Home

Zo’n twaalf jaar geleden kwam ik Lisette Thooft tegen op een vrouwencongresje over de betrokkenheid van vaders. Zij maakte mij terecht opmerkelijk op een cruciale fout in mijn engelstalige gelegenheidspamflet.

In plaats van ‘their children’ stond er ‘they’re children’. Ik had de automatische spellingscorrector van Wordperfect te gemakkelijk zijn gang laten gaan. Ik vertrouwde op de robot zeg maar. Toch zou je het ook kunnen kwalificeren als een interessante fehlleistung, een fout met een onderbewuste bedoeling. Die bedoeling zou dan kunnen zijn om de bezittelijkheid van kinderen te kwalificeren als kinderlijk gedrag. Ouders; jullie zijn kinderen als je je kinderen als bezit ziet. Een fehlleistung is wel het laatste waar je een robot van kunt beschuldigen. Niet alleen ‘willen’ onderscheidt de mens van de robot; ook de camouflage van het willen en de onthulling daarvan, is onderscheidend.

Lisette’s boek “De onverzadigbare vrouw en de afwezige man” beziet de robot als het mannelijke extremum dat in evenwicht moet komen met het extremum van de sex opposé, de draak. De vrouwdraak heeft alsmaar zaadhonger en is een bedreiging van de mannelijke fallus. Althans dat was de situatie onder het oermatriarchaat waarin wellustige, op zaad beluste, vrouwen het voorzien hadden op de man. De mannelijke overwinning op het oermatriarchaat schildert Lisette als een grote overwinning van de beschaving. Het huidige tijdsgewricht zou zich echter toch, wat haar betreft, moeten kenmerken door het vermenselijken van de mannelijke robot-creatie om zo toch weer een nieuw evenwicht te brengen.

De vraag rijst natuurlijk hoever de zaadhongerige draak verdwenen is. Ik kan me goed herinneren dat de moeder van mijn dochter mij ooit letterlijk dreigde naar de zaadbank te zullen gaan als ik niet tegemoet kwam aan haar wensen. Dit maakt ten eerste duidelijk hoe weinig overdreven de kwalificatie van Lisette is. Ten tweede maakt het ook duidelijk dat het nog niet over is. Ik vind dat ze de tegenwoordigheid van die draak wat zwaarder en politieker in haar eindhoofdstukken door had kunnen laten doorklinken.Hoewel het moederschap erg centraal staat in haar boek ontbreekt het vaderlijke beeld een beetje (anders dan de procreatie van robot’s)

Moeten vaders met ‘dwang, verleiding of meer informatie’ tot actief vaderschap worden overgehaald, was de vraag op dat congresje in 1999 . Alle drie passen ze prima in een drakenstrategie. En het waren dan ook draken van drakenorganisaties die destijds dat vrouwencongresje organiseerden. Mijn, in het pamflet gehanteerde alternatieve strategie was: ‘sta toe, respecteer en ondersteun’ vaderschap. En dat zie ik Lisette nog steeds niet echt doen.  Ik schroom mij om bovenstaande oordelen te geven, u zult dit interessante mythosofische boek zelf moeten lezen.

mijn pamflet uit 1999

Advertenties
Paul Vlaardingerbroek 12 jaar geleden in gesprek met zijn voormalige pupil, passlachtoffer Mylene

Paul Vlaardingerbroek 12 jaar geleden in gesprek met zijn voormalige pupil, passlachtoffer Mylene

„Het is makkelijk om een appèl te doen op hun rijke vader, maar de provincies moeten het probleem oplossen. Telkens bijspringen met geld werkt corrumptief.” Een uitspraak van Professor Paul Vlaardingerbroek over de wachtlijsten in de jeugdzorg.

Het begint door te dringen. We hebben het hier al vaak genoemd. De jeugdzorg, de draak, trekt geld aan om hun eigen bureaucratie op te tuigen, om allerlei volstrekt onnodige ingrepen te plegen, er ondertussen een hoop nodige na te laten. En dat alles poeslief gelardeerd met een beroep op “het belang van het kind”. Terwijl ze kinderen verslinden. Leest u het nog maar eens allemaal na onder de tag jeugdzorg op dit blog.

Ik zou aan Paul zijn uitspraak toe willen voegen: “Inderdaad geen groter beroep op vadertje staat, maar ook niet op moedertje staat”. Denkt u daar maar eens over na.

Wel meer beroep op vaders en moeders in plaats van op jeugdzorg. Wie voed wie ook al weer op?

Hulde, deze keer, voor Paul Vlaardingerbroek die als weinig anderen bekend is (als ex voogdijmederker) met de praktijk van dat werk.

Nou de drakenbestrijders van de politiek nog.

de categorie jeugdzorg op dit blog
artikel in NRC met Vlaardingerbroek

de draak die kindertjes eet

25 november 2007

draakHisch Ballin ken ik nog van dat rechterscongres waar hij tot mijn aangename schrik in zijn inleiding als voorzitter van het congres uitvoerig citeerde uit mijn congresbijdrage namens de cliëntenorganisaties. Dus je zou zeggen hij weet beter. Wat beter? Dat de staat niet de oplossing is van alle problemen. Dat als het belang van het kind door de staat wordt bepaald kinderen onder het mom van zorg bij hun ouders worden weggehaald of in ieder geval zonder enige scrupules bij hun vader vandaan. En waar gaan die kinderen naar toe. Naar erbarmerlijk slecht functionerende jeugdzorgprofi’s (prof-essionals-profi-teurs), naar jeugdgevangenissen waar ze niet thuishoren. Opgezadeld met loodzware kinddossiers die ongetwijfeld net zo doorelkaargehusseld worden als elders bij die overarogante en betweterige overheidsclubs die zich niet meer om feiten en argumenten bekommeren.

Het is het oude kindersprookje van de draak die kindertjes eet. De staat dat zijn wij niet meer. De staat meet zich Orwelliaanse, stalinistiese proporties aan. Als het aan Hirsch Ballin ligt wordt het nog makkelijker om kinderen een beetje tot helemaal onder toezicht te stellen en uit huis te plaatsen.

Deze week kwam ik nog een reactie tegen van de Raad voor de Kinderbescherming op een door hun verloren klachtprocedure. Ze hadden volgens de Klachtencommissie in ieder geval even naar de moeder haar argumenten moeten luisteren. Maar geen nood , dat is in de toekomst met de nieuwe normen die meer gericht zijn op het veronderstelde belang van het kind in plaats van dat van de ouder niet meer nodig. Ze waren daar alvast een beetje op vooruit gelopen, maar een kniesoor die daarop let was de boodschap van deze kinderbeschermingshotemetoot.

%d bloggers liken dit: