herfstroos
23 oktober 2012
(voor de mensen die de vorige versie al lazen; sorry nu met tekst)
Een Roos kan een welkome afwisseling zijn na periodes van strijd en aanval ( zie vorige blogs). Ik kan mij herinneren dat de advocaat die mij bijstond in de procedures rond mijn dochter mij aanraadde eens een bosje rozen naar het politiebureau te brengen waar ik net uitgekegeld was na een poging daar aangifte te doen tegen de Raad voor de Kinderbescherming. Het merkwaardige was dat dat bosje weliswaar met een glimlach werd ontvangen maar dat men het daarna toch blijkbaar een goed idee vond om mij voor die poging tot aangifte te vervolgen. Geweld met bloemen tegemoet treden werkt soms niet, maar af en toe blijf ik dat proberen.
Een paar jaar geleden schreef ik ook een blog over een roos. De foto daarbij staat inmiddels erg hoog in de google imagesearch op het onderwerp Roos. Daarom wordt dat blog nog veel bezocht. Ik hoop dat het zijn uitwerking heeft.
Dilemma’s en Spagaten
25 maart 2012

dilemma of spagaat in het logo van Relapublishing/spagaat.
Wim Theunissen, ex/directeur, beleidsmedewerker van de Raad schreef een boekje over de dilemma´s van de Raad voor de Kinderbescherming naar aanleiding van een methodiek waar hij al jaren raadsmedewerkers mee opvoedt. Wim is ook medeauteur van een aantal boeken die onder mijn redactie de wereld ingingen. Ik waardeer hem zeer om de inzet de confrontatie aan te gaan met criticasters en mee te werken aan de toch wel aardig kritische boeken die Relapublishing het licht deed zien.
Dat gezegd hebbende doe ik graag nog een schepje bovenop die confrontatie. Ik gebruik daarvoor zijn interview met Trouw als aanleiding.
Het is voor een individuele raadsmedewerker wel eens moeilijk kiezen tussen het belang van het kind en dat van de organisatie. Of het belang van de familierechtketen en dat van de ouders. In die gestroomlijnde familierechtketen zitten rechters zonder benul van grondrechten, bestuurders van jeugdzorginstellingen die vooral hun onroerend-goed-belangen in de gaten houden en daarbij behorende slecht opgeleide ondergeschikten die zich eigenlijk niet jeugdzorger zouden mogen noemen. Een individuele medewerker zal daar allemaal niet snel kritiek op uitoefenen (ketenafhankelijkheid heet dat in het boek). Meestal zit ie in een waanzinnige draaimolen waarbinnen het een illusie is om te kunnen kiezen tussen goed en slecht handelen. Hun dilemma’s worden zo ge(her)formuleerd, en wellicht ook ervaren dat ze niet gaan over de moeizame maatschappelijke en politieke voorwaarden voor hun werk maar over de vraag of ouder x misschien wel een lastige ouder is maar wellicht toch van belang voor de opvoeding van zijn of haar kind.
Dat de zaak Laura Dekker met een beetje geluk nog als een dilemma voorgesteld kan worden wil ik geloven. Maar dat het systematisch buitensluiten van ouders van de opvoeding van hun kind alleen maar een moeilijk dilemma is doet veel te kort aan de werkelijkheid waarbinnen geaccepteerd wordt dat kinderen gemangeld worden tussen handhaving en laat maar rotten, roesten en “het is ons probleem niet” nadat ze overigens dan wel eerst fors verkeerd ingrepen. Al jarenlang is vrij rücksichtslos voor korte-termijn-schijnoplossingen gekozen die op de lange termijn niets oplossen en nieuwe problemen creëren. Om hun dilemma’s te verbergen huurt de Raad voor de Kinderbescherming wetenschappers in als Dhr Spruijt die graag zijn broodheren napraat zonder dat met fatsoenlijk onafhankelijk onderzoek te staven. Ergo hij verbergt zijn betrokkenheid door er niet ronduit voor uit te komen.
Ouders die zich verzetten hebben zogenaamd een bord voor hun kop, dus een afwijking, en komen er dan al helemaal niet voor in aanmerking hun kind op te voeden. Kritiek op rechters zoals in de tijd van Fathers4Justice is veel te eng voor een beetje broodafhankelijke kinderbeschermer, jeugdzorger of mediator.
Wat is er dilemma aan om op een verzoek van een ouder om een naamswijziging aan te vragen voor een kind met letterlijk als argument “Ze mag de naam van haar vader niet meer tegenkomen” positief te beslissen. Dat gaat over mij persoonlijk inderdaad. Toen ik het daar een keer met zo’n justitieambtenaar over had zei hij dat ik wel gelijk heb maar dat hij ook kinderen heeft en dus aan zijn baan moet denken. Kijk dat zijn nog eens dilemma’s. Zijn kind of mijn kind.
Wat Wim en ondergetekende delen is een afkeer van incidentenjournalistiek. Laten we een keer echt diep in die mis-organisatie duiken, laten we eindelijk het structurele gebrek aan openbaarheid van uitspraken aanpakken, de systematische belangenverstrengeling. Was wel handig als dat ook even zo benoemd was door Wim of zijn interviewster. Ook wel handig als even gemeld was dat het boek is uitgegeven in sam,enwerking (betaald?) door de Nederlandse staat.
Ik houd Wim graag aan de volgende uitspraak in zijn interview:
“Wat is gebeurd, kun je niet terugdraaien. Wel goedmaken. Het is dan onze plicht te erkennen dat we fout zaten en te proberen een andere oplossing te vinden.”
Interview Wim met Arlette Dwarkasing van misschien wel de minst slechte krant van Nederland.
liedjes zingen
29 november 2010

mag dus niet
Ongeveer 15 jaar geleden kwam ik bij de bieb op de Brink mijn Buuv (paar huizen verderop) tegen. “Wat kan jouw dochter mooi zingen”. Ik keek in opperste verwarring naar haar. Het rapport van het Rad voor de Kinderbescherming over mijn dochter was net onbegeleid door de bus gegleden. Daarin had ik met rode wangetjes het volgende gelezen:
“Vader heeft op zich wel leuke en kindvriendelijke ideeën zoals liedjes zingen en met zijn dochter op een bakfiets door de stad fietsen. Dit lijkt echter meer te beantwoorden aan zijn eigen behoefte om als vooruitstrevende vader gezien te worden dan dat het past in een verstandige opvoeding van R”
Ik had er geen idee van dat Buuv mijn dochter les gaf, want mijn dochter had ik al twee jaar niet meer gesproken. Evenmin had Buuv van dat laatste enig idee. Tsja dit soort leed spreidde ik tóen nog níet zo wijds rond. En zo zal mijn dochter op haar beurt niet geweten hebben dat haar zangjuf bij haar vader in de straat woont.
Zo gaat dat in een beschaafd land.
Onlangs kreeg ik een paar zanglessen van Hanneke. Ik ben druk bezig om met een paar mooie liedjes met zangmaatje Edith goed op te nemen. In het kader daarvan leek het me wel eens aardig een paar zanglessen te nemen. Heel vroeger toen ik zes was had een of
andere muziekschooltrut mij eens op de solfège een bromtol genoemd. En dat zit nog diep, tegen beter weten in. De zanglessen van Hanneke deden mij goed. Het leerde mij nog een keer hoe je in je muziek je gevoel kunt bereiken. En heel in de verte hoorde ik mijn dochter meezingen. Over de papieren bergen van de raddraaiers van de Raad van
je weet wel, heen.
Niet lang nadat ik Hanneke op de Brink tegenkwam hield ik mijn twaalf-daagse
hongerstaking op dezelfde Brink. Niet bij de Bieb maar bij het gerechtsgebouw. Daar kwam Hanneke ook vaak met haar hondje. Inmiddels wist heel Deventer dat ik een dochter heb, ook al ging ze dóór voor de dochter van iemand anders.
Ik moet denken aan het bord van het huwelijk van mijn ouders. Wat God verbonden heeft scheide geen mens, iets dat meer zou moeten opgaan voor ouder-kind relaties dan voor huwelijken. Zang verbindt me met mijzelf, en mijzelf met mijn kinderen.
Dit blog schreef ik vorig jaar bij het vertrek van buuv Hanneke
ketenpartners
24 oktober 2009
Als je ketenpartner bent in het familierechtsberijf, dan ben je braaf geweest. Je mag dan buiten de orde van een rechtsprocedure met de rechter praten.
Zo kun je de lastige ouders buiten houden die als tegenpartij er natuurlijk eigenlijk recht op zouden hebben om alles te horen wat er bekokstoofd wordt.
De rechtsprocedure zelf wordt zo tot een schijnvertoning waarvan de uitslag van tevoren vaststaat.
Ketenpartners dat zijn kinderbescherming en jeugdzorg, en mogelijk enige andere exclusief bevoordeelden (als je heel erg je mond houdt). Zo wordt het woord ketenpartner tot een begrip dat de inhoud dubbel en dwars dekt. Jeugdbeschermers en soortgelijk vormen samen met rechters de boeien waarmee de ouders en hun kinderen geketend worden.
¨Het zal iedereen duidelijk zijn dat dat in een democratische rechtsstaat nu eenmaal niet anders kan. Je moet er niet aan denken dat ouders en hun advocaten de kans krijgen werkelijk wat in te brengen. Die ouders weten immers helemaal niets van het belang van het kind.¨ Die laatste aanhaling is uiteraard niet míjn uitspraak, hoewel ik het even, cynisch voor mijzelf beproefde. Nee dit is ongeveer het antwoord dat je zult krijgen als je dóórvraagt waarom die exclusieve behandeling nodig is.
De afgelopen weken werd ik weer herhaaldelijk geconfronteerd met het verschijnsel. Een hoofdredacteur van een oudervereniging die aanvankelijk persé een recensie wilde schrijven van mijn boeken. Er even later toch van af zag. “Wij moeten vérder met de kinderbescherming” was het argument. Kinderbeschermers vallen maatschappelijke organisaties aan omdat ze zaken doen met mensen als ondergetekende. Ik maakte het de eerste keer mee ergens 10 jaar geleden toen een hotemetote van de Raad het Nijmeegs Instituutvoor Maatschappelijk werk op de donder gaf omdat ze in zee ging met het Vader-en-Kind-centrum dat overigens zelfs een beleidsmedewerker van de Raad in haar beleidsadviesraad had. Die reprimande had succes, het NIM haakte af. Onlangs kreeg ik een soortgelijk bericht over een raadsmedewerkster die achter mijn rug om mijn betrokkenheid probeerde te vervuilen.
Aan de andere kant schaft dezelfde Raad voor de Kinderbescherming 35 exemplaren Verpasseerd Ouderschap (onder mijn redactie en ook weer een schrijver van de Raad) aan. Misschien dat de Raad en de schijtluisclubs die ervan afhankelijk denken te zijn zich zelf binnenkort van hun eigen ketenen zouden kunnen gaan bevrijden?
Laurakransen
24 augustus 2009
De voornaam Laura wijst etymologisch naar laureaat, lauweren.
Laura Dekker is doet haar naam eer aan. Met haar bijna 14 jaar wil ze in haar eentje de wereld rond zeilen met als drive daarmee dan de jongste te kunnen zijn met die prestatie. Haar ouders gaan er, voorzover bekend (de ouders zijn gescheiden), mee acco0rd maar de leerplichtambtenaar trok aan de bel. Na de aankondiging dat deze wet omzeild kon worden kwam de zaak bij de Raad voor de Kinderbesch…. die daarmee naar de rechter trok. Ondertoezichtstellen die ouders, want allemaal te gevaarlijk.
Er zijn twee makkelijke reacties op dit verhaal denkbaar. Weg met de Raad en het moet gewoon maar kunnen of Nee dat mag nooit en alles in het werk stellen om het te blokkeren.
Ik wil graag een onderscheid maken tussen mijn mening over de opvoedkundige kwestie en de inschatting van de gevaren enerzijds en de vraag wat een overheidsingrijpen wenselijk maakt anderzijds.
Overheidsingrijpen in opvoedingsrelaties dient zich te beperken tot gevallen van kindermishandeling en dient niet te strekken tot ingrijpen in opvoedkundige keuzes. Mijn opvatting, zoals ook internationaal verwoord in de verklaring van Langeac.
Maar dit neemt niet weg dat ik wel een mening heb over de opvoedkundige keuzes. Ik denk dat ik de ouders zou ontraden om aan de tocht van hun dochter mee te werken. Niet omdat ik niet van competitie en uitdagingen houdt. Zelfs uitdagingen met risico’s horen er wat mij betreft bij.
Wel vraag ik me af of het gezond is de competitie aan te gaan over wie de jongste is die deze tocht rond de wereld in 720 dagen volbrengt. Dat vind ik een beetje een merkwaardig soort competitie. Doet denken aan; wie bereikt het eerste de universiteit, wie is het eerste uit de luiers en meer van dat soort ongein.
Verder vraag ik me af of Laura de gevaren kan overzien. Dat laatste bezwaar deel ik met meer deskundigen. Die kwestie van de leeftijdscompetitie ben ik echter nog nergens tegen gekomen.
Ik gun Laura een hoop lauwerkransen, maar denk dat ze beter voor een andere bekroning kan gaan. Ik heb echter niet alle wijsheid in pacht en ook niet alle kennis van de omstandigheden. De Raad voor de Kinderb… heeft géén wijsheid en meestal een ontstellend gebrek aan kennis. Als er iemand is die het haar niet zou moeten verbieden dan is het wel de staat. En zelfs ondergetekende zou zich nooit aan zoiets durven wagen.
Zelf is me door de Raad voor de Kinderbescherming ooit kwalijk genomen dat ik liedjes zing met mijn dochter cq op een bakfiets reed met haar ( niet verstandig). Misschien ligt hierin nog een uitdaging voor Laura en haar ouders, tackel die Raad in ieder geval vast maar. Ik zal haar daar graag persoonlijk een Laurakrans voor brengen.
we doen zo ons best
3 juli 2009
Jeugdzorgers en kinderbeschermers (what is in a name?) doen volgens eigen zeggen alle mogelijke moeite om kinderen met Ouderverstotingssyndroom naar de verstoten ouder te sturen. Zeggen ze. Sommige althans.
Ik zie het al voor me zo’n kinderbeschermer zoals mevrouw Liesbeth Groenhuijsen (zie hiernaast) die gaat uitleggen aan een kind dat het echt wel heel erg perse naar hun vader moet. Ik zie het niet alleen voor me, ik kwam haar pas nog tegen op een congres van de NIP (psychologenvereniging) waar we allebei een workshop verzorgden.
Zo’n kind ( het gaat in dat geval vaak om puber die zich wat minder makkelijk laten moven) weet natuurlijk al lang dat dat soort mevrouwen of ze nu rechter of hulpverlener zijn ook zijn overgeleverd aan een wispelturig familierechtsysteem waar geen peil op valt te trekken, laat staan de garantie uit te halen dat ze dan ook bij haar vader mag blijven komen. Dit systeem biedt geen zekerheid en geen veiligheid voor kinderen in deze situatie. Ook Mevrouw Groenhuijsen zelf is wat dat betreft niet echt betrouwbaar ( zie mijn recensie over een van haar boeken).
Een tijd geleden kon ik Mevrouw Groenhuijsen op de tv nog horen vertellen dat als een moeder maar een foto van de vader op hangt ze blijkbaar een positieve attitude naar die vader heeft. Inmiddels is het punt geland dat dat nog lang niet alles zegt. Het gaat ook om een diepe overtuiging dat beide ouders van belang zijn.
Wat nog niet geland is is het punt dat je zelf als hulpverlener ook die overtuiging moet hebben. Anders werkt het nooit.
In mijn workshop op dat congres bleken veel mensen rond te lopen die praktische handvaten hadden gemist. Bijvoorbeeld hoe je kinderen uit die verwrongen loyaliteitskeuze kunt trekken.
Dat een kind gedwongen moet worden om naar beide ouders te gaan vonden ze een twijfelachtige aanpak. Hun twijfel maakt het twijfelachtig vrees ik.
We doen zo ons best om tegen onszelf te vechten; dat is het beste wat ik er van zou kunnen maken. Maar zelfs dat niet vrees ik. De negatieve kwalificaties blijven inmiddels dusdanig de raadsrapporten vulllen dat je je kunt afvragen of inmiddels niet de zogenaamde hulpverleners de primaire programmeurs van ouderverstotingssyndroom zijn.
Over het boek (Dees, een vader en een viool) van Liesbeth Groenhuijsen
klachtuispraken over Mevr. Groenhuijsen: http://www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl/images/2008h117.dh.pdf en http://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2012/YG1785
rust roest nog steeds
28 januari 2009
Rust roest. Ik hoor het voormalig beleidsmedewerker van de Raad voor de Kinderbescherming Ton Veldkamp nog zo zeggen. Niet gisteren, niet vorig jaar, maar pakweg 13 jaar geleden, na een uitzending bij de VPRO-radio waar we met elkaar en een rechter en Mieke v.d.Burg (PvdA) in discussie gingen.
Ik was blij dat er nog raadsmedewerkers zijn die snappen dat het meestal niet helpt om even rust in te bouwen als een moeder bezig is de kinderen bij een vader weg te houden. Ergo, dat is precies wat ervoor zorgt dat die situatie blijft voortbestaan en de kinderen in de problemen komen. Bij voorbeeld de ernstige afwijking ouderverstotingssyndroom er aan overhouden.
Maar ook na 13 jaar blijkt Ton een roepende in de woestijn te zijn geweest. Nog steeds schrijven Kinderbeschermers en rechters het op. “Even rust voor mevrouwtje”. Vanmiddag las ik het weer in een besluit van een rechter van een paar maanden geleden, waarvoor nu een hoger beroep loopt. Notabene had de moeder in kwestie eerst jarenlang gezeurd dat vaderlief te weinig van zich zou laten horen. Maar toen hij dat wel deed was het natuurlijk ook niet goed.
Je moet ergens ruzie over hebben, nietwaar, als je de pest erin hebt. Ach misschien nog wel een menselijk trekje. Maar die rechters die blind en doof blijven; is dat nou een menselijk trekje of een standsdeformatie? Snappen die dan niet dat daar geen kind gelukkiger van wordt, en de vader ook niet en … die moeder wordt daar ook niet beter van.
“Ik zou graag op mijn kop gaan staan als het zou helpen om mijn kinderen te zien. Maar echt, ik weet niet wat die rechters van me willen. Wat ik doe is gewoon fout, wat ik zeg deugt niet, wát ik ook zeg of doe. En als ik zeg dat ik het vanzelfsprekend vind dat ik mijn kinderen zie dan ben ik volgens de raad voor kinderbe..ing een herrieschopper.”
Het is niet minder dan geestelijke marteling.
De VPRO-uitzending op het binnenhof onder leiding van Michal Citron
bakfietsen
22 mei 2008
Vandaag ga ik weer eens aan de slag om mijn bakfiets in goede staat te houden. Voor de kenners; die mooie bakfiets waarop ik van de Raad voor de Kinderbescherming niet mocht fietsen met mijn kind omdat dat teveel vanuit mijn eigen behoefte om een leuke vader te zijn zou worden gestuurd en niet zo verstandig zou zijn.
Tussen 1994, toen de Raad deze uitspraak deed, en heden, is de bakfiets razend populair geworden. Vooral ook voor het vervoer van kinderen. In het blad van de fietsersbond las ik dat de gemeente Delft zelfs de aanschaf van bakfietsen voor de kinderopvang gaat subsidiëren. Daarbij wordt dan wel een cursus gegeven.
Gisteren kwam er iemand van een mediaproductiebureau om de bakfiets te lenen voor een kinderprogramma. (helaas even niet beschikbaar wegens herstelwerk).
Kortom je kunt wel zeggen dat de Raad voor de Kinderbescherming de slag om de bakfietsen heeft verloren.
uitspraak over bakfiets van de Raad voor de Kinderbescherming
de draak die kindertjes eet
25 november 2007
Hisch Ballin ken ik nog van dat rechterscongres waar hij tot mijn aangename schrik in zijn inleiding als voorzitter van het congres uitvoerig citeerde uit mijn congresbijdrage namens de cliëntenorganisaties. Dus je zou zeggen hij weet beter. Wat beter? Dat de staat niet de oplossing is van alle problemen. Dat als het belang van het kind door de staat wordt bepaald kinderen onder het mom van zorg bij hun ouders worden weggehaald of in ieder geval zonder enige scrupules bij hun vader vandaan. En waar gaan die kinderen naar toe. Naar erbarmerlijk slecht functionerende jeugdzorgprofi’s (prof-essionals-profi-teurs), naar jeugdgevangenissen waar ze niet thuishoren. Opgezadeld met loodzware kinddossiers die ongetwijfeld net zo doorelkaargehusseld worden als elders bij die overarogante en betweterige overheidsclubs die zich niet meer om feiten en argumenten bekommeren.
Het is het oude kindersprookje van de draak die kindertjes eet. De staat dat zijn wij niet meer. De staat meet zich Orwelliaanse, stalinistiese proporties aan. Als het aan Hirsch Ballin ligt wordt het nog makkelijker om kinderen een beetje tot helemaal onder toezicht te stellen en uit huis te plaatsen.
Deze week kwam ik nog een reactie tegen van de Raad voor de Kinderbescherming op een door hun verloren klachtprocedure. Ze hadden volgens de Klachtencommissie in ieder geval even naar de moeder haar argumenten moeten luisteren. Maar geen nood , dat is in de toekomst met de nieuwe normen die meer gericht zijn op het veronderstelde belang van het kind in plaats van dat van de ouder niet meer nodig. Ze waren daar alvast een beetje op vooruit gelopen, maar een kniesoor die daarop let was de boodschap van deze kinderbeschermingshotemetoot.






