Home

Niet toevallig dat 5 vrouwelijke kunstenaars een expositie maken die haar kracht ontleent aan het laten zien van kwetsbaarheid, predikt een inleider vanaf de kansel van de Bergkerk bij de opening van de tentoonstelling Broos. Schilderijen van, vaak oude, mensen zoals ze zíjn. Indrukwekkend. Afgelopen zondagmiddag opening van de expositie van o.a mijn atelierbuurvrouw Dorien Plaat. Een hele mooie expositie. Wat echter te denken van het veronderstelde exclusief vrouwelijke karakter van zoveel broosheid?

Ten eerste zit de broosheid ook in een aantal geportretteerden zelf, uiteraard. De schilder is hier het prachtige medium om dat met verve te poneren. Ten tweede is broosheid volgens mij juist krachtig doordat het verdedigd wordt. De inleider (ja sorry ik kan zijn naam maar niet terugvinden) had het ter verdere adstructie ook  nog over baby’s die kwetsbaar en broos zijn en daarin hun kracht laten zien. Zo mag je het benoemen van mij, als je dan maar zicht hebt op de interactie die dit mogelijk maakt. In de man-vrouw-verhoudingen schetst de geachte inleider de broosheid en kwetsbaarheid als iets van het vrouwelijk geslacht. Iets waarmee, volgens zijn eigen woorden de term “het zwakke geslacht” wordt gebruuskeerd maar zich wel tegenover kwaadheid en agressie manifesteert die eigenlijk zwak zijn.

Kwetsbaarheid is volgens mij een sterke kracht en agressie ook. En vooral in relatie met elkaar vormen ze een prachtig geheel. Graag wil ik daarbij sprekers metafoor over water en steen nog oppakken en de steen (Petrus) in de bijbel. Maar laat ik me beperken.

Op de opening van mijn eigen expositie drie weken geleden werd ook door velen inclusief inleider Louis Tavecchio gesproken over woede versus vertedering. Ook daar, hoewel genuanceerder struikelde ik wel eens over de onderschikking die het motief woede en toorn onderging. Alsof toch het een boven het andere staat, terwijl het een dynamiek aangeeft. Waar kwaadheid een reactie is op de bedreiging van het kwetsbare in jezelf of bij anderen werkt het opbouwend. Waar kwaadheid juist het kwetsbare bezeert breekt het af. De eerste positieve vorm van kwaadheid noem ik liever Toorn. Toorn is gerichte, zelfverzekerde en onderbouwde woede.

Overigens staat inmiddels de hele inleiding van Louis online, en ook mijn inleiding (hierbij) die daarop haast een antwoord lijkt al ging hij er chronologisch aan vooraf.

Een dezer dagen komt een kunstenaresse/filosofe Corry Haverkort een verhaal houden bij de expositie BROOS. Zij heeft de pretentie dat kunst verbindt “omdat de kunst in staat is alle onderscheid te overstijgen“. Dat heeft ze me ook een keer persoonlijk verteld. Toen die verbinding een vaag beeld te boven “dreigde” te gaan brak de band. Niet om mij, maar omdat de goede verhoudingen met Ed Spruijt (ja daar gaat ie weer) en de kinderbescherming de band in de weg stonden. Opmerkelijk is de samenhang tussen deze tweespaltige positie naar vaders en de manier waarop vaders als marginaal verschijnsel worden belicht in haar werk Bloedband. Ze komen  nauwelijks voor in haar familieschilderingen; wel bijvoorbeeld  als eventueel verweg verschijnsel in de vorm van een pasfoto. ( zie hiernaast). Passend en onpasselijk tegelijk dus.

Op verschillende manieren loopt er een boze broze draad tussen Vaderkunst en Minvaderkunst. Die broze draad wil ik hier exposeren, ik leg hem in deze woorden neer in mijn weblog. Ik hoop dat het een krachtige en hopelijk positieve reactie oproept. Wie de schoen past grijpe die draad.

De website van de expositie

%d bloggers liken dit: