Home

“Deze twee publicaties maken het ouderverstotingssyndroom echter enigszins verdacht. Zander is namelijk een voorvechter van het vaderrecht. Zijn publicaties zijn mede gebaseerd op persoonlijke negatieve ervaringen: hij strijdt al jarenlang voor het omgangsrecht van zijn eigen kinderen. Het ouderverstotingssyndroom komt hem, in zijn positie, dus goed van pas. Er is in dit geval dus wel aandacht voor het fenomeen, maar is dit wel juiste en objectieve aandacht?”

Met deze woorden betichtte collega (pedagoge?) Sanne Bosmans mij In 2004,  in verband met de 2 eerste boeken die onder mijn redactie, over ouderverstoting in Nederland verschenen, ervan een te grote betrokkenheid bij het onderwerp te hebben.

Tegen dit soort kritiek ben ik steeds weer aan blijven lopen. Onlangs maakte ik het mee dat een therapeutisch zeer waardevol gesprek met een volwassen ouderverstotingsslachtoffer door een therapeut werd weggezet als onprofessioneel roldoorbrekend. En ik maakte mee dat een contact van een ander zeer nabij volwassen ouderverstotingsslachtoffer met een verstoten vader (niet ik) door de therapeute van de eerste werd weggezet met de waarschuwing niet zijn therapeut te worden.

Betrokkenheid is bij ouderverstoting noodzakelijk anders overbrug je het onbegrijpelijjke, het tegen-intuïtieve karakter ervan niet. Er is een grote cognitieve afstand tussen een ‘professionele’ therapeut en de waarneming van ouderverstotingsprogrammering bij een op het eerste gezicht warme, verantwoorde relatie tussen een programmerende ouder en haar kind.

Over dit onderwerp zal ik binnenkort spreken op een congres. Nadere aankondiging volgt. In verband daarmee kreeg ik van meelezer R de volgende videotip die inderdaad zeer de moeite waard is in dit verband.

Advertenties
%d bloggers liken dit: