicht in statistiek, maar ook in methodologie en nog wat aanpalende wetenschapsgebieden. Bovendien zou je eigenlijk het hele onderzoeksrapport moeten lezen. Ik heb dan ook medelijden met Lilian Helder. En ik ben kwaad op Sharon Gesthuizen. Dit hoewel mijn politieke voorkeur bepaald andersom ligt. Beide dames lagen met elkaar overhoop over de waarde van een statistisch onderzoek dat het effect van taakstraffen vergeleek met het effect op de recidive van gevangenisstraffen.

Ik kan me goed herinneren dat ik een keer Matthijs Kalmijn (nu hoogleraar)  probeerde te wijzen op het onmiskenbare feit dat hij de media inging met voorlopige onderzoeksresultaten waarvan nog geen zorgvuldige weging van de non-respons had plaatsgevonden. Ik ga het hier ter plekke niet eens meer proberen uit te leggen wat daar het belang van is. Men leze mijn boeken (Gemist Vaderschap). Bij Kalmijn leidde dit in ieder geval tot een ernstige onderschatting van het aantal gemiste vader-kind-contacten. Later bleek mijn gelijk uit CBS-onderzoek, dat al weer iets beter in elkaar zat.

Sociaal-wetenschappelijk onderzoek staat bol van de flauwekul. Gesubsidieerde flauwekul. Ego en mediagedreven flauwekul. Als je het een paar keer hebt aangetoond ben je hoe langer hoe minder geneigd daar hele onderzoeksverslagen voor door te lezen. Vooral omdat er geen journalist is te vinden die er moeite voor doet het te begrijpen of te doorgronden. Het verschil tussen Lilian en de rest van de kamer is dan ook wellicht alleen maar dat zij toevállig gelijk had. En de rest haar erg arrogante ongelijk heeft gehaald, wat mij betreft. De hele integrale Tweede Kamer snapt niets van statistiek, immers wat schrijven de onderzoekers zélf in hun onderzoeksverslag: blz 346: ‘It is also important to note that in the end our results are not based on a random experiment whereby offenders were randomly assigned to either community service or imprisonment. Therefore, caution is warranted when interpreting these results in terms of causality. Studies using observational data always remain vulnerable to hidden bias resulting from unobserved variables. Conducting true experiments that introduce randomness in the sentencing decision thus remains desirable.’ Alle rede dus om twijfel te hebben, vooral omdat uit Zwitsers experimenteel onderzoek het omgekeerde blijkt. Het eerste heb ik net op Wikipedia toegevoegd, het laatste heb ik er gevonden.

Arrogante onderzoekers stappen naar de media met klinkende resultaten. De voorbehouden, die er ergens in  hun rapport nog wel staan, worden daar dan maar niet genoemd. En als ze wel worden genoemd worden ze door de journalist niet opgeschreven. En dit soort neuteligheid wordt dan in de politieke  arena gebruikt om elkaar ongenuanceerd om de oren te slaan. Mijn nuance is in dit geval dat ik als SP-er een PVV er gelijk geef als dat verdiend is, en een SP-er ongelijk. En dan gaat het in dit onderzoek gelukkig niet om kinderen en vaders. Hoe daar mee aangerotzooid wordt valt helemaal uit het zicht van onze politici van links tot rechts.

het Wikipedialemma Lilian Helder

ps: Lilian blijkt inmiddels ook publiekelijk haar gelijk te hebben gekregen in de NRC en via andere onderzoekers.
Haar critici heb ik er nog niet over gehoord. Sharon? Ook zelf heb ik op deze manier een beetje gelijk gekregen. Maar ondertussen heb ik van ene Fred Lambert op wikipedia te horen gekregen dat ik niets van statistiek snap. Lijk ik ondanks geheel andere politiek achtergrond een beetje op Lilian Helder?

Advertenties

gereformeerd ongelijk

19 april 2010

Het gelijkheidsprincipe is ons wat waard. Zelfs de godsdienstvrijheid kan er niet tegenop. Dat bleek deze week in de uitspraak over het passieve kiesrecht van vrouwen in de SGP. Met passief kiesrecht kun je de facto erg actief zijn, het gaat hier om een taalkundige aanduiding. Het “worden verkozen” is een passieve bewoording.

Zoals hier wel eens meer opgemerkt is er echter iets bijzonder ongelijks aan de toepassing van het gelijkheidsprincipe. Het passieve recht om vader genoemd te mogen worden bijvoorbeeld is in hoge mate wettelijk afhankelijk van de toestemming van de moeder. Het actieve recht om vaderschap uit te mogen oefenen is er nog een stuk beroerder aan toe. De facto moet je in deze maatschappij maar aantonen dat je een toegevoegde waarde hebt anders vergt het “belang van het kind” dat je als vader oprot. Deze invulling van het begrip belang van het kind is niet alleen van geen enkel nut voor kinderen, maar is ook een principieel ongelijkwaardige. Als moeder hoef je defacto namelijk nooit iets aan te tonen.

Conclusie? Moederschapsideologie heeft in deze de ontwikkelde landen een hogere status dan godsdienst, ergo staat boven de wet. Gelijke behandeling hoeft niet in het licht van moederschap. En die conclusie reikt zowel naar de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek (denk aan het beruchte onderzoek van Tamar Fischer in 2004) als naar het praktische functioneren van de justitiële instanties. Het woord “ontwikkeld” hierboven slaat dan ook niet op enige morele status maar is eerder in verband te brengen met het woord ontwikkeld in de zin: Hij heeft een ernstige ziekte ontwikkeld. En een ontwikkelingsland is dan dus een land waar die ziekte nog ontwikkeld moet worden. En ontwikkelingshulp is dan de hulp die ik nodig heb om van een en ander weer te bekomen.

zie ook dossier emancipatie
Ook Ger Groot veegt, overigens deze keer om andere redenen, de vloer aan met deze actie van het Clara Wichmaninstituut
De juridische toelichtingen van de Hoge Raad

%d bloggers liken dit: