Home

Door mijn vorige blog over de gekkies van de jeugdzorg en de finale omdraaiing van de psychiatrische werkelijkheid a la “van dik hout zaagt men planken” van Jan Foudraine ( ik neem mijzelf even op de schop) kreeg ik weer inspiratie om het liedje ‘onaangepast’ van de  Belgische groep Vuile Mong en zijn vieze gasten op you tube te zetten. Het was daar niet te vinden namelijk. En natuurlijk wilde ik dit even zelf inzingen. En toen stuiterde ik nog op een stukje tekst dat ik voor deze versie nog even heb aangepast. Klaagde Vuile Mong er in 1980 of daaromtrent nog over dat er aan de dwazen en onaangepasten geen geld werd uitgegeven en aan wapens daarentegen wel. Tegenwoordig wordt er in een drang tot aanpassing juist wel heel erg veel geld in de jeugd en geestmiszorg gestoken. Daarmee zijn ook onze geest en relaties gekapitaliseert, een dingetje waar geld aan verdiend kan worden.  Speciaal opgedragen aan Psycho, systeem en andere peuten, jeugdzorgers meer in het bijzonder en speciaal Corine de Ruiter.

Verder bedacht ik  nog dat ook het volgende citaat van Matthias Matussek over de Duitse jeugdzorg nog even gelezen moet worden:

“Doch das Gros ist eine triste, lebensfeindliche, verdrossene Planstellenschwemme mit Pensionsanspruch. Gutmeinende, gar idealistische Helfer halten dieses Milieu nicht lange aus. Sie steigen aus und brechen ihr Schweigen. Aussteiger, die sich der Zeitschrift ex anvertraut haben, berichten von Ritualen der Hilfsverweigerung für Väter, von Floskelsprache, von Aktenfäl- schungen, Umdatierungen und von verschwitztem Corpsgeist.”

“Ein durchaus lustiges Milieu. Stirbt ein Vater, wird schon mal eine Flasche geköpft, weil es nun einen Stänkerer weniger gibt und damit eine Akte geschlossen werden kann. Flaschen werden im übrigen auch ohne direkte Anlässe geköpft – der Anteil von Alkoholikern und Tablettensüchtigen ist hoch.

« Die meisten», so ein Aussteiger, «haben den Schritt zur Familienbildung, oft auch nur zur Paarbildung, selbst nie geschafft, führen sich in ihrem Beruf aber als Übereitern auf, die stets wissen, wie eine Familie zu funktionieren hat.»

Fast unnötig zu sagen, dag ein hoher Prozentsatz von Heimkindern von Alleinerziehenden aus der Helferindustrie stammt. Jeder neuen « Kundin » wird sozusagen das Fangnetz der eigenen Lebensniederlage übergeworfen, der eigenen Bezichungsskepsis und vor allem der eigenen verschlagenen Sozialstaatsmentalität. Wo gibt es etwas zu holen? Im Zweifel immer beim Mann.

Jugendämter sind die Hölle des sozialdemokratischen Wohlfahrtselends. So erscheinen sie eine Art Endlagerung für alles, was unbegabt, arbeitsunlustig, verquasselt und frühvergreist, von festen Arbeitszeiten, festem Gehalt und festen Feindbildern träumt.

Dass der Stuttgarter Sozialbürgermeisterin, die auch die Dienstherrin über die jugendämter ist, im vergangenen jahr eine Bombendrohung zugestellt wurde, ist ein kleines Wunder. Das Wunder besteht darin, dass sich nur diese einzige Bombendrohung erhalten hatte und nicht jeden Tag eine. Und dass tatsächlich noch keine Bomben in jugendämtern wie dem von Düsseldorf-Eller gezündet wurden, zeigt einrnal mehr, wie gross die Langmut der Elendsklientel ist, die sich von diesem Haufen inkompetenter Planstelleninhaber(innen) drangsalieren lägt.

Diese sind selbst dann noch tückisch, wenn ein Vater seine Kapitulation unterschreibt. Zermürbt von den Katz-und-Maus- Spielen der Mutter – sic hatte sich selbst an die vereinbarten vierzehntägigen Besuchszeiten von drei Stunden nicht gehalten -, gab ein Arzt auf. Er hatte seinern Anwalt einen Zeitungs- ausschnitt geschickt, in dem von einem Amokläufer irn Gerichtssaal die Rede war. So möchte er nicht enden, schrieb der Arzt an seinen Rechtsvertreter, er wolle das gerichtliche Gezerre urn seine Kinder nicht mehr fortsetzen.

Eine Kopie dieser Kapitulationserklärung hatte er dem Ju gendamt geschikt. Das reagierte prornpt: Wegen des beigefügten Zeitungsausschnittes wurde der Arzt angeklagt, «einen anderen mit der Begehung eines gegen ihn gerichteten Verbrechens bedroht zu haben».

Tatsächlich gestand die Sozialbürgermeisterin, dag es öfter Morddrohungen gäbe, nicht nur gegen sich, sondern auch den jugendamtsleiter und die Mitarbeiter. Tätlichkeiten seiien mittlerweile an der Tagesordnung. Es brodelt. Es kracht. Und bald wird der Zorn überkochen.

Schon vor geraumer Zeit bildeten sich Initiativen von jugend- amtsgeschädigten, die Widerstand organisierten. Sie dokumentierten Hunderte von Fällen von Amtsmissbrauch. Sie begleiten Betroffene bei ihren Gängen zum jugendamt,  Mathias Matussek Die vaterlose Gesellschaft Reinbek 1998

De goeden niet te nagesproken, ik leg er nog maar even de nadruk op, maar Matthias zegt het zelf ook al.

En nog weer een citaat via Etty Hillesum om even al deze toorn te plaatsen:

Allereerst moeten we vaststellen dat er een toorn bestaat die biologische betekenis heeft. Toorn is vaak een beveiliging tegen kwaad. De ziel staat op en weerstaat het kwaad met diepe verontwaardiging. Waarschijnlijk had Nietzsche gelijk toen hij zei: “Uw deugd heeft weinig te betekenen als ze zich niet laat opzwepen tot woede” Als we niet meer in staat waren woedend te zijn dan zouden we worden tot “morele koeien, in onze plompe onbehaaglijkheid” Jezus kon vol toorn zijn. “Hij keek toornig om zich heen, bedroefd zijnde over de verharding hunner harten” Maar let wel: het was toorn vermengd met smart. Hij was ‘bedroefd’. Dat is het onderscheid tussen gewettigde en ongewettigde toorn. Als er een ondergrond is van zedelijke gekwetstheid, zedelijke smart en niet van persoonlijke wrok in onze toorn dan is die toorn goed en waardevol en gezond.  Het Werk, Etty Hillesum blz 417, Hier citeert Etty Stanley Jones

Advertenties

De gekkies van jeugdzorg

20 november 2017

Een stelletje verstrooide mensen die van elke realiteit of verbinding met de werkelijkheid zijn losgeslagen. Als een paar gekken die in een psychiatrische inrichting zijn beland waar ze desalniettemin toch niet thuis zijn. Hun waanzinnige gedrag heeft immers een werking en een officiële status.

De beschrijvingen in Trouw van vergaderingen in de jeugdzorg tarten al elke beschrijving, maar alla het ís een beschrijving. Hoe erg moet het zijn als de onderzoekers van Fontys er niet bijzitten. Dan wordt het niet alleen niet beschreven dan is het ook niet meer te beschrijven. De enigen die er nog van kunnen getuigen zijn soms de ouders en kinderen aan de andere kant van het proces die zo gek nog niet zijn. Ouders en kinderen die ons proberen uit te leggen hoe die idiotie bij hun is aangekomen maar die er uiteindelijk natuurlijk ook knettergek van worden.

lino zww2

Je hebt gekkies en gekken

Het is zo erg dat ik het soms niet eens meer wil lezen of aanzien. Dat is een frappante constatering omdat ik net wel 2 brieven uit Westerbork van Etty Hillesum nog een keer heb zitten lezen. terecht zegt Etty over die beschrijving zelf:

‘En nu heb ik U, door mijn langdurig gepraat, misschien wel in de veronderstelling gebracht, dat ik U iets verteld heb over Westerbork? Wanneer ik dit Westerbork voor mijn geestesoog laat oprijzen, in al zijn facetten en in zijn bewogen geschiedenis, in al zijn geestelijke en materiële noden, dan weet ik, dat ik daarin op geen enkele wijze geslaagd ben. En bovendien: dit is een zeer eenzijdig relaas. Ik zou mij er een voor kunnen stellen, dat meer vervuld was van haat en verbittering en opstandigheid.’

Ik weet nog hoe ik tien jaar geleden voor mijn boek Gemist Vaderschap een aantal van die waanzinnige verhalen over jeugdzorg en kinderbescherming opschreef. Mutatis mutandis zou ik het bovenstaande citaat van Etty kunnen overnemen en natuurlijk tegelijkertijd het gevoel hebben dat ik appels met deurknoppen vergelijk. Maar toch , we zijn al decennia lang bezig een idioot apparaat op te tuigen dat generatie op generatie verziekt, en vooral trouwens de verhouding tússen die generaties verziekt. In de jaren 70 legden Mulock Houwer en Hoefnagels al uit hoe je dat kon veranderen. Met een perverse draai is iets beetje van hun opvattingen overgenomen.  Het is alweer meer dan tien jaar geleden dat mijn boek Gemist Vaderschap verscheen, het is 5 jaar of zo geleden dat Clarijs de inertie bij jeugdzorg beschreef.En dan was er nog de cie Samson die meende dat je je beter maar bij de perversiteit van Jeugdzorg neer kon leggen, want dan kun je wat veranderen door in contact te blijven, of zoiets.

vervolgblog

Etty Hillesum

Een pleister op elke wonde

Soms moet het goede nieuws er even gelijk uit. Omdat er al genoeg moeilijk nieuws op mijn blog staat en omdat het ook een beetje haast heeft. In het eerste kwartaal van 2018 ga ik met  mijn kunst exposeren in het Etty Hillesum Centrum Deventer. En dat is voor mij een heel belangrijke plek. Voor een kunstenaar lijkt het ultieme om in een museum te hangen. Voor mij als kunstenaar en pedagoog is het belangrijk dat zoveel mogelijk dingen op hun plaats vallen.

Toen ik twintig jaar geleden mijn persoonlijke website opbouwde was een van de dingen die daar het eerst opkwamen een citaat van Etty Hillesum.  Deze spreuk staat nu op  de belangrijkste muur in de voormalige synagoge, nu het Etty Hillesum Centrum.

spreuk

Wat mij vooral aansprak in de spreuk was de mooie verbinding tussen jezelf aanspreken en de wereld aanspreken. Deze zin is voor mij ook een nuancering van het gemak van een andere spreuk. God, schenk mij de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen; de moed om te veranderen wat ik kan veranderen; en de wijsheid om het verschil hiertussen te zien.  Een spreuk die bij de meeste mensen er toe zet in slaap te vallen.  De spreuk van Etty lijkt ook wat vrijblijvend maar zet daardoor juist aan tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Het zal duidelijk zijn dat Etty heeft gepleit voor verbeteren en veranderen. Een mooie bijbelse sreuk die dit aanvult en eigenlijk nog revolutionairder is is de volgende: Alles is mogelijk voor wie gelooft. (Marcus 9:23)

nieuw verband 3-

voorlopig ontwerp affiche

De aanleiding voor het organiseren van deze tentoonstelling lag in een ander citaat van Etty. Mijn betrokkenheid bij Etty houdt verband met Deventer.

Dus nu ga ik bedenken welke schilderijen het goed gaan doen onder die 7 meter lange muur recht onder die spreuk.  Bijzonder is dus ook dat het Etty Hillesum Centrum ook de functie vervult van anti-discriminatiecentrum. En mijn tentoonstelling komt dan ook in het licht te staan van discriminatie, vaderschapsdiscriminatie. vaderdiscriminatie mindertekst

Vaders worden zo ernstig gediscrimineerd dat je vaak niet eens mag zeggen dat ze worden gediscrimineerd.  Dat gaan we nu weer een beetje doorbreken.

treurfrag

t(e)reur

De eerste en eenvoudigste trap van de tucht, die zelfs jonge kinderen kan worden bijgebracht, heet, in de Nieuwspraak, misstop. Misstop betekent het vermogen om plotseling, als het ware instinctief halt te houden voor de drempel van elke gevaarlijke gedachte. Het omvat het vermogen om aan analogieën voorbij te zien, om denkfouten niet op te merken, om de eenvoudigste argumenten verkeerd te begrijpen zo zij vijandig zijn aan Engsoc en om te worden verveeld of afgestoten door elke gedachtegang, die een ketterse richting zou kunnen uitgaan. Misstop wil kortom zeggen beschermende onnozelheid. Maar onnozelheid is niet voldoende. integendeel, rechtzinnigheid in de volle zin vraagt een beheersing van de eigen geestelijke processen, even volkomen als de lichaamsbeheersing van een acrobaat. De Oceanische maatschappij berust uiteindelijk op het geloof dat Grote Broer almachtig is en de Partij onfeilbaarpaár aangezien in werkelijkheid Grote Broer niet almachtig is en de Partij niet onfeilbaar, is er bij hantering van feiten een onvermoeibare buigzaamheid nodig van moment tot moment. Het sleutelwoord is hier zwartwit. Als zoveel Nieuwspraak-woorden, heeft dit woord twee onderling tegengestelde betekenissen. Toegepast op een tegen stander betekent het de gewoonte om onbeschaamd te beweren dat zwart wit is, in strijd met de nuchtere feiten. Toegepast op een partijgenoot, betekent het de loyale bereidheid om te zeggen dat zwart wit is wanneer de partijdiscipline dit vraagt. Maar het betekent eveneens het vermogen om te geloven dat zwart wit is en sterker, te weten dat zwart wit is en sterker, te weten dat zwart wit is en te vergeten dat men ooit het tegendeel heeft geloofd. Dit vereist een voortdurende verandering van het verleden, mogelijk gemaakt door de denkmethode, die feitelijk al het overige behelst en die in de Nieuwspraak bekend staat als dubbeldunk. (Orwell 1984)

‘De omgang is deze vader ontzegd zegt u? Heb ik iets gemist mevrouw Hopmans, in welke beschikking staat dat kunt u het gelijk even voor mij opzoeken want ik vind het echt vervelend als ik iets heb gemist?’ ‘Uhh uhh even zoeken of nee dat hoeft eigenlijk niet meneer Zander (de aangestelde rechtbankdeskundige) die vader is de omgang impliciet per vonnis ontzegd.’  ‘U ben jurist mevrouw Hopmans? ‘

Deze kindcurator, Mevrouw Hopmans is morgen panellid op een landelijk congres over waarheidsvinding. En dan vraag ik me, als destijds door de rechtbank aangestelde deskundige, af wat er nou te zeggen valt over bovenstaande anekdote in verband met waarheid en leugen?

Om te beginnen bestaan impliciete vonnissen natuurlijk niet. Het ene woord (impliciet) is regelrecht in strijd met het andere (vonnis). Een contradictio in terminis heet zoiets. Voor een advocaat is zo’n uitspraak dus eigenlijk koeterwaals. Maar niet voor advocaat Hopmans. En de sociale werkelijkheid was en is helaas weer wel dat deze vader geen omgang heeft en dat de betreffende rechter dat gewoon voor elkaar heeft gekregen tegen elke wet en regel in. Ook is het waar dat Hopmans dit zelf ook mede heeft georganiseerd onder het mom dat we lief en aardig moeten blijven voor de betreffende moeder die elke regeling en elk recht aan haar laars lapte.  Nou ja ok lief en aardig mag van mij, maar dan toch vooral in de betekenis van liefdevol en aardig grenzen stellen. En u begrijpt, kindcurator Hopmans bedoelde dat het grenzen stellen dat ik probeerde niet lief en aardig was. Niet omdat ik niet lief en aardig was  maar omdat ik tegen de moeder zei dat ze zich aan de regelingen had te houden.  Dus was ik nou lief en/of aardig? Wat is de waarheid? Waarschijnlijk is de waarheid dat Hopmans met haar leugens ‘impliciet vonnis’en expliciete waanzin de moeder al geheel op het verkeerde spoor had gezet. Dus ergens zou je ook weer kunnen beweren dat er wel impliciet gevonnist is. Maar dan niet het woord vonnis in de juridische betekenis maar in de betekenis van oordeel. En oordeel dan in de zin van vooroordeel zonder enige juridische betekenis maar met een klaarblijkelijke werking op de praktijk van omgangsontzegging.

Er wordt heel wat soft heen en weer gepraat over waarheidsvinding in het familierecht. dat het wat anders zou zijn dan strafrechtelijke waarheidsvinding (Prinsen).  Ja  kan. Wat mij betreft zou het echter al een stuk schelen als we mensen als Hopmans en rechter Lous van Son strafrechtelijk zouden kunnen vervolgen voor liegen, bedriegen, manipuleren, machtsmisbruik, kindermishandeling, meineed en smaad. Dat vage gekeuvel hoeft voor mij niet. Ook hier moeten grenzen gesteld worden.

De naam Hopmans heb ik in mijn eerdere blogs over mijn ervaringen binnen de bedrijfstak familierecht vaak weggelaten. Als persoon wilde ik haar een beetje uit de wind houden. Nu ze op deze manier in een congres een beetje de deskundige wil spelen vind ik het tijd worden om  haar naam groot luid en duidelijk te koppelen aan de door haar geproduceerde waanzin over impliciete vonnissen en nog zo het een en ander. Opmerkelijk ook dat juist zo’n kindcurator ergens naar voren wordt geschoven, is zij het voorbeeld voor die hele groep? Hebben ze niets beters op de schappen?

robot“Volgens Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak kunnen veel zaken in de toekomst geautomatiseerd worden afgedaan. Het gaat volgens hem dan vooral om routineachtige zaken. ‘Dat gaat snel, efficiënt en goedkoop’, aldus Bakker onlangs bij de afsluiting van de Dag voor de rechtspraak. De tijdswinst kan vervolgens gebruikt worden voor complexe zaken, zoals problematische echtscheidingen. Rechters komen nu tijd tekort.”  lees ik in het Nederlands Dagblad.

Frits Bakker en ondergetekende zijn het niet vaak eens. Maar in dit geval vind ik dat Bakker wel een punt heeft. Robotrechters zijn namelijk de best denkbare rechters om onmenselijk opererende menselijke rechters die zich verkneukelen aan eindeloze kind-ouderscheidings procedures en routinematig valsheid in geschrifte plegen door hun uitspraken als openbaar te ondertekenen, in grote getale te veroordelen. Daarmee doorbreek je de menselijk maffiose cultuur van elkaar de hand boven het hoofd houden die robots hopelijk niet ingebouwd hebben gekregen. Toch?rechter-serie-13

Nog even dit:  kind-ouderscheidings procedures noemt Bakker echtscheidingsprocedures. Aan dat woord kleeft van alles wat mis. Dus daar moet Bakker nog wel effe over verder denken. Mijn idee is overigens per saldo dat we al dat soort idiote procedures die als enige doel hebben kinderen en ouders uit elkaar te rukken beter helemaal niet kunnen voeren. Laat ouders het toch zelf doen met wat goede voorlichting erbij (niet van Bakker dan).  Dat scheelt dan ook weer een hoop zaken. Dan moeten we dus vrezen dat er wel wat rechters overbodig worden. Dus zijn we toe aan een conversieprogramma. Decennia terug bedachten activisten conversieprogramma’s voor de wapenindustrie. Smeed uw wapens tot ploegijzers! Rechters moeten we denk ik maar ombouwen tot…… uhh ja. Zoiets toch, dacht u ook niet?

PS1: Ik heb nog even stil gestaan bij het woord verkneukelen. Rechters zullen zich vast niet in deze beschrijving herkennen. Toch ben ik ervan overtuigd dat dit soort procedures onder andere blijven bestaan doordat ze bij rechters een zekere behoefte vervullen. Dat kan machtswellust zijn of het vervullen van een hel[perscomplex of het proberen te maskeren van wat ze al decennia fout doen.

 

Bewaren

%d bloggers liken dit: