Home

Aardige studenten die meededen aan een sociaal psychologisch experiment werden sadistische bewakers, gevangenen gingen elkaar dwarszitten terwijl de leiding zogenaamd schuldloos buiten schot bleef. Dat is in het kort het Stanford Prison experiment dat gevaarlijk real-life werd. Het verhaal is onlangs in een heel dik boek ook in het Nederlands verschenen.

Het verhaal bevestigt mijn gedachten over de verantwoordelijkheid van rechters wetenschappers en kinderbeschermers en aanverwante zogenaamd nette mensen die vaders en moeders aanzetten tot een sadistische strijd tegen de andere ouder. Het is niet zo dat de moeders het schuld zijn. Of de vaders. Natuurlijk houden ze hun verantwoordelijkheid.

Afin ik heb het boek nog niet uit en wil nu eens het verhaal kort houden. Wie leest het boek met mij uit of bekijkt het verhaal goed op internet? Dan wil ik hier ter plekke een virtuele leesclub starten. De meest concrete vraag is; Vergelijk de methoden die in het experiment voorkomen met real-life procedures en handelwijzes in het familierecht. Als het een beetje meezit wil ik daar ook een wiki voor open gaan stellen.

Ik wil wel een aantal mensen erop wijzen dat ik van plan ben hier een serieuze en gerichte discussie te beginnen. Dus eerst inlezen en kijken en dan denken en dan reageren. Met argumenten en voorbeelden. Bijdrages die hieraan niet voldoen worden verplaatst naar een speciale dumppagina of een meer gepaste pagina.

Zegt dit voort!!

Een goede uitleg met veel visueel materiaal
Iets anders is het prisoners dilemma. maar in dit verband ook niet oninteressant in dit artikel van Peter Prinsen

Advertenties

Rechtstaat

27 oktober 2010

Het is inmiddels tien jaar geleden dat ik persoonlijk verscheen voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Op 23 oktober 2000 kwam ik samen met een flink aantal medestanders aan in Straatsburg . Op dat moment nog in de hoop dat ik uitgebreid het woord kon doen over de vernederingen die mij door de Nederlandse staat waren aangedaan in mijn pogingen mij te verzetten tegen de actieve vervreemding die de staat en haar organen bewerkstelligd hadden tussen mij en mijn dochter. In plaats van mijn hart te mogen luchten moest ik mijn mond houden en moest ik op 24 oktober zo “gekneveld” aanhoren hoe de Nederlandse staat de ene na de andere beschuldiging tegen mij had verzonnen om de aandacht af te leiden van de kwestie zelf. Hoewel toch nergens in wat voor procedure was gebleken dat ik ook maar in de verste verte huiselijk geweld had gebruikt kregen ze het voor elkaar dit in het wilde weg te veronderstellen.

Hoewel het hof in Straatsburg uiteindelijk in haar vonnis hier niet meer aan refereerde was ik eerder zeer geschokt dat het verzinsel was opgenomen in een zogenaamd feitenoverzicht.Verder was blijkbaar geen een van de paars uitgedoste raadsheren van het hof van plan in te grijpen toen de Nederlandse staat ook nog meende te moeten stellen dat ik verwerpelijk handelde door achtergrondartikelen over familierecht te publiceren. Dit zou de moeder van mijn kind maar irriteren. In feite irriteerde het natuurlijk de Nederlandse staat zelf. Een regelrechte aanval op de vrijheid van meningsuiting in het hart van wat een mensenrechtenorgaan zou moeten zijn. Een aanval van het Hof zelf op de, blijkbaar alleen theoretisch existerende mensenrechten.

Dit mensenrechtenhof was voor mij dus het tegendeel van wat het heet. Hoewel ze mij geen ongelijk gaf, gaf ze me ook geen gelijk in haar formele oordeel. De klacht werd niet ontvankelijk verklaard. Dit en de behandeling zelf was voor mij het summum van inquisitie, belediging en vernedering en maakte voor mij dat ik geen geloof heb in een reëel bestaande westerse rechtstaat. Dat ik tot nu toe de elasticiteit heb behouden om me met kracht te verweren verbaast me van mezelf. Ik probeer me mijn mond niet te laten snoeren. Maar anders dan in harde dictaturen is de aanpak van “onze” rechtstaat er niet een van moord en doodslag. Nee continue vernedering ligt op de loer, niet alleen door de organen van deze staat zelf maar ook door de door haar ingehuurde (ja gewoon letterlijk) vazallen van wetenschap en media.

Ik heb over deze rechtsgang jarenlang niet alteveel geschreven en misschien houdt ik er na dit blog weer voor 10 jaar mijn mond over. Eigenlijk is het zo hard aangekomen dat ik mijn mond gesnoerd voel door zoveel vernedering. Mijn tekst hier zou makkelijk kunnen worden gelezen als die van een loser. Een loser in comité, alleen het comité is buiten bedrijf. Het feit dat ik met enig succes bijvoorbeeld het begrip ouderverstotingssyndroom samen met Rob van Altena in Nederland introduceerde en een flink aandeel had in de mediaandacht die de herinvoering van gezamenlijk gezag mogelijk maakte in 1998 en het begrip gelijkwaardig ouderschap in de wet voortgezet ouderschap maakt hopelijk duidelijk dat ik me niet voor een gat laat vangen. Ook heb ik inmiddels van de Raad voor de Kinderbescherming mogen noteren dat mij geen recht is gedaan. Toch is de schade aanzienlijk. Niet alleen voor mij. Maar dat heeft u in mijn andere blogs al kunnen lezen.

Zie mijn dossier hierover en constateer dat ik nog steeds het door mij beloofde verslag niet heb geschreven.
Mijn meest algemeen fundamentele kritiek op de zogenaaamde rechtstaat betreft overigens de niet bestaande openbaarheid van uitspraken.

Man: vader of vechter

24 oktober 2010

De eerste golfoorlog.

Nadat het contact met zijn kind verbroken werd ontwikkelt Brand Hauser zich tot een hard-core huurmoordenaar. En terug….. De subplot van de film war-inc (dinsdag op rtl7) waarin de satirische hoofdplot gaat over de vrije markt van het oorlogvoeren. Maar wat mij betreft was dat vaderschap de hoofdplot

De man als oorlogvoerder is een geliefd mikpunt van feministische kritiek van de simpele soort. Daartegenover staat dan de geliefde man als vader, een gefeminiseerde lieverik.
Het is al weer jaren duidelijk dat zelfs de meest hard(t)grondige feministe niet zonder slag of stoot voor dat soort lieverikken kiest en dat de tegenstelling tussen oorlogsbeest en vader wat genuanceerder ligt. Maar toch zit er wel iets in. Ik denk wel dat vaderschap het beste in een man naar voren haalt. Vooral zolang er nog geen oorlog om dat kind gevoerd wordt. In die laatste oorlog zijn hardcore feministen namelijk weer erg goed. Zowel op micronivo (hun eigen kinderen) als op macronivo (de strijd tegen autonoom vaderschap) zoals die door enkele vrouwenclubs wordt gevoerd, en waar dan eigenlijk weer weinig feministisch aan is. Netzomin als het Stalinbewind echt het summum van communisme genoemd kan worden. En dat is dan wel weer een eufemisme.

Als je het verhaal even doortrekt zou je een link kunnen maken tussen oorlogsindustrie en de bedrijfstak familierecht, een vergelijking die wat verder gaat dan een analogie. Het onttrekken van kinderen aan vaders raakt mannen zozeer in hun gevoel dat ze dan weer goed bruikbaar zijn in de oorlogsindustrie. Misschien vergezocht? Waarom zijn mannen eigenlijk zo goed inzetbaar in die slachtingen…. Deze week zag ik op dvd ook de film Lili-Marlene van Fassbinder. Een van de clous lijkt me dat het weemoedige lied in staat was het gevoel aan te spreken en daarom een bedreiging voor de oorlogsgezindheid. Daarom werd het misschien ook verboden.

De grote vraag die zich nu natuurlijk stelt is of de deze week door het Europese parlement aangenomen verhoging van het aantal dagen vaderschapsverlof zal leiden tot een afname van agressie en oorlogvoeren? Mmmm nee dat is een slag te ver. Wel is het de weerslag van een mentaliteit die de goede kant op gaat. Cruciaal is eerder het behoud van de onvoorwaardelijke opvoedingsrelatie, de onvoorwaardelijke liefde tussen een vader en een kind. Vaderschap haalt het beste in een man naar boven. Vaderschap is de grootste kracht van het manzijn. Dat vaderzijn kan dan overigens ook te maken hebben met de verdediging van vrouw en kroost. Maar dan niet in de vorm van de geperverteerde oorlogen waarvan de film War-inc een karikatuur liet zien.

dossier mannenbeleid
petitie aan het Europese parlement

Verstoten

15 oktober 2010

Verstoting is bij veel volkeren een ernstigere straf dan een lijfstraf. Deze opmerking zette me vanochtend weer even aan het denken. Peter Tromp en ik hadden een gesprek met twee moeders die een zelfhulproep voor verstoten moeders willen opzetten.

Een van de aardige dingen in het gesprek was dat me opviel dat er goede woorden werden gekozen voor de trauma’s die vaders en moeders als slachtoffer van ouderverstoting oplopen. Beter dan ik in de regel van mannen hoor. Ik vroeg me af of dat kan komen omdat het voor mannen vaak lastiger is om hun objectieve slachtofferschap te benoemen. Vanuit een traditionele mannenhouding en/of vanwege de manier waarop slachtofferschap van mannen niet wordt geaccepteerd.

Ook deze week dus weer veel bezig geweest met de trauma’s van verstoten ouders (inclusief mijzelf), ook vanwege een journaliste die er over aan het schrijven is. Bij journalisten heb ik altijd het gevoel dat ik een deel van mijn kwaadheid maar in moet slikken. Zoals ik zo vaak het gevoel heb dat ik kwaadheid af moet schermen om het anderen niet te moeilijk te maken. Omdat de traumatologie dan toch aan de orde was had ik een mooie kans dit een keer te benoemen. Daar wordt je vervolgens zelf ook weer helderder van. Ik had de gedachten over vadertrauma’s  allemaal al wel een keer opgeschreven in het boek Gemist Vaderschap (Doodgaan als vader, overleven als man… ja lees dat boek), maar elke keer zet ik weer een stap verder.  “Tsja eigenlijk heb ik nu het idee dat ik kwaad wil worden, maar ja dat houd ik nu in”. Een beetje laat je het met zo’n uitspraak dan toch ongemerkt vieren. De kwaadheid krijgt zo wel een kadertje waardoor het voor de ander weer beter toegankelijk wordt.

Toen een van de moeders vanochtend in het gesprek vertelde hoe graag ze boosheid zou willen uiten zag ik het ook direct gebeuren. Ze liet tegelijkertijd ook die boosheid daadwerkelijk zien. Maar weer in een kader waardoor we er allebei zelfs over konden glimlachen. Kijk eens dat hebben wij nou.

Verstoten, dat is niet alleen door je ex en je kind, maar door een hele maatschappij, door wetenschappers, politici, vrienden die je eigenlijk niet precies kunt vertellen wat er aan de hand is. En als je het wel zou doen heb je een probleem. Er gewoon niet over willen praten, hard weglopen als iemand vertelt hoe de vork in de steel zit. Zoals Inge van der Valk hier op dit blog onlangs deed. Zodat je als verstoten ouder ook hoe langer hoe meer verstoten burger, outlaw dreigt te worden. Hoe goed ik zelf ook vindt dat ik daar af en toe boven uit kan stijgen, hoe meer ik ook telkens kan zien hoe indringend dat gevoel is.

Het was goed om er vandaag over te praten. En nog beter om het te besluiten met dit blog en een liedje van mijn favoriete muzikale Duitse vader. I saw a man, I saw him cry, I saw his pain, I never saw the reason why…… me

papa & mama

13 oktober 2010

Bijgaande video heb ik gisteren, zoals jullie kunnen zien met veel plezier opgenomen.

Gelijkwaardig ouderschap daar kun je het lang over hebben; je kunt het ook kort houden.
Let op; slechts het eerste derde deel van de tekst is dus van Raymond van het Groenewoud!

dossier beeld en geluid over vaderschap

Hout en verf

10 oktober 2010

 

rechts mijn schilderij Toorn, links de Log van Jos

 

(BLog)

Het hout straalt rust uit maar de agressieve lijnen en breuken doen denken aan mijn schilderij er recht tegenover.

Toen ik maanden geleden mijn expositie voorbereidde, had ik met de beheerder vaan de School van Frieswijk besproken dat het mooie stuk hout in de gang misschien even moest worden opgeborgen. Anders leek het net of het bij mijn expo zou horen. Uiteindelijk kon ik dat toch niet over mijn hart verkrijgen. Het bleef hangen.
En nu de expositie een maand hangt en ik er een beetje rondhang om gastheer te spelen, stuit ik op een merkwaardige folder in de folderbak van de School van Frieswijk. Iets over dat je een boom ook kan sms-en in plaats van je naam er in te krassen. Nature Access Network heet het.

Ineens zie ik daar een bekende plaatsnaam, Avezaath, en dan een foto van een vergelijkbaar stuk hout. En al rap ontdek ik dat het stuk hout is bevonden en bewerkt door Jos Bregman. Afgestudeerd bij vrouwenstudies. Iemand waarmee ik herhaaldelijk heb samengewerkt maar waarmee de samenwerking soms moeilijk verliep door zijn (mijns inziens) wel erg star-feministische kijk op de vaderwereld. Hij staat een beétje tegenóver mij. Maar ik heb gelukkig geen confict (meer) met hem. En nu hangt zijn werkstuk (een woodword log) dus letterlijk en geheel toevallig tegenover een werkstuk van mij. En dan nog wel het meest uitgesproken werkstuk; Toorn, door Louis Tavecchio genoemd als voorbeeld van mijn onrustige maar terechte kwaadheid.

 

hier Log in beeld met een vriendelijker stukje vaderbeeld

 

Ik hoorde net een bezoekster nog zeggen dat het haar te agressief en doorgedraaid leek. (De rest van mijn werk vond ze wel mooi) Juist dat hangt recht precies tegenover Jos. Mijn meest dikdimensionale schilderij, een mooi tegenwicht tegenover het, voor een stuk hout erg platte, maar diepdoorsneden Log. Als ik het had bedácht zou ik het ook zo hebben opgehangen. Maar ik heb het níet bedacht. Net zoals ik vaak over mijn schilderijen op zich van alles achteraf kan vertellen dat ik er nooit bewust in heb gestopt.

En nu is dat stuk hout dus toch ook een beetje onderdeel van mijn expositie. Of een onbedachte gezamenlijke Kunstlog. In beeld. een K-Log misschien.

Vandaag stuur ik dit (b)Logje door naar Jos.

De website van Jos
de toespraak van Prof Tavecchio

Niet toevallig dat 5 vrouwelijke kunstenaars een expositie maken die haar kracht ontleent aan het laten zien van kwetsbaarheid, predikt een inleider vanaf de kansel van de Bergkerk bij de opening van de tentoonstelling Broos. Schilderijen van, vaak oude, mensen zoals ze zíjn. Indrukwekkend. Afgelopen zondagmiddag opening van de expositie van o.a mijn atelierbuurvrouw Dorien Plaat. Een hele mooie expositie. Wat echter te denken van het veronderstelde exclusief vrouwelijke karakter van zoveel broosheid?

Ten eerste zit de broosheid ook in een aantal geportretteerden zelf, uiteraard. De schilder is hier het prachtige medium om dat met verve te poneren. Ten tweede is broosheid volgens mij juist krachtig doordat het verdedigd wordt. De inleider (ja sorry ik kan zijn naam maar niet terugvinden) had het ter verdere adstructie ook  nog over baby’s die kwetsbaar en broos zijn en daarin hun kracht laten zien. Zo mag je het benoemen van mij, als je dan maar zicht hebt op de interactie die dit mogelijk maakt. In de man-vrouw-verhoudingen schetst de geachte inleider de broosheid en kwetsbaarheid als iets van het vrouwelijk geslacht. Iets waarmee, volgens zijn eigen woorden de term “het zwakke geslacht” wordt gebruuskeerd maar zich wel tegenover kwaadheid en agressie manifesteert die eigenlijk zwak zijn.

Kwetsbaarheid is volgens mij een sterke kracht en agressie ook. En vooral in relatie met elkaar vormen ze een prachtig geheel. Graag wil ik daarbij sprekers metafoor over water en steen nog oppakken en de steen (Petrus) in de bijbel. Maar laat ik me beperken.

Op de opening van mijn eigen expositie drie weken geleden werd ook door velen inclusief inleider Louis Tavecchio gesproken over woede versus vertedering. Ook daar, hoewel genuanceerder struikelde ik wel eens over de onderschikking die het motief woede en toorn onderging. Alsof toch het een boven het andere staat, terwijl het een dynamiek aangeeft. Waar kwaadheid een reactie is op de bedreiging van het kwetsbare in jezelf of bij anderen werkt het opbouwend. Waar kwaadheid juist het kwetsbare bezeert breekt het af. De eerste positieve vorm van kwaadheid noem ik liever Toorn. Toorn is gerichte, zelfverzekerde en onderbouwde woede.

Overigens staat inmiddels de hele inleiding van Louis online, en ook mijn inleiding (hierbij) die daarop haast een antwoord lijkt al ging hij er chronologisch aan vooraf.

Een dezer dagen komt een kunstenaresse/filosofe Corry Haverkort een verhaal houden bij de expositie BROOS. Zij heeft de pretentie dat kunst verbindt “omdat de kunst in staat is alle onderscheid te overstijgen“. Dat heeft ze me ook een keer persoonlijk verteld. Toen die verbinding een vaag beeld te boven “dreigde” te gaan brak de band. Niet om mij, maar omdat de goede verhoudingen met Ed Spruijt (ja daar gaat ie weer) en de kinderbescherming de band in de weg stonden. Opmerkelijk is de samenhang tussen deze tweespaltige positie naar vaders en de manier waarop vaders als marginaal verschijnsel worden belicht in haar werk Bloedband. Ze komen  nauwelijks voor in haar familieschilderingen; wel bijvoorbeeld  als eventueel verweg verschijnsel in de vorm van een pasfoto. ( zie hiernaast). Passend en onpasselijk tegelijk dus.

Op verschillende manieren loopt er een boze broze draad tussen Vaderkunst en Minvaderkunst. Die broze draad wil ik hier exposeren, ik leg hem in deze woorden neer in mijn weblog. Ik hoop dat het een krachtige en hopelijk positieve reactie oproept. Wie de schoen past grijpe die draad.

De website van de expositie

%d bloggers liken dit: